Verslag JKI-reis 2026 naar Bretagne

Bron: District België - Nederland

Reisverslag geschreven door

Gilles Ackermans, Leider JKI Gerwen

Het Jong Katholiek Initiatief is dit jaar afgereisd naar Bretagne, een schiereiland met een rijke Keltische en Katholieke geschiedenis. Onder begeleiding van onze eigen huishistoricus en priester, Eerwaarde Huysegems, werd de jeugd meegenomen langs heiligdommen, natuurschoon, legendes en parels van het land dat door de Kelten ‘Armorica’ (land aan de zee) werd genoemd. De zeevaarders-traditie zit de Bretonnen immers in hun Keltisch bloed. Met een flinke dosis enthousiasme begon onze reis voor velen vanuit de kapel in Leiden, naar de Franse schiereiland. Daarnaast heeft het JKI ook een paar omliggende gebieden bezocht, zoals Normandië en het Loire-dal.

Zondag:

Na een lange reis van vijf uur kwamen wij aan bij een imposant gebouw, gehuld in duisternis. Het enige licht dat brandde kwam uit de refter, waar de rest van de groep ons opwachtte. Daar waren wij dan: het reisgezelschap aan het begin van hun avontuur, verenigd op de FSSPX-school nabij de kustplaats St. Malo. Het was al laat, en de volgende ochtend moesten we weer vroeg uit de veren.

Maandag:

De volgende ochtend stond Eerwaarde De Bruyn ons op te wachten, een moment van blijdschap voor veel JKI’ers omdat ze hem al een jaar moesten missen. Na een Frans ontbijt, stapten we in de auto, op weg naar onze eerste expeditie. In de verte rees in het midden van de baai het mystieke silhouet van een gigantische rots vesting op: Mont Saint Michel, de plek waar de Heilige Aartsengel Michaël is verschenen. De frisse zoute zeelucht en de opgekomen ochtendzon die over het slik glinsterde, maakten de eerste blik op de abdij tot een bijna bovennatuurlijk schouwspel.

We wandelden naar het getijdeneiland toe via een lange loopbrug, waar onze gids ons opwachtte voor een avontuurlijke tocht over de verraderlijke wadden rondom het eiland. Met veel passie vertelde de gids over de rijke historie van het eiland, de meedogenloze natuur, en de gouden regel: blijf nooit stilstaan in de baai …

…want tja, zij die eigenwijs waren stonden ineens tot hun knieën in het drijfzand! Het gegil en de slappe lach echoden over de baai, maar gelukkig liet de gids ons direct zien hoe wij ons zelf hieruit moesten bevrijden. Terwijl wij onze waddentocht voortzetten naar het nabijgelegen eiland Tombelaine, hadden sommige JKI’ers een zeehond in het wild gespot, terwijl anderen elkaar uitdaagden in een heus zeewiergevecht. 

Eenmaal terug aangekomen op Mont Saint-Michel kreeg iedereen de tijd om gezellig uit eten te gaan, waarna we weer samenkwamen om als groep de middeleeuwse abdij te bezoeken. Het eeuwenoude bouwwerk gaf een prachtig inkijkje hoe de monniken vroeger baden en werkten, en bood als extraatje een adembenemend panorama-uitzicht over de gehele baai.

Na dit avontuur op Mont Saint-Michel keerden we terug naar de school voor de Heilige Mis. Na het avondeten kregen we wat tijd voor onszelf, al moesten de tassen snel weer ingepakt worden, want de volgende dag gingen we alweer naar onze volgende bestemming!

Dinsdag:

Na de Heilige Mis liet het JKI de school achter zich, en verplaatsten we ons naar het idyllische, middeleeuwse stadje Dinan. In het stadje werd het JKI opgedeeld in teams voor een fanatieke speurtocht binnen de stadsmuren. Met een stadskaart in de hand en een gezonde dosis rivaliteit rende de teams over de steile kasseienpaadjes, en onder de karakteristieke houten vakwerkgevels door, want er kon maar één winnend team zijn.

In het midden van de stad stroomde de rivier de Rance, het wilde water waar wij later die dag zijn gaan kajakken. Uiteraard hield niet iedereen het droog! De rivier veranderde al snel in een slagveld van spattend water, roeispanen die in de knoop raakten en een paar onfortuinlijke kajakkers die een onvrijwillige duik in de Rance namen. Nadat de groep weer een beetje opgedroogd was, reden we door naar de havenstad Vannes. Deze oude stad was de hoofdstad van de Veneti, een zeevarende Bretonse stam die in 56 v.C. verslagen werd door Julius Caesar. Het is ook de stad waar de Heilige Vincent Ferrer begraven ligt, een Heilige die bekend staat om zijn vele wonderen.

Die avond dineerden wij in een pittoresk restaurantje waar wij genoten van typisch Bretons driegangendiner. Onze overnachtingsplaats voor de komende drie nachten was een voormalig seminarie dat nu dient als een pelgrimshuis. Na zo’n sportieve dag ging iedereen al vroeg naar bed, want de wekker ging de volgende ochtend om zes uur... 

Woensdag: 

De vroege ochtend had een duidelijke reden: we moesten op tijd de boot halen voor de oversteek naar Belle-île-en-Mer, het grootste eiland van Bretagne dat zijn naam absoluut eer aandoet. Eenmaal uitgevaren uit de haven van Vannes, voeren wij door de Golfe Du Morbihan, een prachtige baai vol eilanden. Halverwege wees de kapitein ons op de ‘kathedraal van het Neolithicum’ (Gavrinis): een mysterieus eiland met een van de best bewaarde grafheuvels uit de steentijd. 

Bij aankomst in de haven van Le Palais op Belle-Île werden we opgewacht door een vrouwelijke gids. Zij bracht ons naar de bus waarmee het JKI een rondje op het eiland ging rijden. Onze eerste stop was een Mariakapel met een bijzonder schilderij: Maria die in het midden van de storm de zee koesterde. Vervolgens reden we verder naar de beroemde en ruige rotskust: Les Aiguilles de Port-Coton. Deze imponerende rotsformaties gaven de beroemde Franse schilder Claude Monet destijds adembenemende inspiratie voor zijn beroemdste meesterwerken tijdens zijn verblijf op het eiland. 

Na een smakelijk driegangendiner reisden we door naar Fort Pointe des Poulains, het voormalige vakantieverblijf van de beroemde actrice Sarah Bernhardt, die op slag verliefd werd op het weidse uitzicht over de Atlantische Oceaan. Daar kregen wij een indrukwekkende natuurdocumentaire te zien gemaakt door duikers die zonder zuurstofflessen video-opnames hadden gemaakt van de betoverende onderwaterwereld rondom het eiland. 

Eenmaal teruggekomen in Le Palais, ging het JKI de rozenkrans bidden voordat wij weer met de boot terug zouden gaan naar het vaste land. Vlak na het vertrek van ons schip nadat we het eiland hadden verlaten werd onze boot begroet door een groep wilde dolfijnen, die speelse capriolen achter het schip maakten! En ineens werd het donker…

…De eclips naderde en Bretagne werd gehuld in schemering. Onze gids Gerard had voor iedereen op de boot eclipsbrillen geregeld. Eenmaal terug aangekomen in de haven van Vannes, was de eclips al grotendeels voorbij. We liepen terug naar het pelgrimshuis, waar ons avondmaal ons stond op te wachten. 

Donderdag: 

De volgende ochtend reden we naar de beroemde Menhirvelden van Carnac, een mysterieus landschap met maar liefst tien kilometer aan rijen van eeuwenoude megalieten, wat zelfs voor Obelix een tikkeltje overweldigend zou zijn geweest. Daar stapte we op een panorama bus die ons, onder begeleiding van Keltische muziek, alles vertelde over het mysterie achter deze prehistorische zwerfkeien. 

Na dit archeologische avontuur stapte we weer in de auto, op weg naar het grootste heiligdom van heel Bretagne. In het schaduw genoten we van een ontspannen picknick bij Sainte-Anne-d’Auray, toegewijd aan de patrones van Bretagne: St. Anna. Dit majestueuze heiligdom werd gebouwd nadat de Heilige Anna in de zeventiende eeuw miraculeus was verschenen aan een lokale boer. 

Vervolgens reisde de groep door naar Josselin, een pittoresk middeleeuws stadje met een gigantisch kasteel aan de oever van de Oust. Het kasteel was een eerbetoon aan de hertogin Anna van Bretagne, die tijdens de Bretonse gouden eeuw regeerde. In de plaatselijke basiliek baden we de rozenkrans bij het beroemde devotiebeeld van Notre-Dame du Roncier. Omdat het mariale feest van Maria-tenhemelopneming naderde, stond het beeld zich achter de schermen opgesteld. Maar dankzij de goedheid van de kerkvrijwilligers werd er speciaal voor ons een uitzondering gemaakt, ze haalden het beeld, gehuld in een prachtig nieuw kleed, tevoorschijn om het te vereren.

Na gezellig te hebben geborreld op een terrasje in het charmante centrum, zochten we de verkoeling op in het oeroude bos van Brocéliande, waar volgens de legende de tovenaar Merlijn zou hebben wonen. Hoewel we de bekende tovenaar niet tegengekomen, was het was het bos betoverend mooi, met avontuurlijke houten knuppelpaadjes en uitdagende obstakels. De wandelroute slingerde rondom een meer met uitzicht op een oude abdij. 

Na de wandeling werd de dag in stijl afgesloten met een typisch Bretonse maaltijd: een hartige, gevulde galette met een glas cidre, en als dessert een zoete crêpe met koffie.

Eenmaal terug aangekomen in het pelgrimshuis moesten de tassen alweer worden ingepakt, want de volgende dag gingen we op bezoek bij een oude bekende…

Vrijdag:

Daar zaten wij dan, in een kleine zijkapel van een Dominicanessenklooster. Het enige dat wij zagen was het altaar, maar door de eenvoudige kapel galmde zuivere vrouwenstemmen die gregoriaans zongen. We konden de zusters niet zien, want zij zaten verscholen achterin de kapel achter houten tralies, het waren immers contemplatieve dominicanessen, die volledig in gebed en afzondering leven.

Na de Heilige Mis werden we naar een klein spreekkamertje gebracht, waar we met moeite met de gehele groep in pasten. Ook hier scheidden tralies ons van de bezoekersruimte. Ineens kwamen er drie zusters aan, van wie er één direct herkend werd: zuster Maria Fides (voorheen Vera Verbeek), een voormalig JKI’ster van Gerwen, die drie jaar geleden was ingetreden in dit klooster in Avrillé. Ze vertelde over haar nieuwe leven, haar ervaringen en haar roeping. Ze zette ons diep aan het denken: Het was niet zij die achter de tralies zat, nee wij zaten gevangen in de wereld. 

Na dit bijzondere weerzien werden we naar het gastenverblijf geleid, waar een lunch op ons stond te wachten. De zusters hadden ontzettend hun best gedaan in de keuken. Tijdens het eten vertelde onze gids Gerard, een emotioneel verhaal over zijn jongste kind. Dat zou aanvankelijk gehandicapt ter wereld komen, maar werd wonderbaarlijk genoeg kerngezond geboren nadat hij de zusters van Avrillé om hun gebed had gevraagd. Op een gegeven moment dacht ik dat ik mijn maag nog hoorde knorren, maar ineens vanuit het niets, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, scharrelden twee varkens door de tuin bij het gastenverblijf!

Na de lunch reden wij door naar de koningsstad Angers voor een bezoek aan het imposante middeleeuwse kasteel. Wat deze burcht zo uniek maakt, is dat het een van de beroemdste kunstwerken uit de middeleeuwen herbergt. In een gedempt verlichte zaal hield iedereen zijn adem in bij het zien van het meterslange, eeuwenoude Wandtapijt van de Apocalyps. Dit gigantische 'stripverhaal' verbeeldt de Openbaring van Johannes tot in de kleinste details van de Heilige Schrifttekst, waarbij een audiotour elk tafereel uitlegde. Helaas was het tapijt tijdens de Franse Revolutie in stukken gesneden, waardoor een deel voorgoed verloren is gegaan.

Na het bezoek aan Angers verlieten we het Bretonse schiereiland, en zetten we koers naar Normandië. ‘s Avonds kwamen we aan in de stad waar de Kleine Thérèse van het Kind Jezus: Lisieux. Die avond hadden we nog een lopend buffet in het pelgrimshuis naast de Karmel, waar wij die nacht ook sliepen. We hadden nog wat vrije tijd om de stad in te gaan voor een drankje, maar Lisieux bij nacht bleek al snel uitgestorven...

Zaterdag: 

De zon kwam op en de laatste dag brak aan. Het was Maria-ten-Hemelopneming. Na het ontbijt moesten alle spullen weer worden ingepakt. Nadat de bagage in de auto’s was geladen, wandelden we naar de Karmel, waar zich de schrijn van de Heilige Thérèse van Lisieux zich bevindt. Aan de kloosterkapel grensde een klein museum dat het bijzondere leven van de kerklerares achter de kloostermuren beschreef.

Na ons bezoek aan de Karmel liepen we door naar Les Buissonets, het ouderlijk huis van de familie Martin. Helaas bleken de deuren die dag gesloten. We vervolgden onze weg door richting de imposante basiliek van de Heilige Thérèse, de bedevaartkerk van Lisieux. De kerkbanken van deze gigantische kerk zaten vanwege het feest helemaal vol. Verspreid door de gehele kerk zijn er zijkapellen toegewijd aan verschillende landen. Nederland en Vlaanderen werd vertegenwoordigd door de Heilige Johannes Berchmans, Italië door de Heilige Paus Pius X, en Duitsland door de Heilige Bonifatius. Rondom het reliek van de Heilige Thérèse brandde een indrukwekkende zee aan kaarsjes. Beneden in de crypte bewonderden we de prachtige art-nouveau-fresco's en de schrijn van de Heilige ouders van Thérèse: Louis en Zélie Martin. 

Nadat we Lisieux hadden verlaten, reden we naar een nabijgelegen dorpje om in de FSSPX kapel voor de Heilige Mis. Na afloop hadden we gepicknickt naast de kerk, waar we alle organisatoren van deze onvergetelijke reis hebben bedankt. Dit was helaas ook het moment van afscheid: vanaf hier scheidden onze wegen terug naar de Nederlanden. Met een lach, een traan en warme omhelzingen, sloten we een onvergetelijke week af.