Brief van Eerwaarde Heer Pagliarani aan Mgr. Pozzo, van 17 januari 2019

Bron: Moederhuis

Brief van de algemene overste van de Priesterbroederschap Sint Pius X aan Mgr. Guido Pozzo, secretaris van de Commissie Ecclesia Dei, op 17 januari 2019.

Eminentie,

Allereerst wil ik u bedanken voor de welwillende aandacht die u al die jaren aan de Priesterbroederschap Sint-Pius X hebt geschonken en voor het warme welkom dat u mij hebt gegeven tijdens onze ontmoeting op 22 november 2018. Mijn dankbaarheid geldt natuurlijk ook Zijne Eminentie Kardinaal Ladaria.

Zoals tijdens deze ontmoeting is afgesproken, schrijf ik u over de geplande theologische discussies. In vergelijking met wat we in het verleden hebben gedaan, stel ik voor om de voorkeur te geven aan regelmatige schriftelijke uitwisselingen tussen theologen van de Heilige Stoel en de Priesterbroederschap, waarbij bijvoorbeeld twee ontmoetingen per jaar worden gepland.

De gesprekspartners die ik voor de Priesterbroederschap voorstel, zijn priesters die geschikt zijn voor leerstellige discussies. Het gaat om de Eerwaarde Heren Arnaud Sélégny, Guillaume Gaud en Jean-Michel Gleize. Het is overigens de bedoeling dat Eerwaarde Heer Sélégny binnenkort in het Moederhuis gaat wonen, waardoor we een directere band met elkaar kunnen onderhouden. Dit belet niet dat andere confraters van elders uit hun bijdrage kunnen leveren.

Ik denk dat het goed zou zijn om nu al na te denken over de mogelijkheid om de resultaten van deze discussies te publiceren. Dit idee kwam bij mij op toen ik het verslag las van uw ontmoeting met mijn voorganger op 28 februari 2018. U sprak zelf de wens uit om een dergelijke publicatie te realiseren. Daarom durf ik deze suggestie te doen. Maar ik laat het aan u over om aan te geven op welke manier we de samenvattingen van onze discussies kunnen publiceren, indien u dat redelijk acht.

Wat de onderwerpen van de gesprekken betreft, denk ik dat het goed zou zijn indien ze zowel betrekking hebben op het Concilie als op het latere leergezag. In de postconciliaire ontwikkeling zijn er namelijk veel elementen die het mogelijk maken om de juiste interpretatie van het Concilie te preciseren: vandaar het belang om het postconciliaire leergezag in de gesprekken te betrekken.

Ik stel daarom de volgende lijst voor, waarmee we vrijwel alle te behandelen thema's zouden moeten kunnen afdekken:

  1. De ecclesiologische grondslagen van de oecumene;
  2. De praktijk van de oecumene door de hiërarchie van de Kerk;
  3. De grondslagen en doelstellingen van de interreligieuze dialoog;
  4. Het heil van de joden volgens het huidige leergezag;
  5. De nieuwe opvatting van het priesterschap: de theologische grondslagen en liturgische gevolgen ervan;
  6. Het petrinische ambt in het licht van Apostolos Suos, Ut Unum Sint en andere leerstellingen van Johannes Paulus II;
  7. De synodaliteit in het kader van het huidige leergezag;
  8. De huidige leer over de huwelijksmoraal;
  9. De voorrang en de rol van het geweten in het conciliaire en postconciliaire leergezag.

Ik hoop dat dit ook aan uw verwachtingen voldoet.

Met eerbiedige groeten in Domino, Excellentie.

Don Davide Pagliarani