Woordje van de Districtsoverste december 2025: Opdat zij U mogen kennen!
Het kind van Bethlehem, geboren uit Maria, is het Woord van God. Hij wordt mens door een menselijke natuur aan te nemen, waaraan Hij een onmetelijke heiligheid schenkt. De Persoon van het Woord bezit dus twee naturen, een goddelijke en een menselijke. Ze zijn verenigd in één Persoon, die van het Woord. Dat is het mysterie van de Hypostatische Unie. Het kind van Bethlehem is dus waarlijk God en waarlijk mens, zonder dat deze naturen met elkaar vermengd raken. Maria is werkelijk de Moeder van God, want zij baart een persoon die God is.
Dit mysterie van de incarnatie heeft zeer concrete gevolgen voor de menselijke natuur van onze Heer Jezus Christus. Zijn ziel wordt verlicht door de genade en wijsheid die Hij ontvangt van zijn goddelijke natuur. Zij is zalig, want zij geniet reeds van God in de zaligmakende aanschouwing. Zij is wijs omdat zij alle wetenschappen in volmaaktheid bezit: de wetenschap van de zaligen, waardoor zij “alle werkelijkheden kent, op welk moment zij ook bestaan, zelfs de gedachten van de mensen over wie zij oordeelt”, dit door het aanschouwen van het goddelijke Wezen (IIIa, Q. 10, art. 2). Christus kent door de ingestorte kennis, dat wil zeggen dat de Heilige Geest Hem rechtstreeks de kennis van de natuurlijke en bovennatuurlijke werkelijkheden meedeelde. Christus kent ten slotte door Zijn ervaring, die elke dag groeide. “Hij werd vervuld van de geest van wijsheid en verstand, van kennis en raad” (Isaias, V, 2-3). Men kan met zekerheid zeggen dat in dit Kind “alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn” (Kol. II, 2).
Dankzij al deze kennis voedde Christus Jezus Zijn onmetelijke liefde voor Zijn Vader en voor de mensen: “Mijn voedsel is de wil te doen van Hem die Mij gezonden heeft” (Johannes IV, 34). Als onze Heer zo ijverig is om de plannen van Zijn Vader te vervullen, dan is dat omdat Hij ze perfect kent. Deze kennis is van fundamenteel belang om de persoon van Christus in Zijn menselijke natuur het “licht van de wereld”, “de weg, de waarheid en het leven” te laten zijn. Deze kennis is bepalend voor het begrijpen van de volmaaktheid van de wil van God, die het lijden voor de Verlossing wil.
Dit Kind van Bethlehem nodigt ons uit om deze wijsheid te verlangen, die we putten uit het kennen van Hem. Deze wijsheid is van fundamenteel belang om Hem lief te hebben en te dienen. Ze is noodzakelijk om te voorkomen dat we in dwaling en illusie vervallen. Ze voorkomt dat de ziel verdwaalt in verdorven vormen van spiritualiteit, in vruchteloze strijd, in duivelse valstrikken, in de ijdelheid van opgeblazen wetenschappen.
Wat doen we met deze woorden van de heilige Paulus: “Ik heb onder u niets anders willen weten dan Jezus Christus, en wel de gekruisigde” (1 Korintiërs II, 2)? Helaas zien we vaak hoe weinig aandacht en kennis we hebben voor Christus en daarmee ook voor ons geloof. Al in zijn tijd hekelde de heilige Pius X dit in zijn encycliek Acerbo nimis: “Dat er momenteel onder het christelijke volk een groot aantal mensen is die volkomen onwetend zijn over de dingen die men moet weten voor het eeuwige heil, is een algemene klacht die helaas maar al te gegrond is. En wanneer wij het hebben over het christelijke volk, bedoelen wij niet alleen het gewone volk of de mensen van de lagere klasse (...). Het gaat ook en vooral om degenen die, zonder gebrek aan talent of cultuur, over een overvloed aan profane kennis beschikken, maar die, wat de religie betreft, volkomen op goed geluk en zonder nadenken leven”. Dit is ongetwijfeld een van de oorzaken van de ellende van de moderne tijd, van het verval, van de crisis van de Kerk, van het gebrek aan roepingen: de onwetendheid en de minachting voor de eeuwige waarheden die door dit kind uit Bethlehem zijn geopenbaard. Hoe kan men immers houden van wat men niet kent? Hoe kan men vechten voor een zaak als men er niet eerst van overtuigd is? Hoe kunnen we ons inzetten voor een weg naar volmaaktheid als we de rijkdom van de eeuwige goederen niet kennen? Katholieken kennen hun religie soms minder goed dan protestanten of moslims. Hoe kunnen ze daar trots op zijn?
Het Kind van Bethlehem leeft onder ons om het ‘licht der mensen’ te zijn. Hij is mens geworden om de waarheid bekend te maken, opdat wij daardoor gered zouden worden. Laten we ons verstand openstellen voor deze vleesgeworden Wijsheid. Laten we ons hart openstellen voor de waarheden van ons geloof! Deze intellectuele ascese is voor iedereen binnen handbereik: een stukje lezen uit het Evangelie, uit het missaal, uit onze catechismus, uit het leven van een heilige lezen (die van onze patroonheilige!), uit de geschiedenis van de Kerk leren kennen aan de hand van enkele specifieke feiten, dat is genoeg om onze kennis en bijgevolg onze naastenliefde te verrijken. In het Oude Testament lezen we dat God aan koning Salomo, de zoon van David, vroeg wat hij wilde om zijn koninklijke autoriteit te vestigen: rijkdom? een lang leven? de dood van zijn vijanden? Salomo antwoordde: wijsheid. Toen beloonde God zijn dienaar rijkelijk door hem, naast wijsheid, ook macht en glorie te schenken. Laten we God om wijsheid vragen en we zullen het essentiële bezitten.
Moge de genade van Kerstmis ons hart verwarmen en onze ziel de smaak van deze wijsheid geven.
Moge Sint-Jozef u zegenen!
E.H. de Sivry, Districtsoverste van de Benelux