De wijding en het transport van de H. Oliën in de FSSPX
Oliewijding in de Lateraanbasiliek, Rome, rond 1900
Op deze tweede Paasdag willen wij even onze aandacht richten op de wijding van de H. Oliën welke op Witte Donderdag in Écône (CH) en Dillwyn (USA) geschied is. Deze H. Oliën spelen een heel bijzondere rol in ons Katholiek geloofsleven. Wij heten Christenen, wat betekent ‘gezalfden’. Monseigneur Lefebvre beklemtoonde dat deze H. Oliën in een bepaalde zin 'dragers zijn van de H. Geest'. Daarom dienen zij een apart tabernakel in de kerk of in de sacristie bewaard te worden.
Na de ceremonie van Witte Donderdag worden deze H. Oliën terstond in de hele wereld gebracht. Priesters, diakens, vrijwilligers komen de Oliën ophalen en vertrekken per auto, per trein en zelfs met het vliegtuig om op tijds de Oliën voor de ceremonieën van Stille Zaterdag in alle FSSPX-kapellen aanwezig te hebben.
Met dit artikel willen wij in naam van alle gelovigen deze personen die voor het transport en begeleiding van de H. Oliën gezorgd hebben danken. Met deze Oliën kunnen kinderen en volwassenen gedoopt en gevormd worden; priesters gewijd; altaren, kelken en kerken geconsacreerd.
De wijding van deze heilige olie is eerbiedwaardig en vol grote vreugde. Van oudsher verricht de bisschop deze op Witte Donderdag in de bisschopskerk. De wijding van de heilige oliën – tegelijkertijd worden de ziekenolie en de catechumenenolie gewijd – is ingebed in de viering van de H. Mis. Christus staat centraal. Hij is het die wijdt en zegent. Men moet zelf eens hebben meegemaakt met welke hoge plechtigheid en waardigheid de gave van God wordt geheiligd en in dienst genomen. Twaalf priesters en zeven diakens en subdiakens assisteren de bisschop. Hun aantal herinnert aan de twaalf apostelen en aan de zeven eerste diakens in Jeruzalem.
De antifoon bij de introïtus herinnert aan de opdracht die God, de Heer, aan Mozes gaf: “Maak een heilige zalfolie en zeg tegen de zonen van Israël: Dit zal voor Mij een heilige zalfolie zijn van geslacht tot geslacht.”
De lezing en het evangelie leiden naar Christus en Zijn apostelen: “Broeders, als iemand onder jullie lijdt, laat hij bidden. Is hij genezen, laat hij God loven. Is iemand onder u ziek, laat hij de priesters van de kerk komen, opdat zij over hem bidden en hem met olie zalven in de naam van de Heer ...” “En zij dreven vele demonen uit, ook zalfden zij vele zieken met olie en maakten hen gezond.”
Na het gebed van de canon bij het „Nobis quoque peccatoribus“ daalt de bisschop van het altaar af en gaat naar de tafel die klaarstaat voor de wijding van de heilige oliën. “Oleum infirmorum – De olie voor de zieken”, roept de aartsdiaken. Een van de zeven subdiakens, begeleid door twee acolieten, brengt het met een zijden doek bedekte vat. De bedekking duidt op eerbied. De bisschop bidt over de olie, “opdat deze een geestelijke zalving moge worden, om de tempel van de levende God te versterken, opdat de Heilige Geest daarin moge wonen”.
Het zegengebed spreekt over de geneeskrachtige olie en verwijst naar de Heilige Geest, de Trooster: “Heer, wij bidden U: zend vanuit de hemel Uw Heilige Geest, de Trooster, neer in deze olijfolie, die U genadig uit groenend hout hebt laten voortvloeien tot geestelijke en lichamelijke verkwikking. Door Uw heilige zegen kome bescherming voor lichaam en ziel over een ieder die met het hemelse geneesmiddel van deze olie wordt gezalfd, opdat alle pijn, alle ziekten, alle geestelijke en lichamelijke gebreken worden verdreven. Hiermee hebt U immers priesters, koningen, profeten en martelaren gezalfd. Uw zalving, o Heer, door U voor ons gezegend, zij een volmaakt werk en blijve voor altijd in ons. In de naam van onze Heer Jezus Christus...”
De gewijde olie wordt naar de sacristie gedragen. De bisschop zet de viering van de Heilige Mis voort.
Na de Heilige Communie verricht hij de wijding van het chrisma en de catechumenenolie. Deze wijdingen zijn nog plechtiger dan de wijding van de ziekenolie. De aartsdiaken roept: „Oleum ad sanctum Chrisma – De olie voor het heilige chrisma” „Oleum Catechumenorum – De olie voor de dopelingen.”
In een plechtige processie worden balsem en oliën aangevoerd. „O, schenk hoge wijding, Heer der hemelen, Jezus Christus, aan dit rijke teken van vrede...” zingen de priesters in de hymne. “Maak deze olie geschikt voor Uw mysteriën... Laat het ons, o Heer, vermengd zijn met de vreugde van het geloof...”, bidt de bisschop. Nu mengt hij balsem en olijfolie. Drie keer blaast hij in de vorm van een kruis over het chrismavat. De priesters doen hetzelfde. Het zegengebed – in de vorm van een prefatie – bereidt de gaven van God voor op de heilige dienst.
Zo bidt de bisschop: “Het is waardig en recht, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal danken, Heer, heilige Vader, almachtige, eeuwige God: U liet in het begin naast de overige gaven van Uw goedheid ook vruchtdragende bomen uit de aarde groeien. Onder deze zou de olijfboom, de schenker van deze vloeibare olie, ontspruiten, opdat zijn vruchten zouden dienen tot het heilige chrisma. Want ook David verkondigde, toen hij in de profetische geest de geheimen van Uw genade voorzag, dat ons gelaat door olie zou worden opgevrolijkt. En toen vroeger de zonden van de wereld door de wateren van de zondvloed werden verzoend, stelde de duif het voorbeeld van de toekomstige genadegaven voor, door met een olijftak de terugkeer van de vrede voor de aarde aan te kondigen. … Daarom hebt U ook aan Uw dienaar Mozes de opdracht gegeven dat hij zijn broer Aäron eerst in het water zou baden en hem vervolgens door het uitgieten van deze zalfolie tot priester zou aanstellen. …”
Zingend groet de bisschop nu driemaal het chrisma: „Ave, sanctum Chrisma – Wees gegroet, heilig chrisma.” Ook de assisterende priesters groeten de heilige olie met dezelfde groet. Nu volgt in soortgelijke vorm de wijding van de catechumenenolie. Met het heilige chrisma wordt deze in een plechtige processie teruggedragen naar de sacristie.
Priesters uit alle decanaten hebben aan de viering deelgenomen als teken van de eenheid van allen met de bisschop, de herder van de gemeenten. Zij komen nu om de heilige oliën mee naar huis te nemen naar hun gemeenten.
Meneer van Os en zoon Niek haalden de Oliën op in Brussel en brachten ze naar de 3 mislocaties in Nederland
(Bron: FSSPX Österreich)