Woordje van de Districtsoverste november 2025: Het is 100 jaar geleden

Bron: District België - Nederland

Het ‘Onze Vader’ is een prachtig gebed dat we dagelijks bidden. Het is ons overgeleverd door onze Heer Jezus Christus en is daarom volmaakt. Het bevat zeven verzoeken in een bepaalde volgorde, die uiteraard niet toevallig is. Eerst vragen we om het doel, namelijk de glorie van God, en daarna om de middelen die tot dat doel leiden. 

Als we deze middelen waarmee God Zijn glorie op aarde en in de hemel wil vestigen nader bekijken, lezen we onder de zeven verzoeken het volgende: “Uw koninkrijk kome!” Met andere woorden, in Zijn wijsheid maakt God Zijn glorie afhankelijk van Zijn koninkrijk. En Zijn koninkrijk zal hoofdzakelijk worden verkregen door het gebed van de mensen. Hij dringt zich niet tiranniek op. Hij wil dat Zijn koninkrijk vrijelijk wordt begrepen en begeerd. Onze Heer Jezus Christus, ware God en ware mens, moet regeren. “Hij moet regeren!” (1 Kor. XV, 25), roept de heilige Paulus uit.

Maar heeft Onze-Lieve-Heer werkelijk het recht om te eisen dat Hij over mensen en samenlevingen heerst? Paus Pius XI durft dit zonder aarzelen te bevestigen in zijn magistrale encycliek “Quas Primas”, waarvan we dit jaar de honderdste verjaardag vieren (11 december 1925). Om twee redenen: Onze-Lieve-Heer is in de eerste plaats koning van nature vanwege zijn goddelijkheid en bijgevolg op grond van een aangeboren recht. Maar Hij is ook koning door verovering, op grond van een verworven recht, vanwege Zijn overwinning op het Kruis tegen Satan, de zonde en de wereld. Zo heeft Hij het verdiend om Zijn heerschappij over de zielen en de samenlevingen terug te krijgen. Leo XIII verduidelijkt een belangrijk punt: het Koningschap van Onze-Lieve-Heer strekt zich uit over “alle mensen, zelfs zij die het christelijk geloof vreemd zijn, zodat het rijk van Christus Jezus in strikte zin de universaliteit van het menselijk geslacht is” (encycliek Annum sacrum van 25 mei 1899). 

De staatshoofden moeten dit koningschap van Christus publiekelijk erkennen. Het is een plicht van rechtvaardigheid waarvoor zij verantwoording zullen moeten afleggen, omdat zij hun macht aan Christus ontlenen. Dat is wat Onze-Lieve-Heer aan Pilatus herinnert: “U zou geen macht over Mij hebben, als het u niet van boven was gegeven” (Johannes XIX, 11). Het is een plicht jegens hun onderdanen, voor wie zij wetten en instellingen moeten instellen om hun heil mogelijk te maken. Het is een plicht jegens de Kerk, die in haar missie moet worden ondersteund.

Dit koningschap van Christus gaat ons in de eerste plaats aan, want het is, zoals Pius XI in zijn encycliek zegt, “voornamelijk geestelijk en heeft vooral betrekking op de geestelijke orde”. Met andere woorden, Onze-Lieve-Heer wil in de eerste plaats in onze zielen heersen. Dit Koningschap heeft een betekenis: Onze Heer moet de Prins zijn, dat wil zeggen de princeps, de eerste, het fundament van al onze gedachten, onze verlangens, onze intenties, onze daden en onze handelingen. Hij moet ook het uiteindelijke doel zijn van al onze innerlijke en uiterlijke werken. Zonder deze heerschappij is onze redding moeilijk, want de natuur verafschuwt leegte, en als onze Heer geen Koning is, wordt er plaats gemaakt voor Satan en zijn handlangers. Ofwel aanvaarden we de invloed van de genade en de heerschappij van Onze Heer, ofwel willen we onder de heerschappij van de wellust en Satan staan. Ofwel strijden we voor vrede in onze ziel, de vrucht van orde en gerechtigheid, ofwel laten we ons gaan aan al onze ongebreidelde hartstochten en zullen we het dictaat van nooit verzadigde hartstochten kennen.

Dit perspectief herinnert ons aan de waarheid van onze absolute afhankelijkheid als schepselen. Dat is zowel duizelingwekkend als geruststellend. Als we inderdaad kiezen voor de heerschappij van Christus, dan zal onze Koning het lot van onze ziel in handen nemen en zich aansluiten bij onze strijd om de overwinning. Dat is een zekerheid: “Allen die op U vertrouwen, zullen niet beschaamd worden” (Ps. XXV, 3). 

Deze heerschappij moet totaal zijn. Ze moet zich uitstrekken over alle delen van onze ziel. Maar ... zijn er niet enkele “rechteloze” zones in onze ziel waarin we absolute onafhankelijkheid willen behouden: een slechte gewoonte die we niet hebben afgeleerd; een ‘maar’ of een ‘op voorwaarde dat’ wanneer de plicht roept; een volmaaktheid die we kunnen bereiken, maar dan ‘morgen’. Onze Heer heerst in zulke gevallen niet echt. Hij heeft in die gevallen geen totale macht over onze ziel: de vrede is nog niet verworven. 

We moeten met heel ons hart strijden om ervoor te zorgen dat dit Koningschap geen rationeel begrip is, maar een levende realiteit die ons beetje bij beetje verandert in Degene die we in ons willen zien heersen. De hemel is de definitieve proclamatie van de heerschappij van Christus in de zielen en de samenleving van engelen en mensen. Deze heerschappij zal zich uitstrekken tot in de hemel en in de hel. 

Laten we bidden en strijden opdat vanaf nu “Zijn Rijk kome”  in onze ziel, zodat we er definitief van kunnen genieten in de zalige aanschouwing Gods! 

Moge de heilige Jozef u zegenen!

E.H. de Sivry, Districtsoverste van de Benelux