Bestaan er twee categorieën van schismatieken? Rome is inconsistent!
Paus Leo XIV en katholikos Aram I, hoofd van de Armeense schismatieke kerk, tijdens de algemene audiëntie op het Sint-Pietersplein, Vaticaan, op 20 mei 2026.
Rome veroordeelt de FSSPX wegens schisma, terwijl het wel degelijk bestaande schisma’s door de vingers ziet. Kan men dan nog wel van consistentie spreken?
Sommigen proberen de FSSPX van inconsistentie te beschuldigen, daar ze beweert zowel gehoorzaamheid aan de paus te zweren maar hem toch frontaal ongehoorzaam zou zijn. Het gaat er hier bij dit artikel niet om terug te komen op de zwakheid van zo’n bezwaar, dat vergeet dat autoriteit ook tekort kan schieten.
Het gaat er bij dit artikel ook niet om terug te komen op de consistentie van het standpunt van de FSSPX – dat overigens al ruimschoots is aangetoond – maar om die van Rome zelf onder de loep te nemen. Zonder ook maar een moment toe te geven dat de FSSPX schismatiek is, laten we eens kijken of Rome wel consistent is door de FSSPX als zodanig te behandelen, gezien haar houding ten opzichte van groepen die daadwerkelijk schismatiek zijn.
- Rome heeft de bisschopswijdingen met aanspraak op jurisdictie erkend die in een duidelijk schismatieke geest zijn uitgevoerd door de Chinese communistische partij en blijft de bisschoppen erkennen die zijn benoemd door een officieel atheïstische en leerstellig materialistische regering, die erop uit is de katholieke leer te controleren en te ondermijnen voor ideologische doeleinden. Toch weigert Rome bisschopswijdingen zonder jurisdictie te erkennen die zonder schismatieke bedoelingen door de FSSPX zijn uitgevoerd ten behoeve van de zielen. Het schisma dat openlijk wordt opgeëist, wordt getolereerd; het schisma dat expliciet wordt afgewezen, wordt veroordeeld.
- De excommunicaties uit 1054 tegen de zogenaamde ‘orthodoxe’ schismatieken – die op verschillende punten ook ketters zijn1 – zijn in 1965 door Paulus VI opgeheven en ‘tot de vergetelheid veroordeeld’2. Sindsdien hebben de orthodoxen honderden bisschoppen met jurisdictie gewijd, zonder pauselijk mandaat, zonder zich ook maar iets van Rome aan te trekken en tegen de wil van de paus3, zonder dat het Vaticaan ook maar één strafmaatregel tegen hen heeft genomen. Toch werden de excommunicaties van de FSSPX in 20094 opgeheven, om ze amper een paar jaar later weer op te leggen vanwege wijdingen die weliswaar zonder jurisdictie waren, maar in een noodsituatie plaatsvonden en met een oprechte wens om begrip van Rome te krijgen.
- Het nieuwe Wetboek van Canoniek Recht van 1983 staat in canon 844 §2 toe dat katholieken – in strijd met de traditionele discipline – onder bepaalde omstandigheden de biecht afleggen bij een schismatieke priester en erkent terloops de gebruikelijke geldigheid van het sacrament van de boete bij bepaalde schismatieken5. Toch weigert het decreet van 2 juli deze geldigheid van de biecht aan de priesters van de FSSPX. Door welke vreemde logica zou de biecht geldig zijn bij oosterse schismatieken, maar ongeldig bij een FSSPX die als schismatiek wordt beschouwd?
- Canon 1117 van hetzelfde Wetboek stelt degenen die in het schisma zijn geboren vrij van de verplichting om de „canonieke vorm” van het huwelijk na te leven. Met andere woorden: huwelijken tussen schismatieken worden volgens het canoniek recht als geldig beschouwd. De nota van 2 juli verklaart daarentegen huwelijken binnen de FSSPX ongeldig, maar beschouwt de FSSPX tegelijkertijd sinds 1988 als schismatiek, met het risico op een volslagen tegenstrijdigheid6.
- Kardinaal Ratzinger zei over de oosterse schismatieken dat „Rome van het Oosten, wat betreft de leer van het primaat, niet meer mag eisen dan wat in het eerste millennium is geformuleerd en beleefd.”7 De nota van het Dicasterie voor de Geloofsleer eist daarentegen van de leden van de FSSPX dat ze erkennen dat Vaticanum II een authentiek leergezag is waaraan gehoorzaamheid verschuldigd is. Van de eersten wordt de eerste duizend jaar gevraagd; van de FSSPX de laatste vijftig jaar.
- In navolging van Johannes Paulus II erkent Rome de oosterse schismatieken nu als „zusterkerken”, en in officieel goedgekeurde Romeinse documenten is – in strijd met het door Bonifatius VIII afgekondigde dogma – bevestigd dat het primaat van de paus geen noodzakelijk element voor het heil is8 en dat de bekering van de oosterse schismatieken niet langer nagestreefd hoeft te worden. 9 Toch verklaarde de DDF op 2 juli, in bewoordingen waarvan men dacht dat ze na Vaticanum II spoorloos verdwenen waren, dat ‘alle gelovigen worden aangespoord om standvastig te blijven in de gemeenschap met de paus’. Dit was gericht aan de FSSPX, die juist het primaat van de paus benadrukt, tegen alle vernietigende collegialiteit in die het pauselijk gezag ondermijnt. Wat niet meer van toepassing is op de echte schismatieken die dit primaat niet erkennen, wordt nu theatraal opgeëist tegenover degenen die dit primaat juist al wel erkennen.
- De paus heeft de rode loper uitgerold om de „aartsbisschop” van Canterbury, Sarah Mullaly, met alle eerbetoon te ontvangen die een aartsbisschop toekomt, terwijl de katholieke leer noch de geldigheid van anglicaanse wijdingen, noch de wijding van vrouwen erkent, en bovendien standpunten verdedigt die ernstig indruisen tegen de traditionele moraal inzake homoseksualiteit, LGBT en abortus. Toch haast Rome zich niet om de brieven van de Algemeen-Overste van een volledig katholieke congregatie te beantwoorden, en weigert het hardnekkig om gehoor te geven aan zijn herhaalde verzoeken om door de paus te worden ontvangen.
- Op 26 maart jongstleden heeft Rome Mgr. Heiner Wilmer gepromoveerd van het bisdom Hildesheim naar dat van Münster, dat drie keer zo groot is. Toch is deze bisschop een openlijke voorstander van de Duitse ‘Synodale Weg’, waarvan de eisen steeds meer in de richting van een schisma of zelfs ketterij gaan: wijding van vrouwen, het ter discussie stellen van de seksuele moraal, het zegenen van koppels van hetzelfde geslacht. Rome beloont dus een bisschop die deze schismatieke koers volgt, terwijl het bisschoppen weigert aan degenen die ernaar streven het katholieke geloof intact te houden.
- Op 5 maart 2023 hield kardinaal Fernandez, toen nog aartsbisschop van La Plata, een preek waarin hij kritiek uitte op de traditionele theologie van de Kerk: “[De Kerk] heeft een hele filosofie en moraal ontwikkeld vol classificaties, om mensen in hokjes te stoppen, om ze etiketten op te plakken. ‘Die is zo, die is zo. Die mag de communie ontvangen, die niet. Die kun je vergeven, die niet...’ Het is vreselijk dat dit ons in de Kerk is overkomen. Godzijdank helpt paus Franciscus ons om ons van die patronen te bevrijden.” Maar degene die uitsluiting en etiketten zo afwees, spreekt vandaag de dag de uitsluiting uit van zoveel gelovigen die gehecht zijn aan het katholieke geloof, schikt ze onder het schandelijke etiket van ‘schismatieken’ en stelt de precieze sine qua non-voorwaarden vast voor de ‘terugkeer’ van de leden van de FSSPX.
Moeten we daaruit dan concluderen dat er twee categorieën schismatieken bestaan? De eersten, de ‘goede schismatieken’, die welwillend worden ontvangen wanneer ze daadwerkelijk katholieke dogma’s en het gezag van de Apostolische Stoel verwerpen. De tweede groep, de ‘slechte schismatieken’, die met onverbiddelijke strengheid worden behandeld omdat ze weigeren toe te kijken hoe de katholieke leer wordt aangetast, terwijl ze ernaar streven verenigd te blijven met de paus. Met andere woorden: slechte schismatieken… juist omdat ze geen schismatieken zijn.
Toch zit er in deze houding eigenlijk wel een zekere samenhang, waar Onze Heer al op zinspeelde toen Hij zei: “Niemand kan twee heren dienen; want ofwel zal hij de ene haten en de andere liefhebben, ofwel zal hij zich aan de ene hechten en de andere verachten” (Mt 6, 24). Men kan zich namelijk niet tot de randgebieden buiten de Kerk wenden zonder men tegelijkertijd van het centrum ervan te verwijderen. Men kan geen vriendschap aanbieden aan degenen die het katholieke geloof afwijzen, zonder uiteindelijk met argwaan te gaan kijken naar degenen die ernaar streven het intact te houden, en die vroeg of laat een levend verwijt en een obstakel worden.
Vanaf dat moment wordt het bijna onvermijdelijk dat degenen die het geloof afwijzen als partners worden behandeld, terwijl degenen die weigeren het op te geven de echte tegenstanders worden. De strengheid van Rome getuigt zo indirect van de integriteit van de FSSPX.
Abbé Frédéric Weil | FSSPX
- 1
Met name het pauselijk primaat, de pauselijke onfeilbaarheid en de Onbevlekte Ontvangenis.
- 2
Gezamenlijke verklaring van paus Paulus VI en patriarch Athenagoras van 7 december 1965.
- 3
Tenzij men het gewaagde standpunt inneemt dat de pausen zulke wijdingen accepteren, wat weer heel andere ernstige theologische problemen oplevert en nog een tegenstrijdigheid ten opzichte van de FSSPX.
- 4
Opvallend is dat het decreet uit 2009 alleen de vermeende excommunicaties van de vier bisschoppen ophief, zonder ooit de priesters van de FSSPX te noemen. Daaruit moet men concluderen dat Rome de priesters van de FSSPX niet als geëxcommuniceerd beschouwde, in tegenstelling tot de verrassende nota van 2 juli.
- 5
Canon 844 §2 „[…] het is de gelovigen die fysiek of moreel niet in staat zijn een beroep te doen op een katholieke bedienaar, toegestaan de sacramenten van de boete, de eucharistie en de ziekenzalving te ontvangen van niet-katholieke bedienaren, in wiens Kerk deze sacramenten geldig zijn. ” Deze canon veronderstelt logischerwijs dat het sacrament van de boete bij de schismatieken al gewoonlijk geldig is, zelfs vóór de hier besproken uitzondering. Het Directorium voor de toepassing van de principes en normen inzake oecumene uit 1993 neemt dezelfde bepaling over in nummer 123 en verduidelijkt dat dit geldt voor geestelijken van oosterse schismatieke kerken. Dit roept een bijkomende vraag op, want canon 966 eist dat de biechtvader deze bevoegdheid van het gezag heeft gekregen, net als canon 722 §2 van het Wetboek van de Oosterse Kerken. Op welke manier worden schismatieken geacht deze bevoegdheid om te biechten te hebben gekregen van een pauselijk gezag dat ze toch afwijzen? Twee hypothesen: – Ofwel kent Rome de schismatieken een plaatsvervangende algemene jurisdictie toe, in welk geval niet duidelijk is waarom zoiets aan de FSSPX zou worden geweigerd. – Ofwel baseert Rome zich op het nieuwe idee van Vaticanum II dat jurisdictie zou worden verleend door de bisschopswijding, om daaruit te concluderen dat de schismatische bisschoppen deze bevoegdheid om de biecht af te nemen aan hun priesters kunnen verlenen. Maar hoe zou Rome dan kunnen rechtvaardigen dat de FSSPX deze bevoegdheid niet heeft? Moeten we dan concluderen dat de FSSPX inderdaad geen jurisdictie heeft, zoals ze zelf beweert? Dat zou betekenen dat jurisdictie niet voortvloeit uit de wijding, in tegenstelling tot wat Vaticanum II stelt, en dus dat de FSSPX niet schismatisch is? Begrijp het maar als men het kan... Wat ons betreft, blijven we geldig de biecht afnemen op grond van een vervangende jurisdictie die voortvloeit uit de analogie van het recht (can. 20/CIC 1917; can. 19/CIC 1983).
- 6
Stel dat de FSSPX schismatisch zou zijn (wat we niet toegeven), dan zou het volgens het canoniek recht juist wel logisch zijn om de huwelijken van katholieken die tijdens hun leven ‘in het schisma zijn terechtgekomen’ als ongeldig te beschouwen, omdat ze dan zouden worden gezien als mensen die de Kerk via een formele handeling hebben verlaten. Daardoor vallen ze onder het Motu proprio Omnium in mentem van Benedictus XVI, dat hen verplicht tot de canonieke vorm en zo hun huwelijk ongeldig maakt. Maar dit zou nooit van toepassing kunnen zijn op twee partijen die na 1988 binnen de FSSPX zijn geboren, vanwege canon 1117. Moeten we de nota van 2 juli dan zien als een verborgen erkenning dat de gelovigen van de FSSPX grotendeels katholieken zijn die uit de officiële structuren komen? Of moeten we er uiteindelijk een bekentenis in zien dat de FSSPX niet schismatisch is en dus onderworpen is aan de algemene wetten van de Kerk over de canonieke vorm van het huwelijk? We laten Rome maar proberen hun eigen tegenstrijdigheden op te lossen en wij zullen van onze kant doorgaan met het geldig trouwen van gelovigen op grond van canon 1098/CIC 1917 (c. 1116/CIC 1983).
- 7
Joseph Ratzinger, Theologische Prinzipienlehre: Bausteine zur Fundamentaltheologie, München, 1982, p. 209 [Fr. vert.: Les Principes de la théologie catholique. Esquisse et matériaux, Parijs, Téqui, 1985, p. 222].
- 8
„Het ius divinum mag niet zo worden opgevat dat het universele primaat als permanente instelling rechtstreeks door Jezus tijdens zijn leven op aarde is ingesteld. Deze term betekent evenmin dat het universele primaat een ‘bron van de Kerk’ is, alsof het heil van Christus via dit primaat zou moeten verlopen. ” Anglican-Roman Catholic International Commission (ARCIC I), geciteerd door het Dicasterie voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen in De bisschop van Rome. Primaatschap en synodaliteit in de oecumenische dialogen en reacties op de encycliek Ut unum sint, gepubliceerd met goedkeuring van paus Franciscus, nr. 49.
- 9
„Deze vorm van ‚missionair apostolaat‘, [...] die ‚uniatisme‘ wordt genoemd, kan niet langer worden aanvaard, noch als methode die we moeten volgen, noch als model voor de eenheid waarnaar onze kerken streven. ” Gemengde Internationale Commissie voor de theologische dialoog tussen de katholieke en de orthodoxe kerk, Het uniatisme, een methode van eenheid uit het verleden, en de huidige zoektocht naar volledige gemeenschap (Verklaring van Balamand, 23 juni 1993), nr. 12, geciteerd door het Dicasterie voor de bevordering van de eenheid van de christenen in De bisschop van Rome. Primaatschap en synodaliteit in de oecumenische dialogen en de reacties op de encycliek Ut unum sint, gepubliceerd met goedkeuring van paus Franciscus, nr. 131.
(Bron: FSSPX Actualités)