“Wie verscheurt het gewaad van Christus?” – Vraaggesprek met de Algemeen-Overste van de Broederschap Sint-Pius X
“Wie verscheurt het gewaad van Christus?”
“De breuk komt niet van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, maar door de flagrante afwijking van de officiële leerstellingen met de Traditie en het constante leergezag van de Kerk.”
- FSSPX.News: Mijnheer de Algemeen-Overste, uw aankondiging van de komende bisschopswijdingen, van 2 februari jongstleden, heeft een reeks bijzonder heftige reacties uitgelokt. Wat vindt u daarvan?
Don Davide Pagliarani: Dat is begrijpelijk, want het gaat hier om een zeer gevoelige kwestie in het leven van de Kerk. Bovendien zijn de redenen voor dit besluit objectief gezien ernstig: wat er op het spel staat – het welzijn van de zielen – is een zaak van het grootste belang. Het debat dat deze aankondiging heeft ontketend, is dan ook logischerwijs van grote omvang: in wezen is niemand onverschillig gebleven. Dat is objectief gezien positief en, bij de gratie van de voorzienigheid, denk ik dat dit beantwoordt aan een zeer actuele noodzaak.
De afgelopen jaren heeft de conservatieve en traditionalistische kring – in de brede zin van het woord – namelijk soms de indruk gewekt dat ze was verworden tot een milieu van commentatoren, waar analyses, verwachtingen en frustraties worden geuit, die vaak legitiem zijn, maar die moeilijk kunnen worden vertaald in realistische en consequente standpunten. Onder hen wachten sommigen nog steeds op een antwoord van de Heilige Stoel op de dubia die tien jaar geleden door vier kardinalen – van wie er twee inmiddels zijn overleden – zijn geformuleerd met betrekking tot Amoris laetitia, of op de eventuele publicatie van een nieuw motu proprio over de Tridentijnse Mis.
In deze context roept het besluit tot de bisschopswijdingen vragen op. Het is niet zomaar de zoveelste verklaring: het is een betekenisvolle daad die ons dwingt na te denken, de werkelijke ernst van de huidige problemen te begrijpen en concreet stelling te nemen. Niets is vandaag de dag urgenter. Zonder dit te hebben nagestreefd, blijkt de Priesterbroederschap Sint-Pius X een instrument te zijn voor een heilzame opschudding – een schok waarvan uiteindelijk alleen de Voorzienigheid de architect is. Door de Voorzienigheid is haar de kans gegeven bij te dragen aan iets wat de Kerk vandaag de dag zeker meer dan ooit nodig heeft, voor haar welzijn en voor haar vernieuwing.
- Waarom vindt u dat een dergelijke schok vandaag de dag bijzonder noodzakelijk is?
Wanneer men onophoudelijk, en vaak op frustrerende wijze, spreekt en discussieert over uiterst ernstige problemen die het geloof raken, worden de thema’s zelf die het voorwerp van het debat of de dialoog vormen, op de lange termijn uiteindelijk als betwistbaar beschouwd, uit respect voor de ideeën van anderen en de verschillende gevoeligheden. Beetje bij beetje wordt alles gerelativeerd.
In feite besmet de plaag van het leerstellige pluralisme, waartoe de moderne mens van nature geneigd is, uiteindelijk zelfs de gezondste zielen: men glijdt geleidelijk af naar onverschilligheid; een langzame en onverbiddelijke verdoving doet het besef van de werkelijkheid verloren gaan; men nestelt zich in een comfortzone, hecht aan evenwichten en privileges die men vooral niet in gevaar wil brengen; ijver en opofferingsgezindheid nemen af. Kortom, het gevaar is dat we aan de crisis wennen en deze als een normale situatie gaan beschouwen. Dit alles gebeurt geleidelijk, zonder dat men het doorheeft. Zij die verantwoordelijkheid dragen voor de zielen hebben de plicht deze mechanismen grondig te analyseren en te proberen ze te blokkeren voordat ze onomkeerbaar worden.
Wat er vandaag echter op het spel staat, is geen mening, geen gevoeligheid, geen voorkeursoptie, noch een bepaalde nuance in de interpretatie van een tekst: het zijn het geloof en de moraal die een katholiek moet kennen, belijden en beoefenen om zijn ziel te redden en naar de hemel te gaan.
Met andere woorden, in het licht van de eeuwigheid en het gevaar de hemel te verliezen, moeten gepraat, verhandelingen en dialoog plaatsmaken voor de realiteit.
- Wat is die realiteit waarover u spreekt, en die door de daad van de Priesterbroederschap kan worden verhelderd?
Die realiteit is dat het vandaag meer dan ooit noodzakelijk is om de rechten van Christuskoning over de zielen en de naties te bevestigen, te verkondigen en te belijden: we moeten de moed hebben te prediken dat de katholieke Kerk de enige ark van redding is voor ieder mens, zonder onderscheid; we moeten geloven in de Verlossing, in de sacramenten, in de vernietiging van de zonde; we moeten de mensheid eraan herinneren dat de Kerk is opgericht om de zielen te redden van de dwaling, de wereld, Satan en de hel.
Men moet ophouden degenen die gewoonlijk in zonde leven, en zelfs degenen die opscheppen over hun onnatuurlijke ondeugd, te laten geloven dat God alles vergeeft, altijd en onder alle omstandigheden, zonder echte bekering, zonder berouw, zonder boetedoening, zonder de eis van een radicale verandering; we moeten de eenvoud hebben om te erkennen dat de deelname van een paus aan een ritueel ter ere van de Pachamama, in de tuinen van het Vaticaan, waanzin en een onbeschrijfelijk schandaal is; ten slotte, en bovenal, moeten we ophouden de zielen en de mensheid te misleiden door hen te laten geloven dat alle religies dezelfde God aanbidden onder verschillende namen. Kortom: we moeten ophouden de wereld om vergeving te vragen voor het feit dat we hebben geprobeerd haar te bekeren, te kerstenen, en voor het feit dat we eeuwenlang de dwaling hebben veroordeeld.
In deze tragische context moet iemand kunnen zeggen: “Het is genoeg!” Niet alleen met woorden, maar vooral door concrete daden.
“We moeten ophouden de wereld om vergeving te vragen voor het feit dat we hebben geprobeerd haar te bekeren, te kerstenen, en voor het feit dat we eeuwenlang de dwaling hebben veroordeeld.”
Indien de Voorzienigheid in de huidige verwarring de Priesterbroederschap Sint-Pius X de middelen verschaft om de eeuwige rechten van Onze Heer duidelijk te verkondigen, zou het van onze kant een zeer ernstige zonde zijn om ons te onttrekken aan deze verplichting die het geloof en de naastenliefde ons opleggen. Dit zijn de uitgangspunten die ons helpen begrijpen waarom de Priesterbroederschap Sint-Pius X bestaat, en waarom zij vandaag bisschopswijdingen verricht.
Zonder deze uitgangspunten zouden het besluit van de Priesterbroederschap, evenals haar betoog zelf, zinloos zijn. Als men niet erkent dat het hier om het geloof zelf gaat, dan kan de actualiteit rond de Priesterbroederschap Sint-Pius X onvermijdelijk alleen maar worden gezien als een kwestie van discipline, rebellie of ongehoorzaamheid. Dat is helaas de misvatting van degenen die beweren dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X alleen bisschoppen wijdt om haar eigen autonomie te behouden.
Maar daar gaat het niet om. De komende wijdingen zijn een daad van trouw die tot doel heeft de middelen te behouden om de eigen ziel en die van anderen te redden. Het streven naar egoïstische autonomie is niet hetzelfde als het behoud van een vrijheid die onmisbaar is om het geloof te belijden en aan de zielen door te geven.
- Onder de prominenten die zich tegen de wijdingen van 1 juli hebben uitgesproken, bevinden zich conservatieve kardinalen die zeer kritisch staan tegenover paus Franciscus, zoals kardinaal Gerhard Ludwig Müller en kardinaal Robert Sarah. Hoe verklaart u hun houding?
Allereerst moet worden erkend dat een conservatief die kritisch staat tegenover paus Franciscus, wellicht enige angst heeft om te worden gelijkgesteld met de Priesterbroederschap Sint-Pius X en samen met haar te worden gedemoniseerd. Hieruit kan de behoefte voortvloeien om duidelijk te maken dat men niets met ons te maken heeft.
Maar afgezien van dit aspect kampen deze kardinalen of bisschoppen met een dieper, typisch modern onbehagen: dat van het onvermogen om de eisen van het geloof te verzoenen met die van het canoniek recht. Het geloof vereist dat men al het mogelijke doet om het te belijden, te bewaren en door te geven; tegelijkertijd lijkt, als men het recht letterlijk interpreteert en de huidige omstandigheden buiten beschouwing laat, een bisschopswijding zonder de goedkeuring van de paus onmogelijk. Wat is dan te doen? Deze kardinalen, net als anderen, leven in een soort permanente tweedeling die hun goede bedoelingen dreigt teniet te doen: ze plaatsen deze twee eisen naast elkaar, op cartesiaanse wijze, en voelen zich als het ware verpletterd of overweldigd door de schijnbare tegenstrijdigheid.
“Het leergezag bestaat om het geloof te onderwijzen, niet om het uit te vinden; het recht bestaat om het te bewaren en de noodzakelijke voorwaarden te waarborgen voor het christelijke leven dat daaruit moet voortvloeien.”
De Priesterbroederschap Sint-Pius X is daarentegen van mening dat deze twee uitgangspunten niet louter naast elkaar moeten worden geplaatst, maar in een hiërarchie, waarbij het ene ondergeschikt is aan het andere. In de Kerk gaan de zuiverheid en de belijdenis van het geloof immers voor op elke andere overweging, want de andere elementen waaruit het leven van de Kerk bestaat, zijn allemaal afhankelijk van het geloof zelf: het leergezag bestaat om het geloof te onderwijzen, niet om het uit te vinden; het recht bestaat om het te bewaren en de noodzakelijke voorwaarden te waarborgen voor het christelijke leven dat daaruit moet voortvloeien0F1 . Deze prioriteit vloeit voort uit het feit dat Onze-Heer zelf, door mens te worden, bovenal de eeuwige Waarheid aan de wereld openbaart; en dat Hij, als Wetgever, in het Evangelie de middelen aangeeft om diezelfde Waarheid te kennen en er trouw aan te blijven. Er bestaat een logische prioriteit tussen het eerste en het tweede element.
Bijgevolg heeft de goddelijke Voorzienigheid de Kerk niet ingesteld als een parlementair geheel van naast elkaar staande en van elkaar onafhankelijke ambten. Integendeel, zij heeft een hiërarchie van prioriteiten ingesteld met als specifiek en voornaamste doel het geloofsgoed te bewaren, de gelovigen in dit geloof te sterken, en al het overige te organiseren in functie van deze prioritaire en fundamentele eis. Het recht dient in het bijzonder dit doel en niet om degenen te belemmeren of te veroordelen die katholiek willen blijven, dat wil zeggen degenen die uit het geloof willen leven.
- Waarom beschouwt u deze houding als typisch modern?
De moderne mens heeft moeite om de verschillende elementen van de werkelijkheid waarin hij leeft, en van de kennis die deze analyseert, op harmonieuze wijze te ordenen. Om het in enigszins technische bewoordingen te zeggen: de moderne mens heeft de neiging om de elementen van de werkelijkheid om hem heen op een nominalistische manier te classificeren: hij plakt op elk ervan oppervlakkige etiketten, zonder de moeite te nemen om tot de kern van de problemen door te dringen, en dus zonder ze in al hun complexiteit, implicaties of onderlinge afhankelijkheid te kunnen vatten.
Zo is in het geval dat ons bezighoudt de toepassing van de wet volledig losgekoppeld van de werkelijkheid die de wet zelf geacht wordt te beschermen. Juist uit deze ontkoppeling tussen de wet en de werkelijkheid ontstaan de typisch moderne ideologische benaderingen, zowel op religieus als op burgerlijk gebied. Deze houding heeft twee verschillende en complementaire gevolgen.
Bij degenen die onder deze dichotomie lijden en met dit dilemma worden geconfronteerd, zoals het geval kan zijn in conservatieve kringen, leidt dit tot fatalisme en ontmoediging, omdat men zich gevangen voelt, verlamd, niet in staat om adequaat te handelen in overeenstemming met de objectieve eisen van de Waarheid en het Goede. Wie voortdurend in deze existentiële tegenstrijdigheid leeft, wordt er uiteindelijk het slachtoffer van en verwart fatalisme met vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid.
Vervolgens dreigt dit bij degenen die gezag uitoefenen te leiden tot onomkeerbare verblinding en verharding van het hart, onvermijdelijke gevolgen van de ideologische benadering: “de wet is de wet”, ongeacht de omstandigheden, de concrete eisen of de goede bedoelingen.
Om deze reden veroordeelt Onze-Heer deze houding in zeer krachtige bewoordingen: “Toen zei Jezus: ‘Ik ben in deze wereld gekomen om te oordelen, opdat degenen die niet zien, mogen zien, en degenen die zien, blind mogen worden.’ Enkele Farizeeën, die bij Hem waren, hoorden dit en zeiden tegen Hem: ‘Zijn wij dan ook blind?’ Jezus zei tegen hen: ‘Als jullie blind waren, zouden jullie geen zonde hebben; maar nu zeggen jullie: “Wij zien.” Daarom blijft jullie zonde bestaan.’ (Joh. 9, 39-41)
- Denkt u dat de leer van het Evangelie op een bepaalde manier licht kan werpen op de huidige situatie?
Onze Heer is het volmaakte voorbeeld van gehoorzaamheid aan de wet van Mozes: samen met de allerheiligste Maagd Maria vervult Hij vanaf de eerste dagen van Zijn bestaan alle wettelijke voorschriften tot op de letter. En Hij blijft zich daar strikt aan houden tot de laatste dag van Zijn leven: tijdens het Laatste Avondmaal volgt Jezus het joodse ritueel van die tijd tot op de letter.
Niettemin verricht Onze Heer zelfs op de sabbat wonderen, wat de legalistische en blinde reactie van de farizeeën uitlokt. Jezus, een Wetgever die groter is dan Mozes zelf, is de eerste die de wet naleeft, en de eerste die het bestaan erkent van een hoger goed dat vrijstelling kan verlenen van de letterlijke naleving van de wet. Zijn woorden zeggen, zoals altijd, meer dan duizend verhandelingen:
“En het gebeurde dat Jezus op een sabbat het huis van een van de vooraanstaande Farizeeën binnenging om daar brood te eten; en zij hielden Hem in de gaten. En zie, daar zat een man met waterzucht voor Hem. En Jezus nam het woord en zei tegen de wetgeleerden en de Farizeeën: ‘Is het geoorloofd om op de sabbat te genezen?’ Maar zij zwegen. Toen nam Hij die man bij de hand, genas hem en stuurde hem weg. Vervolgens richtte Hij zich tot hen en zei: “Wie van jullie zou, als zijn ezel of zijn os in een put valt, hem niet onmiddellijk eruit halen, zelfs op de sabbat?” En zij konden daar niets op antwoorden.” (Lc. 14, 1-6)
Deze goddelijke woorden behoeven geen commentaar. De Priesterbroederschap Sint-Pius X maakt zich deze zonder voorbehoud eigen. Ook wij moeten al het mogelijke doen om de zielen uit de put te halen, zelfs als we een eindeloze sabbat doormaken. Onze Heer was geen legalist, geen nominalist, geen cartesiaan: Hij was de Goede Herder.
- De afgelopen maanden hebben zich buiten de Priesterbroederschap stemmen laten horen om haar te steunen. Met name Mgr. Athanasius Schneider heeft zich herhaaldelijk uitgesproken over de wijdingen. Hoe verklaart u zijn vastberadenheid?
Ik moet toegeven dat deze steun aan de Priesterbroederschap mij diep heeft geraakt. Verschillende diocesane priesters hebben ons hun dankbaarheid en aanmoedigingen betuigd, en ook verschillende bisschoppen. Ik wil hen allen bedanken.
Omdat ik ze hier niet allemaal kan noemen, wil ik in het bijzonder Mgr. Strickland bedanken voor zijn krachtige, heldere en moedige boodschap. En natuurlijk Mgr. Schneider: deze bisschop heeft blijk gegeven van grote moed en vrijheid van meningsuiting, waaruit blijkt dat we te maken hebben met een man van God, onbaatzuchtig en oprecht bezorgd om het welzijn van de zielen. Ik geloof dat zijn steun, en alles wat hij de afgelopen maanden heeft kunnen zeggen, de geschiedenis zal ingaan. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet alleen belangrijk is voor de Priesterbroederschap, maar nog meer voor alle bisschoppen in de wereld. Het is een objectief teken van hoop: zijn woorden tonen aan dat de Voorzienigheid te allen tijde stemmen kan doen opstaan die de waarheid met moed en standvastigheid spreken, zonder vrees voor mogelijke persoonlijke gevolgen.
Vóór hem moedigde Mgr. Huonder, die twee jaar geleden is overleden, ons al aan om wijdingen te verrichten. Zowel hij als Mgr. Schneider waren door het Vaticaan aangesteld om met de Priesterbroederschap in dialoog te treden: in tegenstelling tot andere gesprekspartners waren zij in staat om te luisteren en begrip te tonen.
- Hoopt u nog steeds de paus te zien vóór de wijdingen?
Natuurlijk, dat is mijn oprechte wens. Ik ben echter verbaasd dat er tot nu toe geen persoonlijk antwoord of reactie van de Heilige Vader is gekomen.
Alvorens een vereniging met meer dan duizend leden, die een referentiepunt vormt voor honderdduizenden gelovigen over de hele wereld, misschien als schismatisch te bestempelen, zou het wenselijk kunnen zijn om degenen die beoordeeld moeten worden persoonlijk te leren kennen. De overwogen sanctie treft niet alleen een instelling – die overigens in de ogen van de Heilige Stoel niet bestaat –, maar ook mensen, en wel mensen die zeer gehecht zijn aan de paus en de Kerk.
Ik geef toe dat ik moeite heb om dit stilzwijgen te begrijpen, terwijl ons vaak wordt herinnerd aan de noodzaak om te luisteren naar de roep van de armen, die van de periferieën, en zelfs die van de aarde…
“Ook wij moeten al het mogelijke doen om de zielen uit de put te halen, zelfs als we een eindeloze sabbat doormaken.”
- U hebt paus Franciscus ontmoet. Welke herinnering houdt u aan hem over?
Het programma dat paus Franciscus de universele Kerk heeft opgelegd, is voldoende bekend en is uitvoerig becommentarieerd door de Priesterbroederschap Sint-Pius X. Ik denk dat het woord “ramp” helaas het meest geschikt is om de erfenis die hij heeft nagelaten samen te vatten.
Desondanks heeft paus Franciscus op zijn eigen manier het goede erkend dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X voor de zielen doet. Uit deze constatering is jegens ons een ogenschijnlijk dubbelzinnige houding voortgekomen, een vorm van tolerantie die de meest oppervlakkige waarnemers heeft verrast en die conservatieve kringen soms diep heeft geïrriteerd.
Veel keuzes van paus Franciscus hebben in grote delen van de Kerk tot oprechte droefheid geleid, maar het zou onrechtvaardig zijn hem te beschuldigen van starheid en schematisch denken bij de beoordeling van de mensen die hij voor zich had, of bij de toepassing van het recht. Zijn houding heeft dit vaak geïllustreerd. Het is ongetwijfeld een detail, maar toen ik vroeg om hem in het Vaticaan te ontmoeten, kreeg ik binnen vierentwintig uur een audiëntie bij hem, en hij toonde zich bijzonder vriendelijk.
- De afgelopen jaren heeft het Vaticaan, in naam van een tot principe verheven tolerantie, blijk gegeven van een grote openheid ten aanzien van bepaalde complexe situaties. Denkt u dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X hiervan kan profiteren?
De toepassing van elke wet, goed of slecht, hangt uiteindelijk af van de wil van de wetgever. Het is aan hem om te bepalen hoe hij de Priesterbroederschap Sint-Pius X wil behandelen.
Dat gezegd zijnde, kan de openheid die het Vaticaan heeft getoond niet omwille van zichzelf worden gewenst, want ze gaat zo ver dat ze het absurde rechtvaardigt, door koppels te zegenen die tegen de natuur handelen, of door plechtig te beloven de aanhangers van andere religies niet te bekeren, om maar twee voorbeelden te noemen. We worden geconfronteerd met een ideologische en totalitaire dictatuur van de tolerantie.
De Traditie van de Kerk, die de Priesterbroederschap Sint-Pius X tracht te belichamen, vormt op zichzelf al een veroordeling van deze uitwassen, die ondraaglijk is voor degenen die een dergelijke tolerantie bevorderen. Als we de situatie goed analyseren, zijn de sancties, in het verleden of in de toekomst, die gericht zijn tegen de Priesterbroederschap Sint-Pius X, niet zozeer gericht tegen een daad van ongehoorzaamheid, als wel tegen de levende veroordeling die zij vormt ten aanzien van de huidige kerkelijke lijn.
De rol die de Voorzienigheid voor de Priesterbroederschap Sint-Pius X lijkt te hebben weggelegd, is de bijzondere rol van een teken van tegenspraak: wat concreet betekent, een doorn in de voet van de hervormers. En het bijzondere aan deze doorn is dat hoe meer men er vanaf probeert te komen, hoe dieper hij zich vastzet: niet de doorn zelf bepaalt dit therapeutische effect, maar de tweeduizend jaar Traditie die hij belichaamt en vertegenwoordigt.
De Priesterbroederschap Sint-Pius X kan worden bestraft, de Tridentijnse Mis kan worden verboden… maar die tweeduizend jaar kunnen nooit worden uitgewist. Dat is de ware reden waarom de Priesterbroederschap, ondanks de veroordelingen in het verleden, nooit heeft opgehouden een stem te zijn die de Kerk aanspreekt; en dat is ook de reden waarom het niet zo eenvoudig is om tolerant tegenover haar te staan.
Er zal een dag komen waarop een paus zal besluiten deze doorn uit zijn voet te trekken: hij zal haar dan kunnen gebruiken als een volgzaam instrument om bij te dragen – dat is onze diepste wens – aan het herstel van alles in Onze Heer Jezus Christus.
- Er wordt gezegd dat de komende wijdingen een schisma zouden kunnen veroorzaken. Toch zijn sommigen binnen de Kerk van mening dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X al schismatisch is. Hoe valt deze tegenstrijdigheid te verklaren?
De tegenstrijdigheid is reëel en wijst op een jurisprudentie van het Vaticaan die men als “fluïde” zou kunnen omschrijven. Laten we proberen hier meer duidelijkheid in te brengen.
Canoniek gezien is de Priesterbroederschap Sint-Pius X, nadat zij in 1988 schismatisch was verklaard, nooit van deze censuur ontheven: in 2009 heeft paus Benedictus XVI de excommunicaties opgeheven die op haar bisschoppen rustten, maar zonder terug te komen op de eerdere schisma-verklaring. Tegelijkertijd heeft de Priesterbroederschap Sint-Pius X haar leerstellige standpunten niet gewijzigd en precies dezelfde rechtvaardiging voor de bisschopswijdingen, zowel in het verleden als in de toekomst, gehandhaafd. Met andere woorden, in overeenstemming met het feit dat zij de sancties die haar zijn opgelegd als nietig beschouwt, heeft zij zich nooit teruggetrokken.
Om deze redenen beschouwen de “strikte” canonisten haar nog steeds als schismatiek. In die zin moeten de expliciete verklaringen van kardinaal Raymond Burke, voormalig prefect van het Hoogste Tribunaal van de Apostolische Signatuur, of van Mgr. Camille Perl, voormalig secretaris van de Commissie Ecclesia Dei – die in 2019 werd opgeheven – worden begrepen. Vanuit ditzelfde perspectief moeten ook de maatregelen worden begrepen die werden genomen ten aanzien van priesters die de Priesterbroederschap Sint-Pius X verlieten om zich bij de officiële structuren aan te sluiten: de excommunicatie wegens schisma en de schorsing werden voor hen opgeheven, en hen werd gevraagd te biechten om ook intern absolutie te verkrijgen.
“De Traditie van de Kerk, die de Priesterbroederschap Sint-Pius X tracht te belichamen, vormt op zichzelf al een veroordeling van deze uitwassen, die ondraaglijk is voor degenen die een dergelijke tolerantie bevorderen.”
Tegenover deze interpretatie staat de figuur van kardinaal Dario Castrillón Hoyos2 , die veel soepeler is, en vooral die van paus Franciscus, die de Priesterbroederschap Sint-Pius X nooit als schismatiek heeft behandeld en ons expliciet heeft gezegd dat hij haar nooit zou veroordelen. In feite zouden we ook kardinaal Fernández en paus Leo XIV zelf in deze lijst kunnen opnemen: als zij momenteel een schisma trachten te vermijden, betekent dit immers dat zij ons niet als reeds schismatiek beschouwen. Hetzelfde geldt voor de kardinalen en bisschoppen die momenteel trachten de wijdingen te ontmoedigen om een schisma te vermijden.
Maar dan rijst in dit stadium een dubbele vraag: ten eerste, als dat hun vrees is, begrijpen we niet wanneer, hoe of waarom we in hun ogen zouden zijn opgehouden schismatieken te zijn. Bovendien, als de Heilige Stoel zelf in de praktijk de verklaring van schisma uit 1988 niet als geldig beschouwt, welke waarde zou dan een nieuwe verklaring van schisma kunnen hebben, uitgesproken om volstrekt gelijkwaardige redenen en onder gelijkwaardige omstandigheden?
Wat zeker is, is dat het Vaticaan in 1988 verwachtte dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X, nadat zij als schismatiek was verklaard, binnen enkele jaren zou worden ontbonden. Welnu, niet alleen is zij niet ontbonden, maar zij is blijven groeien. En bovenal is zij, ondanks een duidelijk onrechtvaardige schisma-verklaring, altijd een werk van de Kerk gebleven en heeft zij zich altijd voor de Kerk ingezet: deze realiteit dringt zich met zo’n kracht op dat, ondanks de veroordeling van 1988, de Heilige Stoel dit uiteindelijk in de praktijk heeft erkend.
Een mogelijke oorzaak van deze canonieke inconsistenties ligt in het ‘vage’ en modernistische concept van ‘niet-volledige gemeenschap’, volgens welke eenzelfde persoon tegelijkertijd als katholiek en niet-katholiek, als lid en niet-lid van de Kerk kan worden beschouwd. Het spreekt voor zich dat als iemand ‘gedeeltelijk’ zoon van de Kerk is, de wet van de Kerk slechts op eveneens gedeeltelijke wijze op hem van toepassing kan zijn, volgens willekeurige en variabele beoordelingen en criteria…
Dit toont aan hoe een ecclesiologische dwaling onvermijdelijk leidt tot juridische dwalingen, of in ieder geval tot verwarde, onsamenhangende en ‘vloeibare’ oordelen.
- Om de beschuldiging van schisma te onderbouwen, wordt beweerd dat een bisschopswijding in elk geval altijd de overdracht van jurisdictiebevoegdheid aan de nieuwe bisschop met zich mee zou brengen, met als onvermijdelijk gevolg – bij gebrek aan toestemming van de paus – de oprichting van een parallelle hiërarchie, en dus van een parallelle Kerk. De Priesterbroederschap Sint-Pius X heeft al op dit bezwaar gereageerd3 . Aangezien dit een uiterst gevoelig punt is, zou u hier nog enkele overwegingen aan toe willen voegen?
Dit punt is absoluut cruciaal. In feite berust de beschuldiging op een modernistisch uitgangspunt. Ik denk dat het interessant is om te proberen te begrijpen waarom de ecclesiologie van het Tweede Vaticaans Concilie leert dat een nieuwe bisschop altijd, onder alle omstandigheden, samen met de wijdingsbevoegdheid ook de jurisdictiebevoegdheid ontvangt.
Laten we er kort aan herinneren dat de wijdingsbevoegdheid bestaat uit het vermogen om de sacramenten te bedienen, terwijl de jurisdictie verwijst naar de bevoegdheid om, cum Petro et sub Petro, een deel van de kudde te besturen, gewoonlijk een bisdom. In de klassieke theologie, bevestigd door het traditionele canoniek recht en vooral door de vaste praktijk van de Kerk – we kunnen zeggen: volgens de Traditie – wordt de bevoegdheid om te besturen rechtstreeks door de paus aan de bisschop verleend, onafhankelijk van de wijding. Daarom kunnen er regelmatig gewijde bisschoppen bestaan aan wie geen eigen jurisdictie is toevertrouwd, zoals hulpbisschoppen of bisschoppen die belast zijn met specifieke diplomatieke missies.
“De Priesterbroederschap Sint-Pius X is altijd een werk van de Kerk gebleven en heeft zich altijd voor de Kerk ingezet: de Heilige Stoel heeft dit uiteindelijk in de praktijk erkend.”
Ten tijde van het Concilie werd deze visie beschouwd als te traditioneel, te middeleeuws, te Romeins: de directe en exclusieve tussenkomst van de Plaatsvervanger van Christus bij de toekenning van de jurisdictie reduceerde de aangestelde bisschoppen tot louter afgevaardigden of vertegenwoordigers van de paus. Omgekeerd maakte het idee dat elke bisschop bij zijn wijding onmiddellijk van God een universele jurisdictie ontvangt, het mogelijk om hem in zekere zin gelijk te stellen aan de paus, waardoor de plaats van de Plaatsvervanger van Christus werd gereduceerd tot die van een eenvoudige voorzitter van een college, “eerste onder zijn gelijken”. Dit nieuwe uitgangspunt ondersteunde dus, heel eenvoudig, de modernistische theorie van de collegialiteit4, het fundament van de democratisering van de Kerk.
Bovendien had deze herdefiniëring nog een ander gevolg: ze droeg bij aan een grotere oecumene. Om namelijk een zekere “kerkelijkheid” te kunnen toekennen aan de oosterse schismatische gemeenschappen (dat wil zeggen aan die welke werkelijk schismatisch zijn) en hen te beschouwen als “zusterkerken”, en zo een solide basis te leggen voor de oecumenische dialoog, moest hun apostolische successie zodanig worden gewaardeerd dat hun een daadwerkelijke jurisdictie over hun gelovigen werd toegekend – ondanks hun volledige afscheiding van Rome en de paus. Hun status als ‘Kerk’ zou dus voortvloeien uit het feit dat zij bisschoppen hebben die niet alleen geldig gewijd zijn, maar ook begiftigd zijn met een daadwerkelijk gezag over de zielen dat voortvloeit uit die wijding zelf, onafhankelijk van enig ingrijpen van de paus. Deze invalshoek maakte het gemakkelijker om in deze gemeenschappen het bestaan van een echte kerkelijke hiërarchie, in de volle betekenis van het woord, aan te nemen. Zonder deze voorafgaande ecclesiologische manipulatie zou het onmogelijk zijn geweest om hun een echte ‘kerkelijkheid’ toe te kennen.
“Men kan zich niet beperken tot het betreuren van de gevolgen zonder terug te gaan naar de werkelijke oorzaken: men moet de moed hebben om verder te gaan en te erkennen dat deze crisis zijn oorsprong vindt in officiële leerstellingen die vaak dubbelzinnig en soms duidelijk in strijd zijn met de Traditie.”
Aan ditzelfde oecumenische perspectief is een andere ecclesiologische manipulatie verbonden, namelijk het rekbare concept van ‘onvolledige gemeenschap’, dat in de vorige vraag aan de orde kwam: concreet zouden alle christelijke “kerken” deel uitmaken van een “superkerk” – de Kerk van Christus, die groter is dan de katholieke kerk – en zouden zij met deze een min of meer volledige gemeenschap onderhouden, afhankelijk van de lacunes in hun leer. Dit concept, dat eveneens modernistisch is, heeft tot doel een zogenaamde ontluikende eenheid met de andere ‘kerken’ te benadrukken. Maar het is misleidend. Men is immers ofwel in alle opzichten in gemeenschap met de katholieke Kerk, ofwel daarvan gescheiden: er bestaat geen tussenpositie. Paradoxaal genoeg wordt dit begrip, dat is bedacht als een instrument ten dienste van de oecumenische dialoog, bedoeld om een gezamenlijke weg te rechtvaardigen tussen ‘kerken’ die elkaar als ‘zusters’ erkennen, ook gebruikt ten aanzien van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, die het als absurd beschouwt.
Wat bijzonder betreurenswaardig is aan het verwijt aan het adres van de Priesterbroederschap, is dat deze specifieke beschuldiging van schisma of ‘onvolledige gemeenschap’, die berust op modernistische, collegiale en oecumenische postulaten, niet alleen door het Vaticaan wordt geformuleerd, maar ook door bepaalde verantwoordelijken van de zogenaamde ‘Ecclesia Dei’-kringen en -instituten5 . Paradoxaal genoeg vallen zij de Priesterbroederschap Sint-Pius X aan door de ecclesiologische dwalingen van het Tweede Vaticaans Concilie aan te halen en te verdedigen… In plaats van deze dwalingen op constructieve wijze aan de kaak te stellen – zoals zij dat in theorie zouden kunnen doen –, gebruiken zij ze om de Priesterbroederschap Sint-Pius X te stenigen. Het zijn echter stenen van rubber.
- Wat betreft de jurisdictie en het gezag in de Kerk, hoe analyseert de Priesterbroederschap Sint-Pius X de mogelijkheid om religieuzen of leken te benoemen in verantwoordelijke functies?
De vraag is volkomen relevant, vooral als men bedenkt dat momenteel een Romeins dicasterie, namelijk dat welke belast is met de instituten van gewijd leven, in plaats van respectievelijk een kardinaal en een bisschop als prefect en secretaris te hebben, is toevertrouwd aan twee religieuzen.
Ik wil hier geen ironie in leggen, want dat zou denigrerend zijn. Ik wil alleen maar benadrukken dat het Vaticaan op zijn manier bewijst dat het nog steeds perfect in staat is om het verschil te maken tussen de macht van de wijding en de toekenning van de jurisdictie: voor zover ik weet is zuster Simona Brambilla, de huidige prefect, namelijk nooit tot diaken, priester of bisschop gewijd; ze heeft zelfs geen klerikale tonsuur ontvangen… Hetzelfde geldt voor de zuster-secretaris.
- Buiten de Priesterbroederschap Sint-Pius X erkennen velen tegenwoordig oprecht dat er een crisis heerst binnen de Kerk, met name op het gebied van het geloof. Sommigen verwijten de Priesterbroederschap Sint-Pius X echter dat zij zich afzondert in haar eigen koers, zonder voldoende rekening te houden met het bestaan van andere visies. Vindt u deze kritiek terecht?
Ik denk dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X op dit specifieke punt de vinger op de zere plek legt. Velen van ons zijn het erover eens dat er een crisis in de Kerk heerst en dat deze crisis het geloof raakt: de Priesterbroederschap Sint-Pius X neemt hiervan kennis en bevestigt dit.
Maar men kan zich niet beperken tot het betreuren van de gevolgen zonder terug te gaan naar de werkelijke oorzaken: men moet de moed hebben om verder te gaan en te erkennen dat deze crisis zijn oorsprong vindt in officiële leerstellingen die vaak dubbelzinnig en soms duidelijk in strijd zijn met de Traditie. Concreet moeten we ons realiseren dat het specifieke kenmerk van de huidige crisis is dat zij de hiërarchie van de Kerk raakt in de leer die zij voorstelt.
In een dergelijke situatie kan men echter niet nalaten te zeggen wat er aan de hand is: de dwalingen moeten duidelijk worden erkend en aan de kaak gesteld door degenen die daartoe in staat zijn. Het volstaat niet te doen alsof men ze niet ziet of te hopen dat ze mettertijd zullen verdwijnen. Teksten als Amoris lætitia of Fiducia supplicans hebben bijvoorbeeld voor nogal wat opschudding gezorgd; daarna is alles weer tot rust gekomen, is men overgegaan tot de orde van de dag, en spreekt bijna niemand er meer over. Maar de beslissingen en de fouten die ze bevatten, blijven van kracht: men corrigeert ze niet in de hoop dat ze in de vergetelheid raken.
De Priesterbroederschap Sint-Pius X bestaat om hieraan te herinneren, zowel de gelovigen als de hiërarchie. Zij beschouwt dit als haar plicht, niet uit een geest van uitdaging of ongehoorzaamheid, maar als een dienst aan de Kerk. In die zin is het niet juist te zeggen dat zij zich afzondert: zij spreekt voor de hele Kerk en richt zich tot alle verwarde katholieken, zonder onderscheid.
Voor wie deze kwesties zonder ideologische vooroordelen benadert, dringt zich een constatering op: de breuk komt niet voort uit de Priesterbroederschap Sint-Pius X, maar uit de flagrante afwijking van de officiële leerstellingen ten opzichte van de Traditie en het constante leergezag van de Kerk.
- Hoe zou de officiële leer van de Kerk fouten kunnen bevatten?
De kwestie is uiterst delicaat en complex, en alleen de Kerk zal op een dag een bevredigende en definitieve verklaring kunnen geven over wat er is gebeurd en wat er vandaag de dag nog steeds gebeurt. Wat zeker is, is dat er geen dwaling kan worden onderwezen door het leergezag van de Kerk zelf. De feiten zijn echter duidelijk: we worden helaas geconfronteerd met de leer van bepaalde ernstige dwalingen. Maar of het nu gaat om de teksten van een concilie dat niet-dogmatisch wilde zijn, of om eenvoudige pastorale aansporingen, preken of gelegenheidsverklaringen – of zelfs dialogen met de wereld, geïmproviseerde toespraken in het vliegtuig of gesprekken met journalisten –, wanneer niet-dogmatische elementen als zodanig worden gepresenteerd, kan dit niet overeenkomen met een authentiek leergezag.
“De Priesterbroederschap Sint-Pius X blijft in volmaakte gemeenschap met alle pausen uit de geschiedenis, zonder uitzondering, in wat zij met elkaar gemeen hebben: de geloofsschat, die door de eeuwen heen getrouw is ontvangen, bewaard en doorgegeven.”
Om een voorbeeld te geven: een vooraanstaande Romeinse prelaat heeft mij onlangs uitgelegd dat de Verklaring van Abu Dhabi niet als behorend tot het leergezag moet worden beschouwd, aangezien het slechts een gelegenheidstekst betreft. Ik denk dat op een dag, met een beetje flexibiliteit en gezond verstand, een paus iets soortgelijks – en in het openbaar – zal zeggen over een hele reeks problematische teksten die niet als magisterieel in de technische zin van het woord kunnen worden beschouwd. De Romeinse Curie beschikt over een ongeëvenaarde ervaring en finesse om de nodige onderscheiden te maken: het ontbreekt haar alleen aan de wil om dit te doen.
Hoe dan ook, een definitieve verduidelijking is een zaak van de Kerk zelf, en niet van de Priesterbroederschap Sint-Pius X. Onze rol beperkt zich ertoe om trouw alles te verwerpen wat in strijd is met de Traditie en met het constante leergezag. Hierdoor blijft de Priesterbroederschap Sint-Pius X in volmaakte gemeenschap met alle pausen uit de geschiedenis, zonder uitzondering, in wat zij met elkaar gemeen hebben: het depositum fidei, dat door de eeuwen heen getrouw is ontvangen, bewaard en doorgegeven.
- Op talrijke gebieden van het kerkelijk leven, zoals op liturgisch gebied, is het duidelijk dat er misbruik plaatsvindt. Waarom spreekt de Priesterbroederschap Sint-Pius X altijd van dwalingen en niet van misbruik?
Het is duidelijk dat er misbruik bestaat, dat de grenzen van de hervormingen zelf overschrijdt. De Priesterbroederschap Sint Pius X erkent dit zonder moeite.
Maar de voortdurende retoriek van het misbruik, die vooral in zwang was onder het pontificaat van paus Benedictus XVI, volstaat niet om de crisis te verklaren. Ze creëert zelfs een systematisch alibi dat verhindert dat de problemen tot op de bodem worden uitgezocht. De liturgische hervorming bijvoorbeeld brengt moeilijkheden met zich mee die ongetwijfeld verband houden met de principes zelf, los van eventueel misbruik. De oecumenische en interreligieuze gebeden, om een ander voorbeeld te nemen, zijn de uitdrukking van een theologische dwaling, ook al probeert men expliciete daden van syncretisme te vermijden, om te voorkomen wat als misbruik zou kunnen overkomen.
Bovenal heeft de retoriek van liturgisch misbruik, of van misbruik bij de interpretatie van teksten, de neiging om de betrokken personen in twijfel te trekken – die worden beschouwd als verantwoordelijk voor dit misbruik, of als niet in staat om het te beteugelen – in plaats van de verkeerde principes die aan de basis liggen van de huidige catastrofe. Het zijn echter juist deze principes die aan de kaak moeten worden gesteld.
“Het gaat niet om rebellie, maar om een reactie op een wrede noodzaak.”
Ik geef toe dat ik de afgelopen jaren zelf getroffen ben door de bittere en systematische reactie van een bepaald, ietwat kortzichtig conservatief milieu, dat zich op zeer persoonlijke wijze heeft gericht tegen de figuur van paus Franciscus, in plaats van tegen het Concilie en de voortzetting van de leerstellige toepassing ervan tot op de dag van vandaag. Een dergelijke houding zorgt ervoor dat men bij elke verkiezing van een nieuwe paus, althans gedurende enkele maanden, hoopt op een oplossing van de crisis – zonder de nieuwe principes in twijfel te trekken, alsof alles afhangt van de persoonlijke wil van de nieuwe paus, die min of meer vastbesloten is om misbruik te veroordelen of te bestrijden. Dit is oppervlakkige retoriek die een oplettende en eerlijke waarnemer niet meer overtuigt.
- Vindt u het niet overdreven, zoals de Priesterbroederschap Sint-Pius X bij andere gelegenheden al heeft benadrukt, om te stellen dat een authentiek christelijk leven tegenwoordig onmogelijk is in een gewone parochie? Is de toestand van “noodzaak” die bij deze bewering hoort wel zo duidelijk? Is het niet een “handig” concept, bedacht om de wijdingen te rechtvaardigen die de instelling nodig heeft?
De Priesterbroederschap Sint-Pius X is zich ten volle bewust van het tragische en pijnlijke karakter van deze bewering. Het is een uiterst ernstige overweging, die goed begrepen moet worden.
Allereerst gaat het er niet om te betwisten dat, ondanks alle problemen en tekortkomingen waarmee gewone parochies te maken hebben, goede priesters en goede gelovigen er toch in kunnen slagen zich te heiligen en hun ziel te redden. Ondanks de fundamenteel ongunstige omstandigheden kan de genade van God de zielen raken, en wij kennen er voorbeelden van. Voor velen wordt het werkelijke lijden van hun situatie trouwens een echte bron van heiliging, die hen vaak aanzet tot het zoeken naar de Traditie.
Dat gezegd zijnde, moet wat de Priesterbroederschap Sint-Pius X beweert op een objectief, en niet op een subjectief niveau worden begrepen. Om de situatie van deze parochies werkelijk te kunnen beoordelen, is het aan elke ziel van goede wil om zich in gebed voor God precieze vragen te stellen, op zoek naar een bovennatuurlijk antwoord dat niet wordt ingegeven door positieve of negatieve indrukken, noch door ideologische vooroordelen, maar door de rede verlicht door het geloof.
Kan de mis van Paulus VI het katholieke geloof volledig uitdrukken en voeden? Geeft zij voldoende de zin van het heilige, het transcendente, het bovennatuurlijke, het goddelijke weer? Maakt deze ritus het mogelijk de ware zin van het katholieke priesterschap te begrijpen?
Wordt in een gewone parochie of een pastoraal ordinariaat, dat wil zeggen daar waar men predikt in overeenstemming met de huidige leerstellige richtlijnen, het katholieke geloof nog in al zijn integriteit onderwezen? Is de catechese die aan kinderen wordt gegeven nog katholiek en in staat hen voor hun hele leven te vormen?
Worden de zeer delicate en actuele kwesties van de huwelijksmoraal, of van de toegang tot de eucharistie in irreguliere situaties, nog steeds behandeld in overeenstemming met de wet van de Kerk? Wordt het sacrament van de boete nog steeds toegediend met een echt besef van de Verlossing en van de zonde, van de ernst en de gevolgen ervan?
Meer in het algemeen: welke vruchten hebben de hervormingen wereldwijd voortgebracht in het concrete leven van de gelovigen?
Op al deze vragen – en op andere soortgelijke vragen – geeft de Priesterbroederschap Sint-Pius X een duidelijk en coherent antwoord; en op basis van deze analyse, omdat de realiteit zich opdringt, komt zij tot de vaststelling van de “noodtoestand”.
De stelling van de Priesterbroederschap Sint-Pius X is dus het resultaat van een gezond realisme, niet van een ideologisch uitgangspunt. Het tragische karakter van deze constatering is simpelweg evenredig aan de tragedie van de werkelijkheid.
- Denkt u niet dat, ondanks de beste bedoelingen, de Priesterbroederschap Sint-Pius X het risico loopt om opnieuw gezinnen, de wereld van de Traditie en de Kerk zelf te verscheuren?
Misschien heeft de Kerk nog nooit zo’n verdeeldheid gekend als vandaag, en niemand kan zich daarover verheugen.
Deze verdeeldheid wordt echter niet veroorzaakt door trouw aan de Traditie, maar juist door het afwijken daarvan: de crisis van het leergezag, de dubbelzinnigheden, de dwalingen, de inculturatie zetten ertoe aan alles te interpreteren en te herinterpreteren, waardoor het aantal manieren om te oordelen toeneemt, wat op den duur onvermijdelijke verdeeldheid veroorzaakt. Om een bekend beeld te gebruiken: dit alles is wat het gewaad van Christus verscheurt. De Priesterbroederschap Sint Pius X probeert, door trouw aan de Traditie, eenvoudigweg bij te dragen aan het voortdurend weer aan elkaar naaien ervan.
Wat betreft de mogelijkheid voor alle traditionalisten om samen te werken en te strijden, wenst de Priesterbroederschap Sint-Pius X dit van ganser harte. Maar dit mag niet gebeuren door middel van een soort mini-oecumene: het kan alleen gebeuren in volledige trouw aan de integrale Traditie, als men wil dat deze openlijke strijd iedereen ten goede komt, ook degenen die het niet met ons eens zijn.
“De ware, duurzame en onwankelbare eenheid is alleen mogelijk op basis van de Traditie van de Kerk.”
Wat ten slotte de mogelijke verdeeldheid binnen eenzelfde familie betreft, moeten we moedig deze woorden van Onze Heer in gedachten houden, zonder ons te ergeren, zonder in bitterheid te vervallen, en door degenen die lijden te steunen:
“Denk niet, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard. Want Ik ben gekomen om de man te scheiden van zijn vader, en de dochter van haar moeder, en de schoondochter van haar schoonmoeder; is Mij niet waard; en wie zijn zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waard.” (Mt. 10, 34-37)
- Een terugblik. De bijzondere periode die de Priesterbroederschap Sint-Pius X momenteel doormaakt, roept bij de ouderen herinneringen en emoties op uit 1988. Deze datum markeert ongetwijfeld een beslissende wending in het werk van Mgr. Lefebvre. Welke uitspraak van de stichter van de Priesterbroederschap Sint-Pius X komt u als eerste in gedachten?
Tijdens een privégesprek had Mgr. Lefebvre toevertrouwd dat hij liever zou sterven dan in oppositie te staan met het Vaticaan. Dit toont aan in welke geest hij de wijdingen van 1988 heeft voorbereid. Toen, net als nu, ging het niet om rebellie, maar om een reactie op een wrede noodzaak: een noodzakelijke en onvermijdelijke beslissing, maar met tegenzin genomen.
Bij een andere gelegenheid verklaarde Mgr. Lefebvre, sereen en op een diep bovennatuurlijke manier, dat als de Priesterbroederschap Sint-Pius X niet het werk van God was, zij niet zou voortbestaan en hem niet zou overleven. Het is niet aan ons om een antwoord op deze vraag te geven. Maar de geschiedenis is al begonnen zich uit te spreken.
- Wanneer en hoe denkt u dat de crisis in de Kerk kan eindigen, en daarmee ook dit gevoel van algemene desintegratie, zowel binnen als buiten de Kerk zelf?
Alleen de Voorzienigheid heeft het precieze antwoord op deze vraag. Wat mij betreft, veronderstel ik dat, na tevergeefs en wanhopig te hebben gezocht naar vrede en eenheid in collegialiteit, de synode, oecumene, dialoog, luisteren, inclusie, gedeelde zorg voor het milieu, menselijke broederschap, de onophoudelijke verkondiging van de mensenrechten, enz., zullen de autoriteiten uiteindelijk beseffen – veel te laat – dat de ware, duurzame en onwankelbare eenheid alleen mogelijk is op basis van de Traditie van de Kerk.
Dus wanneer de crisis al haar gevolgen zal hebben getoond, de afvalligheid nog wijdverspreider zal zijn en de kerken leeg zullen zijn, zullen deze autoriteiten eindelijk begrijpen dat er niets te verzinnen viel: men moest gewoon trouw blijven aan Christuskoning en, naar het voorbeeld van de eerste martelaren, Zijn onaantastbare rechten verkondigen tegenover een neo-heidense wereld.
Eén ding is zeker: aangezien de zelfvernietiging van de Kerk uit Rome is voortgekomen, zal alleen vanuit Rome en door Rome deze verschrikkelijke crisis tot een einde komen. De kiemen van deze wederopbouw van de Kerk zijn echter al aan het werk: ze dragen nederig vrucht in de zielen die door de geest van Onze Heer worden bezield, en waar in stilte de komst wordt voorbereid van hen die op een dag het koningschap van Jezus Christus in zijn volle glorie zullen herstellen.
“Alleen vanuit Rome en door Rome zal deze verschrikkelijke crisis tot een einde komen.”
De crisis duurt zeker langer dan men zich had kunnen voorstellen. Dit is, naar mijn bescheiden mening, te wijten aan de intrinsieke moeilijkheid die de Kerk vandaag de dag ondervindt om te reageren. Een gezond lichaam kan vrij gemakkelijk reageren op ziekteverwekkers die het aanvallen; maar hoe verzwakt een lichaam is, hoe moeilijker het dat kan. Zo is de crisis die wij doormaken het gevolg van de aanval van verderfelijke principes op reeds verzwakte geesten – een verzwakking die al lang vóór de hervormingen was begonnen.
Maar zoals bij elke beproeving moeten we de Voorzienigheid aan het werk zien en ons wapenen met geduld. Hoe langer de crisis duurt, hoe meer Satan tekeergaat, hoe schitterender de triomf van de Traditie zal zijn en, bovenal, hoe duidelijker aan de wereld zal worden getoond dat de Kerk onverwoestbaar en goddelijk is.
Nooit eerder heeft de belofte van Onze Heer ons zo met vreugde en hoop vervuld als vandaag: “De poorten van de hel zullen haar niet overweldigen” (Mt. 16, 18).
En bovendien wordt de zekerheid van deze triomf in de eerste plaats gewaarborgd door Degene die alle ketterijen verplettert: “Uiteindelijk zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren.”
Gesprek gehouden in Menzingen op 19 april 2026,
de zondag van de Goede Herder
- 1
Deze orde, die is gebaseerd op de overdracht van het geloof, is een klassiek begrip uit het canoniek recht. Laten we onder andere een auteur citeren: “Ut patet fundamentum vitæ supernaturalis Ecclesiæ curæ et potestati concreditæ est fides; het is duidelijk dat het geloof het fundament is van het bovennatuurlijke leven dat is toevertrouwd aan de zorg en het gezag van de Kerk.” Het recht zal dus op organische wijze alles moeten regelen wat het geloof betreft: “quæ respiciunt fidei prædicationem, explicationem, susceptionem, exercitium, professionem externam, defensionem et vindicationem; alles wat betrekking heeft op de prediking van het geloof, de uitleg, de aanvaarding, de beleving, de uiterlijke belijdenis, de verdediging en de weerlegging van dwalingen”, in Gommarus Michiels OFM Cap., Normæ generales juris canonici, Parijs, 1949, deel 1, p. 258.
- 2
Kardinaal Castrillón Hoyos heeft in de jaren 2000 herhaaldelijk bevestigd dat de Priesterbroederschap Sint-Pius X “niet in schisma verkeert”, maar zich in een “canonisch onregelmatige situatie” bevindt, die binnen de Kerk moet worden geregulariseerd.
- 3
Brief van E.H. Davide Pagliarani aan kardinaal Víctor Manuel Fernández van 18 februari 2026, bijlage 2.
- 4
Deze leer beschouwt het bisschoppelijk college als zodanig als een tweede subject van het hoogste gezag in de Kerk, naast de paus: bijgevolg neigt dit ertoe de Kerk te veranderen in een soort permanent concilie, wat de almacht van de bisschoppenconferenties en de lopende synodale hervorming rechtvaardigt.
- 5
We wijzen in het bijzonder op de studies van E.H. Josef Bisig, stichter van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, en van E.H. Louis-Marie de Blignières, stichter van de Priesterbroederschap Sint-Vincentius Ferrer.
(Bron: Algemeen Huis – FSSPX.Actualités)