Woordje van de Districtsoverste april 2026: De Nederdaling in de voorhel
Het zesde artikel van de Apostolische Geloofsbelijdenis leert dat onze Heer na Zijn dood afdaalde naar de onderwereld. De ziel van Christus, gescheiden van Zijn lichaam, maar nog steeds verenigd met Zijn Godheid, bezoekt daar inderdaad de zielen van de rechtvaardigen uit het Oude Testament. De heilige Thomas leert in de Sententies (III Sent, dist. 22, qu. II, art. 1, qua 2) dat er vier soorten hel zijn. In de vierde, zo leert hij, “heerst duisternis wat betreft het ontbreken van de goddelijke aanschouwing, maar niet wat betreft het ontbreken van de genade: en er is daar geen lichamelijke straf. Dit zijn de onderwerelden van de heilige aartsvaders".
De Engelachtige Doctor legt uit waarom het nodig was dat Christus drie dagen in de onderwereld verbleef: Christus wilde allereerst de volledige straf ondergaan die de zondaars toekwam. De rechtvaardigen uit het Oude Testament bevonden zich daar immers, omdat Christus het rijk van Satan nog niet definitief had vernietigd.
Men moest dus wachten op de Verlossing om daaruit bevrijd te worden. De heilige Thomas merkt op dat, terwijl de rechtvaardigen daar gedwongen verbleven, Christus er vrijwillig was afgedaald, krachtens Zijn macht. Hij daalt af naar de hel, voegt de heilige Thomas toe, om Zijn vrienden te hulp te komen, dat wil zeggen degenen die de goddelijke deugd van de liefde bezitten. In de hel triomfeert Christus volkomen over Satan: Hij heeft hem overwonnen en bezet nu zijn koninkrijk. Ten slotte daalt Onze-Lieve-Heer af in de hel om de heiligen te bevrijden. De heilige Thomas merkt op dat Onze-Lieve-Heer daar zo lang verbleef als Zijn ziel gescheiden was van Zijn lichaam.
Uit deze geloofswaarheid trekt de Angelicus enkele morele conclusies. Een daarvan is dat we altijd “een vast vertrouwen in God” moeten behouden.
Bestaat er een plek zo duister als de hel, ook al is er geen lichamelijke pijn? Om dit te begrijpen, moet men goed beseffen dat de zielen van de rechtvaardigen vooral leden onder het verwijderd zijn van God. Beroofd van hun lichaam, werden de vermogens van hun ziel, dat wil zeggen het verstand en de wil, niet geremd of afgeleid door de hartstochten. Met andere woorden, alles was op God gericht. Ze dorstten naar God, maar konden hun dorst niet lessen. Er was natuurlijk de hoop dat de Messias hen op een dag zou bevrijden, maar dat verlangen was des te groter naarmate het wachten pijnlijker werd. Maar op de avond van Goede Vrijdag, wat was hun verbazing groot toen ze Christus' glorielicht zagen verschijnen dat deze hel verlichtte. Er was een buitengewone vreugde die de aanwezigheid van Christus teweegbracht, een vreugde vergelijkbaar met die welke de apostelen op de berg Tabor ervoeren. Christus kondigt hun Zijn overwinning aan en de naderende verlossing. Hun geloof en hun hoop worden zo beloond met de visie van de glorieuze ziel van Christus. Zij hebben geloofd, zij hebben gehoopt tegen alle hoop in, en hun gebeden zijn verhoord. Sommigen hebben met hun leven dat van de Messias uitgebeeld, en nu aanschouwen zij de werkelijkheid. Vanaf dat moment brengt de aanwezigheid van Christus een onmetelijke vreugde in de hel. En die vreugde zal voor eeuwig duren.
De heilige Thomas trekt een parallel met ons leven hier op aarde. Ook wij worden soms op een bepaalde manier in de hel ondergedompeld: een onbegrijpelijke beproeving, een onrechtvaardigheid, wij die proberen te werken aan gerechtigheid, een tegenslag, een val, ondanks onze inspanningen om heilig te worden. Het leven lijkt een tunnel te zijn waarvan we het einde niet zien. Deze episode uit het leven van Christus is een krachtig antwoord: er is nooit een beproeving zonder oplossing en zonder middel tot overwinning. “God is trouw” (1 Kor. 10, 3), leert de heilige Paulus. Dat betekent dat Zijn genade, Zijn hulp, nooit zal ontbreken aan de ziel die erom vraagt. Diezelfde genade is een kostbare en toereikende hulp om de verleiding te overwinnen, het kwaad te verdragen, het om te zetten in verdienste en in een reden tot glorie in de hemel.
Het leven hier op aarde vraagt om geduld en moed. En de verrijzenis is het definitieve antwoord op het kwaad: zij is een middel tot heil en glorie voor de rechtvaardige ziel. Met andere woorden, het Kruis en de Verrijzenis geven zin aan het kwaad en de beproeving.
Soms lijken wij op de zielen van de rechtvaardigen in de onderwereld. Laten wij hen dan ook navolgen in ons geloof en onze hoop. Dan zullen wij dezelfde vrede proeven die zij kenden, namelijk de zekerheid van de definitieve overwinning en triomf van Christus aan het einde der tijden!
Moge de heilige Jozef u zegenen!
E.H. de Sivry, Districtsoverste van de Benelux