Écône 2026 | De preek van pater Pagliarani bij de bisschopswijdingen
Preek van pater Davide Pagliarani, algemeen overste van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, gehouden ter gelegenheid van de bisschopswijdingen die op 1 juli 2026 in Écône hebben plaatsgevonden.
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Monseigneurs, beste medebroeders, beste zusters, zeer dierbare gelovigen,
Eindelijk is deze dag aangebroken. Wat een vreugde om u zo talrijk te zien, afkomstig uit alle hoeken van de wereld!
Allereerst wil ik mijn dank uitspreken voor de grootmoedige inzet van allen die deze dag hebben voorbereid, enerzijds allen die zich met toewijding hebben ingezet voor de praktische organisatie, anderzijds alle medebroeders die de harten, de geesten en de verstanden op deze dag hebben voorbereid, en u allen die op deze ongetwijfeld historische dag de moeite hebben genomen om hier als pelgrims naartoe te komen.
Een uiting van geloof
Wat is eigenlijk de betekenis van deze dag? Waarom zijn we hier? Hoe moeten we deze wijdingen begrijpen?
Deze wijdingen zijn een ingrijpende gebeurtenis, waarvoor het onmogelijk is onverschillig te blijven. Wat betekent dit voor ons?
Allereerst moet deze ceremonie een uiting van geloof zijn. Dat is heel belangrijk.
We kiezen niet wat we wel of niet moeten geloven; we kunnen het geloof niet veranderen, herinterpreteren of heroverwegen – dat kunnen we niet. We hebben simpelweg de plicht om het geloof te bewaren dat de Kerk altijd heeft onderwezen; we moeten ervan houden, ernaar leven en het doorgeven.
Als we Onze Heer werkelijk liefhebben, hebben we de plicht om deze goederen te delen die ons in de eerste plaats via het geloof ten deel vallen. Wie niet dit verlangen heeft om het geloof door te geven, geeft daarmee aan dat hij zelf niet meer uit het geloof leeft. Hoe meer het geloof wordt aangevallen, hoe meer het verdwijnt, hoe dringender deze plicht wordt, want zonder het geloof is het onmogelijk God te behagen, is het onmogelijk goed te leven, is het onmogelijk gered te worden. En wij nemen vandaag uitzonderlijke maatregelen, in verhouding tot deze noodzaak.
Een vals dilemma: het geloof of de Kerk
Sommigen zouden dus kunnen denken dat we voor een dilemma staan. ‘We kiezen voor het integrale geloof, maar we scheiden ons af van de Kerk.’ We zouden aan het kiezen zijn tussen het geloof en de Kerk. Breken we met de Kerk om het geloof te behouden?
Dat is een vals dilemma.
Men behoort immers in de eerste plaats tot de Kerk door het geloof, door de volledige belijdenis van het geloof, door de volledige belijdenis van het geloof van de Kerk. Net zoals men tot een natie behoort omdat men dezelfde taal spreekt, dezelfde identiteit en dezelfde cultuur deelt; net zoals men tot een familie behoort omdat men dezelfde naam draagt, omdat men in hetzelfde huis woont; zo behoort men ook tot de Kerk omdat men hetzelfde geloof belijdt.
Het is dus een vals dilemma waar we niet in mogen trappen, want we kunnen niet kiezen tussen het geloof en de Kerk; niemand kan die keuze maken. Wij willen het geloof van de Kerk om in de Kerk te blijven. Wij willen de Kerk door het geloof, in het geloof.
Het is heel belangrijk om dit te begrijpen, ook al willen degenen met wie wij te maken hebben het niet begrijpen. Dit alles is geen mening, geen gevoelskwestie, geen keuze: het is een noodzaak.
Men beschuldigt ons ervan dat we de paus niet liefhebben, men beschuldigt ons ervan dat we hem niet respecteren. Maar juist omdat we de paus oprecht liefhebben, als Plaatsvervanger van Christus, als hoofd van de Kerk, willen we niet langer zien hoe de paus wordt vernederd naast valse herders, vertegenwoordigers van valse religies. Hoe vaak hebben we dat in al die jaren niet gezien?
Juist omdat wij de Plaatsvervanger van Christus liefhebben, willen wij deze vernedering voor de paus niet langer, een vernedering die ook op de hele Kerk terugslaat, die op gelijke voet wordt geplaatst met valse religies.
Wij spreken de taal van het geloof
Maar goed, we hebben dit alles al meerdere malen uitgelegd. We hebben het uitgelegd in bijna alle talen die er op aarde bestaan.
Waarom worden we niet begrepen? Waarom spreken we eigenlijk ‘verschillende talen’?
Wij spreken de taal van het geloof; wij willen het geloof in al zijn eenvoud, het is niet ingewikkeld. Het Credo is niet ingewikkeld; de geloofsbelijdenis die de toekomstige bisschoppen zojuist hebben afgelegd, is niet ingewikkeld; iedereen kan die begrijpen.
Wij spreken de taal van het geloof, de taal van de Traditie. En daar tegenover hebben we te maken met een taal die zich op een ander niveau bevindt, die over andere dingen spreekt. Het is de taal van inclusie, van luisteren, van dialoog, van begeleiding.
Wij willen het geloof. En vervolgens begeleiden wij de mensen vanuit het geloof. Wij luisteren naar de mensen vanuit het geloof, om hen tot het geloof te brengen en hen te bekeren.
Om hen te bekeren, moeten we ophouden met ‘praten om het praten zelf’, ‘samen te wandelen’. Het is genoeg! Dat is niet wat de mensen nodig hebben. De mensen hebben Onze Heer nodig, en Onze Heer, die kennen we, dat kunnen we door het geloof, en door het integrale katholieke geloof, er is er maar één.
Daarom is het zo moeilijk om elkaar te begrijpen. We spreken helaas verschillende talen, en talen die, na verloop van tijd, helaas steeds verder uit elkaar groeien.
De hoogste wet van God: het heil van de zielen
Wij beleven deze wijdingen ook in hoop.
Wij beleven ze niet in polemiek, noch in spanning, noch in bitterheid, noch in wrok. Wij beleven deze wijdingen in vreugde en in hoop.
Waarom?
In 1988 voorspelden degenen die de Priesterbroederschap veroordeelden haar ontbinding. De Voorzienigheid had echter een ander plan. Waarom had de Voorzienigheid een ander plan? Uw aanwezigheid hier vandaag maakt dat duidelijk. God heeft ons niet in de steek gelaten en God zal ons niet in de steek laten. Al die jaren hebben dat aangetoond, en deze wijdingen tonen het opnieuw aan.
Maar waarom kan God ons niet in de steek laten?
Het antwoord is heel eenvoudig. God heeft maar één gedachte, maar één verlangen, maar één wil: dat is de redding van de zielen. Als er iemand is die het principe dat de hoogste wet de redding van de zielen is, letterlijk toepast, dan is het God zelf. Het is Zijn wet, en Hij past die altijd letterlijk toe.
Daarom heeft Hij, tegen alle menselijke verbeelding en verwachting in, Zijn Zoon gezonden om zielen te redden. Hij heeft Zijn Zoon gevraagd om mens te worden en aan het Kruis te sterven.
Waarom?
Omdat de hoogste wet, de Wet van God, het heil van de zielen is. Daarom heeft God ons niet in de steek gelaten en zal Hij ons ook niet in de steek laten; Hij zal ons altijd middelen verschaffen die in verhouding staan tot onze noden.
Hoewel het Verlossingswerk door mensen kan worden belemmerd, zal het nooit door God worden belemmerd. Maar hoe meer we lijden, hoe meer we strijden, hoe meer we proberen Hem trouw te blijven, des te meer is Hij bij ons; Hij laat ons dat zien.
Soms wankelen we, kunnen we twijfels hebben, kunnen we ontmoedigd raken. Maar de beloften van Onze Heer zijn allemaal onverbrekelijk; Hij houdt zich er altijd aan. En vandaag geeft Hij ons daar een bewijs van.
Als we blijven zoeken naar de wil van God, het welzijn van de zielen, koste wat het kost, zal ons nooit, nooit iets ontbreken.
De Kerk dienen als een Moeder
Maar bovenal moeten deze wijdingen worden begrepen en beleefd in een geest van liefde: liefde jegens de zielen, en vooral liefde jegens de Kerk. Hoe meer de zielen de weg kwijt zijn, hoe meer we ze moeten zoeken en ondersteunen.
Hoe meer de Kerk wordt geminacht, hoe meer de glans van haar goddelijkheid wordt verduisterd, hoe meer we haar moeten liefhebben, haar moeten dienen, en bereid moeten zijn om elke prijs te betalen om de Kerk te dienen.
Het grootste offer dat God van ons kan vragen, is dat we als rebellen worden behandeld, terwijl we de Kerk willen dienen en liefhebben als een Moeder. Wat een offer vraagt God van ons: dat we als rebellen worden behandeld, als rebellen worden beschouwd!
Wij willen de Kerk dienen als een moeder. Een moeder in moeilijkheden, onder druk, lijdend; een moeder die soms ook verraden wordt; een moeder die hulp nodig heeft en die het verdient dat wij haar helpen, dat wij iets doen ter wille van alles wat zij ons heeft gegeven.
Alles wat wij hebben ontvangen, hebben wij ontvangen via de Kerk, in de Kerk. Het geloof waarvan we vandaag getuigen en waarnaar we willen leven, komt ons van de Kerk.
Het is in naam van wat we van haar hebben ontvangen, en het is in naam van wat zij is — de Bruid van Christus, Zijn mystieke Lichaam, het is in naam van dit alles dat we het mogelijke, het uiterste, moeten doen om haar te helpen en te steunen.
Zouden we onverschillig kunnen blijven, zonder iets te doen? “Dat is niet ons probleem! Dat wordt niet van ons gevraagd!” Kan de Priesterbroederschap onverschillig blijven? Nee. Dat zou verraad aan de Kerk zijn, dat zou een tekortkoming in de liefde zijn, dat kunnen we niet doen.
Het Kostbare Bloed, het enige geneesmiddel
Er zullen vragen zijn, en het feest van vandaag, het feest van het Kostbare Bloed, drukt – als bij voorzienigheid – de betekenis van deze wijdingen perfect uit en vat deze samen. Dit feest stelt ons in staat om alles terug te voeren tot één enkel punt: het Bloed van Onze Heer, het Kostbare Bloed van Onze Heer.
Wie het Kostbare Bloed van Onze Heer niet kent, wie het niet liefheeft, wie het niet aanbidt, kent Onze Heer niet, kent de Verlossing niet. En wie Onze Heer niet kent, weet niets, heeft niets begrepen.
Het Kostbare Bloed is het enige middel, het enige, het eerste en het laatste, tegen alle kwalen die de mensheid teisteren.
Waarom?
Omdat alle kwalen voortkomen uit de zonde, en het geneesmiddel tegen de zonde is het Kostbare Bloed van Onze Heer.
De verheerlijking van de mens
Alle kwalen komen voort uit de zonde, en uit één zonde in het bijzonder waarop ik uw aandacht vestig. Deze zonde is altijd dezelfde, vanaf het begin van de mensheid tot op de dag van vandaag: het is de verheerlijking van de mens. Men is erdoor doordrenkt, men raakt letterlijk verzadigd van deze verheerlijking van de mens, overal.
De mens die vol wonderen is, de mens die volmaakt is, de mens die verbazingwekkend is, de mens die een oneindige waardigheid zou hebben… Welnu, dit alles leidt in werkelijkheid tot hoogmoed. En op de lange termijn leidt dit tot minachting voor God en tot afvalligheid, tot stille afvalligheid. Daar komt het vandaan.
En hoe meer men de mens op een waanzinnige, fanatieke manier verheerlijkt, hoe meer men de mens uiteindelijk van God verwijdert, en van zijn volmaaktheid en zijn ware geluk; het is een ramp. De mens, vol rechten, vol van zichzelf, is niet in staat zich tot God te wenden, niet in staat te erkennen dat hij door de zonde gekwetst is en dat hij Verlossing nodig heeft. Hij heeft Onze Heer nodig, hij heeft Zijn Kostbaar Bloed nodig.
Dat is het grote kwaad van vandaag, van de hele geschiedenis: het kwaad dat alle andere omvat. Deze plaag is een ramp, het is een obsessieve gedachte die, laten we dat toegeven, zelfs diep in de Kerk doordringt. Deze plaag maakt blind, ze verlamt de zielen. Dit is niet wat de zielen terugbrengt naar God.
De wijsheid van het Kruis prediken
Welnu, wij willen iets doen met deze wijdingen, wij willen het Kostbare Bloed van Onze Heer blijven prediken, en wij willen het, in zekere zin, blijven uitstorten over de zielen.
Het is op dit Bloed dat Onze Heer Zijn Kerk sticht, het Nieuwe en Eeuwige Verbond; er is er maar één Verbond. Wie denkt dat er twee zijn, of dat er drie zijn, gelooft in werkelijkheid niet meer in de oneindige en unieke waarde van het Bloed van Onze Heer.
Als we het hebben over de waarde van het Kostbare Bloed van Onze Heer, mogen we niet vergeten waar het vandaan komt. Het is gevormd, voortgebracht en ons geschonken in het zeer zuivere bloed van O.L.-Vrouw; het is O.L.-Vrouw die het Woord volledig van Zijn mensheid voorziet; het is in haar zeer zuivere, onbevlekte bloed dat, op het moment van de Menswording, het Bloed van Onze Heer wordt gevormd; zij is het die het samen met Onze Heer aanbiedt voor onze Verlossing.
Zij is het die het aanbiedt; zij is de eerste die het uit de wonden van Onze Heer ziet vloeien; zij ziet het onder het hout van het Kruis vloeien; zij is het die het aan de voet van het Kruis opvangt, zij is het die het ook vandaag nog op het altaar bewaart, zij is het die tijdens de Mis genaden over de zielen uitstort, zij is het die de waarde ervan ten volle begrijpt, en altijd aan de zijde van Onze Heer staat.
Wat een mysterie! Wat een mysterie, deze verbondenheid van O.L.-Vrouw met haar goddelijke Zoon, altijd aan Zijn zijde!
Ziet u hoe ons hele geloof, onze godsdienst, onze liefde draait om het Bloed van Onze Heer, want alles draait om het Kruis.
Zie, beste medebroeders die straks bekleed zullen worden met de volheid van het Priesterschap, met de volheid van het Priesterschap van Onze Heer, zie, in enkele woorden, wat jullie zullen moeten verdedigen, wat jullie zullen moeten prediken.
Wat een eer, en wat een verantwoordelijkheid!
De Verlossing prediken door het woord, en haar verspreiden door de Sacramenten, de wijsheid van het Kruis prediken: een aanstoot voor de Joden en dwaasheid voor de heidenen. Dwaasheid, vooral vandaag de dag, voor een afvallige wereld die het niet kan begrijpen, die het niet wil begrijpen.
Deze wijsheid van het Kruis is het enige tegengif tegen dit humanisme dat leidt tot onverschilligheid, tot afvalligheid. Dit humanisme moet u altijd in het vizier houden.
Als lammeren midden onder de wolven
En welk advies kunnen wij jullie geven?
Jullie missie, wat jullie gaan doen, is zo delicaat, zo belangrijk, zo groots, dat ik liever het woord aan Onze Heer zelf geef door uit het Evangelie te citeren.
Welk advies geeft Onze Heer u vandaag? Welk advies gaf Onze Heer aan de Apostelen toen Hij hen uitzond om te prediken?
“Zie, Ik zend u uit als lammeren midden onder de wolven.”
Het lam: een prachtig beeld van Onze Heer, een prachtig beeld van de bisschop.
Dit betekent dat u in de eerste plaats moet prediken door de onschuld van uw leven; het is de onschuld, de zuiverheid van uw leven en uw zeden die morele autoriteit zullen verlenen aan alles wat u gaat prediken.
Een lam zijn betekent ook, en vooral, volmaakte volgzaamheid, volmaakte onderwerping aan de Wil van God. Net zoals Onze Heer voortdurend onderworpen is aan de Wil van Zijn Vader, zo moeten ook jullie, in nog hogere mate, vanaf vandaag, altijd Zijn wil zoeken.
Het Lam van God en de Leeuw van Juda
Maar vergeet één ding niet: Onze Heer, die het Lam van God is, is ook de Leeuw van Juda.
Hoe kan men tegelijkertijd een lam en een leeuw zijn?
Dat komt doordat Onze Heer, hoe volgzaam Hij ook is aan de Wil van de Vader, zich nooit buigt voor de geest van de wereld. Om de Vader volmaakt te dienen, botst Hij noodzakelijkerwijs met de geest van de wereld, met de geest van de vorst van deze wereld.
En zo ook de bisschop: hoe gehoorzaam hij ook is aan de Wil van God, zo verdedigt hij tegenover de wereld voortdurend de rechten van Onze Heer, en niet de rechten van de mens.
En een leeuw vlucht nooit, een leeuw deinst niet terug en bovenal: een leeuw buigt niet. Buig nooit voor deze geest van de wereld, geef geen krimp, deins niet terug; de wijding zal u een onweerstaanbare kracht geven.
Vanaf vandaag zijn er overal ter wereld mensen die u gadeslaan, naar u luisteren. Over dertig, veertig jaar moeten zij kunnen zeggen:
“Zij hebben zich niet onderworpen. Zij hebben hun knieën niet gebogen voor deze geest van de wereld. Zij hebben hun knieën alleen gebogen voor Onze Heer, de Koning.”
Dat is het mooiste wat men bij jullie dood over jullie zal kunnen zeggen, de mooiste herinnering die jullie kunnen achterlaten.
De voorzichtigheid van de slang
En Onze Heer geeft jullie nog een raad:
“Wees eenvoudig als duiven en voorzichtig als slangen.”
Waarom moeten we als slangen zijn? Waarom moet een bisschop als een slang zijn?
Dat is om de dubbelzinnigheid, de ambiguïteit en de sluwheid die in de wereld en bij de vijanden van het Kruis aanwezig zijn te onderscheiden, te doorzien en te herkennen. Uw ergste vijanden zullen u niet frontaal aanvallen; zij zullen proberen u geleidelijk te laten afglijden naar een iets modernere kijk op het geloof, het christelijk leven en de relaties met de wereld; dat moet u weten.
Als jullie dit gevaar waarnemen, neem dan afstand, bid, observeer, vraag advies, weeg de situatie af, blijf roerloos voordat jullie reageren, net als een slang. Wanneer jullie reageren, wanneer de Heilige Geest jullie het nodige inzicht geeft om te handelen, doe dat dan en wijk nooit meer terug.
Dat is wat het betekent om als een slang te zijn: de dubbelzinnigheid, de onduidelijkheid en de sluwheid in de wereld doorzien, en spreken en prediken als duiven: eenvoudig, zonder dubbelzinnigheid en zonder vrees, rechtuit, zonder ambiguïteit. De dubbelzinnigheid die men bij anderen moet onderscheiden, mag nooit de uwe zijn.
Het zwaard van het geloof
En wat zegt Jezus nog meer? Wat zegt Onze Heer?
“De broeder zal zijn broeder verraden, de vader zijn kind, en jullie zullen door iedereen gehaat worden omwille van Mij, omwille van Mijn Naam. Vrees niet, want er is niets verborgen dat niet zal worden onthuld, niets geheim dat niet bekend zal worden.”
Vrees niet, zegt Onze Heer ons. Laat alles maar aan Mij over, laat Mij oordelen, Ik zal zelf ingrijpen wanneer dat nodig is.
Hij heeft maar één zorg. Welke?
“Ieder die Mij voor de mensen erkent, zal ook door Mij erkend worden voor mijn Vader die in de hemelen is.”
Ieder die Mijn rechten, Mijn Godheid, Mijn Kerk, Mijn geloof erkent.
“Denk niet dat ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen, maar het zwaard.”
Dit zijn de woorden van Onze Heer die Hij in het bijzonder tot u richt.
Over enkele ogenblikken, wanneer de wijdende bisschop u de bisschopsstaf zal overhandigen, zal Onze Heer u een zwaard geven: Zijn zwaard, het zwaard van het Evangelie, het zwaard van het geloof. Door het geloof, en alleen door het geloof, kan men de wereld overwinnen, en de wereld is al overwonnen door het geloof.
Dit zwaard behoort vanaf vandaag op een bijzondere wijze u toe, en God zal u een bijzondere kracht schenken om het te hanteren, om het te gebruiken in goede en in slechte tijden.
“De mens zal zijn eigen huisgenoten tot vijanden hebben.”
Men kan niet door iedereen begrepen worden, men kan het niet met iedereen eens zijn.
Is dat een tragedie? Is dat iets onbegrijpelijks? Nee. Het is de Wet van het Evangelie, het is de Wet van het Kruis.
Dit zijn de raadgevingen die Onze Heer u vandaag via het Evangelie geeft.
De heilige Cyrillus en Mgr. Lefebvre
En voordat we afsluiten, mogen we vandaag niet vergeten u aan te bevelen aan al die duizenden heilige bisschoppen die u in de geschiedenis van de Kerk zijn voorgegaan.
We zullen er twee noemen: één uit de christelijke oudheid, en één die veel dichter bij ons staat.
De eerste is de heilige Cyrillus, de heilige Cyrillus van Alexandrië.
De liturgie zegt over hem het mooiste wat men over een bisschop kan zeggen: zelus fidei sollicitus. Hij had maar één zorg: de zuiverheid van het geloof. Wat een prachtig levensprogramma voor een bisschop! En hij is de geschiedenis ingegaan als de grote verdediger van het goddelijke Moederschap, gehaat door de ketters.
De liturgie voegt eraan toe: propter fidem multa perpessus est. En daarom, vanwege zijn zorg voor het geloof, heeft hij veel geleden. Bereid u daarop voor, men kan het integrale geloof niet verdedigen zonder te lijden.
Hij werd van alle misdaden beschuldigd, zelfs na zijn dood. Hij schaamde zich niet voor Onze Heer, hij schaamde zich niet voor O.L.-Vrouw.
Een andere bisschop, die uw voorbeeld is, dichter bij ons staat en nog niet heilig verklaard is: Mgr. Lefebvre, ongetwijfeld.
Ook van hem kunnen we zeggen: zelus fidei sollicitus en multa perpessus. Hij had maar één zorg: het geloof, en daarvoor heeft hij veel geleden.
Hij zag heel goed hoe dit geloof samenvat in de heilige Mis, in de verdediging van de heilige Mis, van het Kostbare Bloed van Onze Heer. Wat een wijsheid!
Hoe heeft hij, zoveel jaren geleden, de oorzaken van de crisis met zo’n helderheid, zo’n scherpzinnigheid, zo’n kracht kunnen doorgronden?
Het is de wijsheid van het Kruis; het kruis dat hij droeg, was de bron van zijn wijsheid. Vandaag, meer dan ooit, is zijn geest onder ons; hij moedigt ons aan, hij bidt voor ons, hij bidt in het bijzonder voor u, hij wijst ons de weg die we moeten volgen, geleid door deze wijsheid van het Kruis.
“Maar de leerling is niet groter dan zijn meester; het is voor de leerling voldoende om behandeld te worden zoals zijn meester.”
Dit zijn nog steeds de woorden van Onze Heer. Welnu, achtendertig jaar geleden hebben zij een heilige veroordeeld.
Verheug u en juich van vreugde
Moeten we iets anders verwachten? Moeten we bang zijn? Moeten we in paniek raken?
De vraag is zo belangrijk dat ik nogmaals het woord aan Onze Heer zelf geef; Hij is het die u antwoordt:
“Zalig zijt gij, als u de mensen smaden, en vervolgen, en valselijk alle kwaad tegen u spreken, om Mijnentwil, omwille van Mijn koningschap, omwille van Mijn rechten, omwille van Mijn wet, omwille van Mijn geloof, omwille van Mijn geboden.
Verheug u, juich van vreugde, want uw beloning is groot in de hemel.”
In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
Source : FSSPX