Het priesterlijk celibaat: een onderzoek (deel 2)

Bron: District België - Nederland

Hoofdstuk 2. Twee aanbevelingen van Sint-Paulus

Bezwaar: Sint-Paulus zegt tot tweemaal toe uitdrukkelijk dat priesters en bisschoppen gehuwd kunnen zijn: “Een leider in de gemeente [episcoop of bisschop, NVDV] moet onberispelijk zijn, de man van één vrouw (unius uxoris virum)”.[1]

Antwoord: We moeten bij de Traditie te rade gaan voor de juiste interpretatie van die passage. Wanneer de heilige Paulus zegt dat een bisschop de man van één enkele vrouw moet zijn, wil hij volgens de kerkvaders hertrouwde weduwnaars van het priesterschap uitsluiten. Hij had [namelijk] geen goed oog in tweede huwelijken. De heilige Johannes Chrysostomus schrijft met betrekking tot de bisschop: “Het is toegestaan dat het een man met een echtgenote is, maar op voorwaarde dat hij leeft alsof hij er geen had”.[2] Dezelfde interpretatie is te vinden bij Sint-Ambrosius[3] en Sint-Hiëronymus[4]. De heilige Paulus spreekt hier dus van weduwnaars of mannen die in onthouding leven ondanks dat ze getrouwd zijn. In diezelfde zin beschouwt het Wetboek Kerkelijk Recht van 1917 (canon 984, 4°) achtereenvolgende bigamie als een beletsel (“irregulariteit”) om wijdingen te ontvangen, omdat in dit geval de kuisheid van de geestelijke na diens wijding minder gewaarborgd is. Zoals de Pausen Sint-Siricius en Sint-Innocentius I toelichten, heeft de heilige Paulus dat dus gezegd om er zeker van te zijn dat de kandidaat in staat zal zijn om in onthouding te leven wanneer hij gewijd zal zijn. Maar dat laat geenszins priesters toe met een vrouw samen te leven.
 


[1] I Tim. III, 2; zie ook Tit. I, 6 [“onberispelijke mannen, trouwe echtgenoten (unius uxoris vir), wier kinderen gelovigen zijn en niet in opspraak wegens losbandigheid of tuchteloosheid”].

[2] In epI ad Timotheum, hfdst. III.

[3] Brief 63 aan de Kerk van Vercelli.

[4] Adversus Jovinianum, I, 34.