Zegening van het Agnus Dei

Bron: District België - Nederland

Na het Tweede Vaticaans Concilie is er stilzwijgend een bijzondere ceremonie, typerend voor de paasweek, verdwenen. Tot dan werd op de woensdag gedurende de paasweek de zegening van het 'Agnus Dei' voorgenomen. Deze ceremonie werd door de paus verricht, bij het eerste en elk zevende jaar van zijn pontificaat. 

De Agnus Dei zijn schijfjes van was, waarop aan de ene kant het beeld van het Lam Gods is gestempeld en aan de andere kant dat van een heilige of van de paus. De gewoonte om ze tijdens de paastijd te zegenen is zeer oud. We vinden er sporen van in de liturgie, zelfs al in de zevende eeuw. Toen in het jaar 1544 in Rome het graf werd geopend van keizerin Maria (echtgenote van Honorius en dochter van Stilicho), die vóór het midden van de vijfde eeuw stierf, werd daarin een Agnus Dei aangetroffen dat leek op de exemplaren die nu door de paus worden gezegend.

De Agnus Dei werden gemaakt van de paaskaars van het voorgaande jaar; daar werd natuurlijk een grote hoeveelheid andere was aan toegevoegd. Vroeger was het de gewoonte om er enkele druppels van het heilige chrisma in te gieten. In de middeleeuwen werd de was bereid en gestempeld door de subdiakens en acolieten van het pauselijk paleis.

De ceremonie vond  in een van de zalen van het pauselijk paleis plaats. Er werd een grote vaas met wijwater klaargezet; en de paus, die ernaast stond, sprak het volgende gebed uit:

O God, Bron van alle heiliging, Wiens goedheid altijd bij ons is; Gij die, toen Abraham, de vader van ons geloof, zich voorbereidde zijn zoon Isaak te slachten in gehoorzaamheid aan Uw geboden, hem wilde laten voltooien zijn offer door het offeren van de ram die verstrikt was in de doornstruiken; Gij die, door Uw dienaar Mozes, het jaarlijkse offer van de vlekkeloze lammeren hebt voorgeschreven; verwaardigt U, zo bidden wij U, om, door de aanroeping van Uw Heilige Naam, deze vormen van was, die de afdruk dragen van het meest onschuldige Lam; opdat door hun aanraking en aanwezigheid de gelovigen tot gebed worden aangezet, stormen en onweer worden verdreven, en de boze geesten op de vlucht worden gejaagd door de kracht van het Heilige Kruis dat hierop is gemerkt, voor welk elke knie zich buigt en elke tong belijdt dat Jezus Christus, die de dood heeft overwonnen aan het galg van het Kruis, nu regeert in de glorie van God de Vader. Hij is het die, toen Hij als een schaap naar de slachtbank werd geleid, U, Zijn Vader, het offer van Zijn eigen Lichaam aanbood, opdat Hij het verloren schaap, dat door de bedrog van de duivel was afgedwaald, zou terugbrengen en het op Zijn schouders naar de hemelse schaapskooi zou dragen. […]

Na deze gebeden gordde de paus zich met een doek om en ging naast het vat met wijwater zitten. De assistenten brachten hem het Agnus Dei, dat hij in het water dompelde, ter navolging van de doop van de neofieten. De aanwezige prelaten haalden ze uit het water en legden ze op tafels bedekt met wit linnen.  Het Agnus Dei werd vervolgens eerbiedig weggehaald en bewaard voor de plechtige uitreiking die de volgende zaterdag zou plaatsvinden. 

Vanwege hun verheven symboliek, het feit dat ze door de paus werden gezegend en de plechtigheid van de ritus, werden de Agnus Dei beschouwd als een van de meest vereerde voorwerpen van katholieke vroomheid. Het geloof van degenen die ze eerbiedig in hun huizen bewaarden of droegen, werd vaak beloond met wonderen. Tijdens het pontificaat van de heilige Pius V trad de Tiber buiten zijn oevers en dreigde verschillende wijken van de stad te verwoesten: er werd een Agnus Dei in de rivier geworpen en het water trok zich onmiddellijk terug. Dit wonder, waarvan enkele duizenden inwoners getuige waren, werd aangevoerd in het proces van de zaligverklaring van deze grote paus.