Pater Pio en Mgr. Lefebvre: een feit en een leugen

Bron: District België - Nederland

Bij elke belangrijke gebeurtenis rond de Priesterbroederschap Sint-Pius X duikt steeds weer hetzelfde verhaal op. Na de bisschopswijdingen van 1 juli 2026 hebben verschillende websites en sociale media opnieuw de zogenaamde ‘profetie’ van Padre Pio verspreid, waarin hij aan Mgr. Marcel Lefebvre zou hebben voorspeld dat hij de paus niet zou gehoorzamen en een scheuring in de Kerk zou veroorzaken.

Hoewel dit verhaal wordt gepresenteerd als onweerlegbaar feit, ontbreekt het aan elke serieuze historische basis. Het is pas laat ontstaan, de bron is uiterst twijfelachtig, de enige getuige is onbekend bij de specialisten op het gebied van Padre Pio, en bovenal wordt het categorisch ontkend door Mgr. Lefebvre zelf in een eigenhandige brief uit 1990.

Een echte ontmoeting

Niemand betwist dat Mgr. Marcel Lefebvre Padre Pio heeft ontmoet; de ontmoeting vond plaats op 27 maart 1967, Paasmaandag, in San Giovanni Rotondo.

Als Algemeen-Overste van de Congregatie van de Heilige Geest kwam Mgr. Lefebvre de beroemde kapucijner vragen om te bidden voor het buitengewone generaal-kapittel dat de Spiritijnen op het punt stonden te houden in het kader van de uitvoering van de hervormingen die voortkwamen uit het Tweede Vaticaans Concilie. De ‘aggiornamento’ drong zich toen op in alle religieuze instituten en de Aartsbisschop vreesde nu al de ernstige gevolgen die deze veranderingen met zich mee zouden kunnen brengen.

Deze bezorgdheid vond weerklank bij Padre Pio. Kort daarvoor was ook de Algemeen-Overste van de kapucijnen bij hem gekomen om hem te vragen te bidden voor het generaal-kapittel van zijn orde, dat belast was met het opstellen van nieuwe constituties. Volgens verschillende getuigen zou de heilige monnik toen heftig hebben gereageerd door te zeggen: “Dat is allemaal geklets en onzin!” Toen hij later hoorde dat er nieuwe constituties in de maak waren, zou hij opnieuw zijn verdriet hebben geuit door uit te roepen: “Maar wat zijn jullie in vredesnaam aan het doen in Rome? Wat zijn jullie van plan? Jullie willen zelfs de regel van de heilige Franciscus veranderen!”

De ontmoeting tussen Mgr. Lefebvre en Padre Pio verliep echter heel eenvoudig: de Aartsbisschop werd vergezeld door pater Barbara en broeder Félin, een Spiritijn, terwijl Padre Pio, gesteund door twee kapucijnen, op weg was naar de biechtstoel. Nadat hij kort had uitgelegd waarom hij op bezoek was, vroeg Mgr. Lefebvre de heilige monnik om te bidden voor het kapittel van de Spiritijnen.

Toen hij vervolgens om zijn zegen vroeg, antwoordde Padre Pio met diepe nederigheid: “Nee, monseigneur, u moet mij zegenen!”

Mgr. Lefebvre gaf hem toen zijn bisschoppelijke zegen, Padre Pio kuste zijn ring en vervolgde zijn weg naar de biechtstoel.

Een inmiddels beroemde foto legt dit moment vast.

Hoewel er geen twijfel bestaat over de ontmoeting, is de inhoud van de zogenaamde „profetische dialoog“ uitsluitend gebaseerd op een laat getuigenis, dat niet door andere bronnen wordt bevestigd en expliciet wordt tegengesproken door Mgr. Lefebvre zelf.

Een verhaal dat pas zestien jaar later opdook

Het verhaal over de zogenaamde profetie verscheen pas in 1983 in de openbaarheid, zestien jaar na de gebeurtenissen en vijftien jaar na de dood van Padre Pio. Het werd gepubliceerd in La Domenica del Corriere van 23 april 1983, geschreven door Pier Carpi, die beweerde dit verhaal te hebben gehoord van een zekere professor Bruno Rabajotti, die werd voorgesteld als ooggetuige van de scène.

Maar in geen enkel document uit 1967 wordt dit gesprek genoemd, geen enkele onafhankelijke getuige bevestigt het, geen enkele bekende naaste van Padre Pio maakt er melding van en bovenal: het verhaal duikt pas op toen de crisis tussen Mgr. Lefebvre en Rome al breed bekend was bij het publiek. Alleen al deze constatering nodigt uit tot het grootste wantrouwen.

Onbetrouwbare bronnen

De persoonlijkheid van de auteur van het verhaal zelf versterkt deze twijfels nog: Pier Carpi was geen kerkhistoricus en ook geen wetenschappelijke biograaf van Padre Pio. Als productief schrijver stond hij vooral bekend om zijn boeken over esoterie, occultisme, geheime genootschappen, theosofie en zogenaamde profetieën.

Zijn naam komt trouwens voor op lijsten die verband houden met de vrijmetselaarsloge P2, hoewel hij ontkende daadwerkelijk lid te zijn geweest van die organisatie.

Ook de zogenaamde getuige, Bruno Rabajotti, roept veel vragen op. Deskundigen op het gebied van Padre Pio kunnen geen spoor vinden van deze mysterieuze ‘favoriete geestelijke zoon’, behalve in de boeken waarin hij zelf zijn herinneringen vertelt, en geen van de echte geestelijke zonen die het dichtst bij Padre Pio stonden, lijkt ooit van hem gehoord te hebben.

Een getuigenis vol onwaarschijnlijkheden

In 1987 verscheen in Italië Het geheim van Padre Pio van Franco Fede, waarin op zo’n dertig pagina’s de volledige getuigenis staat die aan Bruno Rabajotti wordt toegeschreven. Als men deze tekst leest, komt men tal van beweringen tegen die onverenigbaar zijn met de katholieke leer.

Rabajotti laat Padre Pio met name zeggen dat de gave van tongen geen bovennatuurlijke gave zou zijn die God bij wijze van uitzondering schenkt, maar een vermogen dat toegankelijk is voor iedereen die „de taal van de geest” kan spreken. Hij legt de heilige kapucijner ook uitspraken in de mond die suggereren dat mensen zich op de een of andere manier „zelf zouden kunnen redden” of „zichzelf zouden kunnen genezen” dankzij een eenvoudig innerlijk evenwicht.

De deskundigen van de zaligverklaring van Padre Pio hadden het trouwens goed door: dit getuigenis is nooit opgenomen in de officiële stukken van het proces.

Het antwoord van Mgr. Lefebvre

Omdat dit verhaal maar bleef rondgaan, reageerde Mgr. Lefebvre op 8 augustus 1990 persoonlijk op een priester van de Priesterbroederschap die hem vroeg wat hij van deze zogenaamde profetie moest denken.

Hier is die brief.

“Al jaren circuleert deze laster, deze complete verzinsel, in Italië. Ik heb het al ontkend, maar leugens zijn hardnekkig. Er staat geen woord van waarheid in die pagina van het tijdschrift waarvan u me een kopie hebt gestuurd.

De ontmoeting die plaatsvond na Pasen 1967 duurde twee minuten. Ik werd vergezeld door pater Barbara en broeder Félin, een Spiritijn. Ik kwam Padre Pio tegen in een gang, terwijl hij op weg was naar de biechtstoel, gesteund door twee kapucijnen.

Ik legde hem in een paar woorden uit waarom ik er was: om hem te vragen de Congregatie van de Heilige Geest te zegenen, die net als alle andere religieuze congregaties een buitengewoon generaal-kapittel zou houden in het teken van het aggiornamento – een kapittel waarvan ik vreesde dat het tot ernstige problemen zou leiden.

Toen riep Padre Pio uit: “Ik, een aartsbisschop zegenen? Nee, nee! Jij bent het die mij moet zegenen!”

En hij boog zich voorover om mijn zegen te ontvangen. Ik zegende hem. Hij kuste mijn bisschopsring en vervolgde zijn weg naar de biechtstoel.

Dat was de hele ontmoeting, niet meer en niet minder.

Het verzinnen van een verhaal zoals dat waarvan u me een kopie hebt gestuurd, vereist een duivelse verbeeldingskracht en een ware neiging tot leugens. De schrijver ervan is een zoon van de vader van de leugen.

Bedankt dat u me de kans geeft om nogmaals de simpele waarheid recht te zetten.

Hartelijke groeten in Christus en Maria.

✠ Marcel Lefebvre”

De duidelijkheid van deze ontkenning laat geen ruimte voor dubbelzinnigheid: Mgr. Lefebvre noemt dit verhaal „laster”, een „volledig verzonnen verhaal” en een „leugen”.

Een legende die door herhaling in stand wordt gehouden

Ondanks deze expliciete ontkenning bleef het verhaal de ronde doen; het werd overgenomen in verschillende populair-wetenschappelijke boeken over Padre Pio, met name in de Engelstalige wereld, waar het boek Padre Pio Gleanings de dialoog zonder enige kritische analyse weergeeft.

De heiligverklaring van Padre Pio in 2002 gaf deze legende weer meer bekendheid; sindsdien wordt het verhaal regelmatig op internet gedeeld, en de wijdingen op 1 juli 2026 zorgden ervoor dat het weer volop in het nieuws kwam.

Een leugen kan in een oogwenk de wereld rondgaan, terwijl de waarheid soms jaren nodig heeft om de feiten recht te zetten, maar uiteindelijk komt ze altijd aan het licht voor wie er oprecht naar op zoek is.