Woordje van de Districtsoverste voor mei 2026: Het Rijk van een Moeder

Bron: District België - Nederland

In 1942 schreef Pius XII in een brief van 15 april aan kardinaal Maglione het volgende: “Zoals Christus Koning der koningen en Heer der heren is, zo wordt zijn verheven Moeder door alle gelovigen vereerd als Koningin van de wereld”.

Later, op 11 oktober 1954, schreef hij een prachtige encycliek over het koningschap van de Allerheiligste Maagd Maria, Ad caeli Reginam, waarmee het Mariajaar werd afgesloten dat was uitgeroepen ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de afkondiging van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis. In de bijzondere context van die tijd wil paus Pius XII het geloof en de hoop van de katholieken en zelfs van de hele mensheid nieuw leven inblazen. Daartoe nodigt hij ons uit onze blik te richten op Maria, in haar waardigheid als koningin. 

Maria is werkelijk koningin. Haar koningschap is universeel: ze oefent een moederlijke invloed uit op de zielen, de verstanden en de wil. Maria regeert door de mensen naar Christus te leiden, genade te verkrijgen en de Kerk te beschermen. 

Wat is de grondslag van haar koningschap? Die ligt in de eerste plaats in haar unieke rol in het mysterie van de Menswording. De engel Gabriël kondigt Maria immers aan dat haar kind “Zoon van de Allerhoogste” zal worden genoemd: “De Heer God zal hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal voor eeuwig over het huis van Jakob regeren en Zijn heerschappij zal geen einde kennen” (Lc 1, 32-33). Onze Heer Jezus Christus is dus Koning vanaf Zijn Menswording, dat wil zeggen vanaf het moment dat de Maagd Maria haar toestemming geeft. Op dat gezegende moment wordt Maria op unieke wijze betrokken bij het werk van de Vader in de komst ter wereld van de Zoon van God, die mens is geworden, Koning van hemel en aarde. “Hieruit volgt logischerwijs”, zo leert paus Pius XII, “dat zij zelf Koningin is, aangezien zij het leven heeft geschonken aan een Zoon die, vanaf het moment van zijn conceptie, zelfs als mens, vanwege de hypostatische vereniging van de menselijke natuur met het Woord, Koning en Heer van alle dingen was.”

Maria is koningin vanwege haar rol in het mysterie van de Verlossing. Haar koningschap is hier een koningschap dat samen met Christus is verworven: “Door Christus betrokken bij het werk van de menselijke verlossing”, schrijft de heilige Pius X in zijn encycliek Ad diem illum, “heeft zij ons, zoals men zegt, uit genade verdiend wat Christus ons uit gerechtigheid had verdiend.”

Maria heeft samen met haar Zoon de zielen veroverd door zich op een nauwe en bijzondere wijze te verbinden met het verlossingswerk. Zij heeft de zielen verlost, niet uit strikte rechtvaardigheid, maar uit genade. Paus Pius XII citeert de theoloog Suarez: “Zoals Christus, omdat Hij ons heeft verlost, onze Heer en onze Koning is in een bijzondere titel, zo is ook de Heilige Maagd onze Koningin en Soevereine vanwege de unieke wijze waarop zij bijdroeg aan onze Verlossing, door haar vlees aan haar Zoon te geven en Hem vrijwillig voor ons op te offeren, waarbij zij op een heel bijzondere wijze ons heil wenste, vroeg en bewerkstelligde.” 

Maria is koningin vanwege haar uitzonderlijke waardigheid onder alle schepselen. Paus Pius IX leert dit in zijn encycliek Ineffabilis Deus: God “heeft Maria rijkelijk begiftigd met alle hemelse gaven, ontleend aan de schat van de goddelijkheid; en zo heeft zij, altijd bewaard voor de minste smet van zonde, volmaakt mooi en volmaakt, een zodanige volheid van onschuld en heiligheid bereikt dat men zich onder God geen grotere kan voorstellen en dat niemand, behalve God zelf, er ooit in zal slagen deze te begrijpen”.

Hoe komt het koningschap van Maria tot uiting? Het is in de eerste plaats een koningschap van goedheid en barmhartigheid, want het is een moederlijk koningschap. Maria houdt van haar kinderen, die ook haar onderdanen zijn. Zij kan dan ook niet ongevoelig blijven voor hun ellende, hun beproevingen en hun wonden. Welke moeder zou dat kunnen? 

Zij handelt jegens ons zoals zij altijd jegens haar goddelijke Zoon heeft gehandeld, door Hem te beschermen tegen de wreedheid van Herodes, door Hem drie dagen lang angstig te zoeken, door Hem op de weg naar Golgotha te ontmoeten, door aan de voet van het Kruis te staan. Met hetzelfde hart, dezelfde moed en hetzelfde doorzettingsvermogen pleit zij voor ons. Als Koningin en Moeder is zij onze voorspreekster bij de Vader en de Zoon, en verkrijgt zij voor ons de genaden van vergeving, trouw en heiligheid. Zij verlicht de zielen om hen tot een betere kennis van Christus te leiden. Zij neigt de wil om de geboden na te leven, om de ware vreugde te proeven. Zij trekt de harten aan door de zachtheid van haar moederlijke liefde, om ze steeds meer naar Onze-Lieve-Heer te keren.

Laten we in deze maand mei onze blik en ons hart richten op Maria, onze Koningin. Moge zij onze harten ondersteunen, onze zwakheid opbeuren, ons troosten in onze smarten, en in ons regeren, opdat Christus nog meer in onze zielen en in de samenleving mag regeren!

E.H. de Sivry, Districtsoverste van de Benelux