Waarom sturen ouders hun kinderen op kamp van de Eucharistische Kruistocht?

Bron: District België - Nederland

In Christus beminden,

Beste ouders en leden van de Eucharistische Kruistocht,

Vandaag start het grote evenement van het zomerkamp van de Eucharistische Kruistocht! Straks zullen we ons naar het mooie kampterrein te Brunssum begeven, maar we starten eerst met de H. Mis omdat de Eucharistische Heiland de Koning van onze jeugdbeweging is. 

Voor de kinderen is dit een dag van vurige verwachting. Voor de ouders een dag waarop zij hun kinderen voor enkele dagen uit handen geven. Hun grootste schat. Dat is niet vanzelfsprekend. Daarom mogen wij vandaag de vraag stellen: waarom zouden ouders hun kinderen eigenlijk naar een kamp van de Eucharistische Kruistocht sturen? Waarom zou men daarvoor tijd vrijmaken, geld uitgeven, kilometers rijden, afscheid nemen en een deel van de vakantie opofferen? Verschilt dit kamp wezenlijk van de talloze andere kampen en vrijetijdsbestedingen?

Ja, omdat God deze dagen gebruikt. Waartoe? Om zielen te vormen. Karakters te vormen. Toekomstige katholieke vaders, moeders, priesters en religieuzen te vormen. God heeft de Eucharistische Kruistocht niet laten ontstaan om kinderen enkel bezig te houden; zij is ontstaan, zoals paus Pius X het leerde, om jonge zielen voor Christus Koning te winnen, om kinderen te vormen die bidden, communiceren, zich opofferen en apostelen worden. 

En daarom wil ik vandaag drie zaken met u overwegen: waarom een katholiek kamp in onze tijd een noodzaak geworden is; waarom wij deze week optrekken met de grote missionaris Pater Jan-Pieter De Smet; en waarom de heilige Ignatius van Loyola onze leermeester zal zijn gedurende deze kampweek.

Mijn dierbaren, de mens is niet geschapen om voortdurend tussen stenen muren te leven. De eerste woonplaats van de mens was geen stad, geen schoolgebouw en geen scherm verlichte kamer, maar de tuin van Eden. Onze Heer heeft de bossen geschapen, de rivieren, de bergen, de sterrenhemel, de stilte van de avond en het gezang van de vogels. Daarom lezen wij in het Evangelie zo dikwijls dat Christus Zelf de eenzaamheid opzocht: Hij ging de berg op om te bidden, Hij trok zich terug in de woestijn, Hij bracht nachten door onder de open hemel. Hij maande Zijn apostelen in de natuur te zijn: “Komt afzonderlijk naar een eenzame plaats en rust wat uit”.

We betreuren het: onze kinderen groeien vandaag op in een wereld die hen onophoudelijk bestookt met beelden, geluiden en prikkels. Er is bijna geen stilte meer; altijd is er een scherm, een melding, muziek, lawaai, haast en verstrooiing. Bovendien: het is vaak een denkbeeldige wereld waar de kinderen in leven. Geen realiteit! Wie alleen tussen muren leeft, vergeet soms hoe groot God is. Hoe weldadig is het dan niet wanneer een kind opnieuw leert luisteren naar de wind in de bomen, wanneer het ’s avonds de sterrenhemel ziet zonder de lichten van de stad, wanneer het ontdekt dat God niet alleen aanwezig is in een kerk, maar dat heel de schepping Zijn grootheid verkondigt. De psalmist zegt: “De hemelen verhalen Gods heerlijkheid en het uitspansel verkondigt het werk Zijner handen.”

Maar een kamp leert nog iets wat onze tijd bijna vergeten is: tevreden zijn met weinig. Ook de eenvoud vormt. Onze maatschappij probeert onze kinderen wijs te maken dat geluk bestaat uit steeds meer bezitten, steeds meer comfort genieten en steeds meer eisen stellen. Het Evangelie leert precies het tegenovergestelde. Gelukkig is niet degene die veel bezit, maar degene die weinig nodig heeft. Hier op kamp leert men tevreden te zijn met eenvoudige maaltijden, eenvoudige slaapplaatsen en eenvoudige middelen. Men leert dat karakter belangrijker is dan comfort. Men leert dat men sterker wordt door kleine offers. En hoe noodzakelijk is dat vandaag! Want het leven zal onze kinderen later niet sparen. Er zullen moeilijkheden komen. Er zullen teleurstellingen komen. Er zullen kruisen komen. En juist daarom moeten zij nu reeds leren volharden, gehoorzamen, samenwerken en zichzelf overwinnen.

En dan is er nog iets: tijdens het kamp ontstaan er katholieke vriendschappen. Wat een vreugde wanneer het kind merkt dat er andere kinderen zijn die dezelfde H. Mis liefhebben, dezelfde rozenkrans bidden, dezelfde katholieke idealen koesteren en dezelfde strijd willen voeren voor Christus Koning! Hoe zeldzaam is dat vandaag! Op vele scholen voelt een katholiek kind zich alleen. Ook voor gezinnen die thuisonderwijs geven, is het een grote zegen wanneer hun kinderen ontdekken dat zij deel uitmaken van een veel grotere katholieke familie. Een ware vriend, zegt de heilige Augustinus, is iemand die zijn vriend naar God trekt. Er ontstaan op zulke kampen vriendschappen die soms een leven lang blijven bestaan.

En nu, beste Kruistochters, komen wij bij het grote avontuur van deze week. Jullie gaan luisteren naar het verhaal van een Vlaming, geboren in Dendermonde, die alles achterliet om Christus te verkondigen aan de Indianen van Noord-Amerika: Pater Jan-Pieter De Smet, de grote “Zwartrok”.

Stel u dat eens voor, kinderen: een jonge man verlaat zijn familie, zijn vrienden, zijn vaderland, steekt de oceaan over, trekt duizenden kilometers door ondoordringbare bossen, over woeste rivieren, door sneeuwstormen, langs grizzlyberen en buffelkudden, niet om goud te zoeken, niet om beroemd te worden, niet om rijk te worden, maar om zielen naar Jezus Christus te brengen. Zielen te redden. Wat een heldendom! Onze tijd geeft kinderen allerlei filmhelden, influencers en sportidolen; waarom zouden katholieke kinderen niet trots zijn op een echte missionaris uit hun eigen landen?

Deze week zullen jullie horen hoe de Flathead-indianen twintig jaar lang op een priester wachtten; hoe zij vier keer boodschappers duizenden kilometers stuurden om een “Zwartrok” te vragen; hoe sommigen van die boodschappers onderweg werden gedood; hoe de stam dagelijks bad voor de komst van een priester en de heilige voorwerpen die Pater De Smet had achtergelaten als een kostbare ark met zich meedroeg door de wildernis. Jullie zullen horen hoe moedige krijgers missieposten opzochten, de catechismus van buiten leerden, om nadien de katholieke waarheid aan hun stam te gaan leren.

Maar Pater De Smet leert ons nog iets anders: hij zag overal mensen die God zochten en schreef naar huis: “Zend ons helpers, want de oogst is groot!” Dat geldt ook vandaag. Ieder van jullie kan missionaris zijn in zijn gezin, op school, in de straat, door een goed voorbeeld, door een vriendelijk woord, door trouw te bidden en offers te brengen voor de bekering van anderen. Dat is precies de geest van de Eucharistische Kruistocht.

Maar, mijn dierbaren, het grootste avontuur van deze week voert niet door de bossen van Amerika; het voert naar het eigen hart. Daarom hebben wij als thema van de catechismus van dit kamp gekozen: de heilige Ignatius van Loyola en zijn geestelijke oefeningen.

Toen de apostelen na hun eerste missiereis uitgeput bij Onze Lieve Heer terugkeerden, sprak Hij de woorden die ook boven deze kampweek zouden kunnen staan: “Komt afzonderlijk naar een eenzame plaats en rust wat uit.” Paus Pius XI zegt in zijn encycliek Mens Nostra dat deze woorden niet alleen tot de apostelen gericht zijn, maar ook tot ons, mensen van een gejaagde en oppervlakkige tijd. Onze wereld leeft in voortdurende bedrijvigheid; men loopt, men belt, men scrolt, men consumeert en men vermaakt zich, maar men denkt nauwelijks nog na over de grote vragen van het leven.

Waarom heeft God mij geschapen? Waartoe leef ik? Ben ik werkelijk op weg naar de hemel? Wat moet ik veranderen om een heilige te worden?

Juist daarom noemt paus Pius XI de Ignatiaanse retraite een geneesmiddel voor onze tijd: enkele dagen waarin men uit het dagelijkse leven stapt, niet om niets te doen, maar om eindelijk weer ernstig na te denken over God en over de eeuwigheid.

Misschien vraagt iemand zich af of zulke gedachten niet te zwaar zijn voor kinderen. Mijn ervaring zegt het tegendeel. Don Bosco beklemtoonde: Kinderen begrijpen vaak veel meer dan volwassenen denken. Wanneer men hun de grote waarheden eenvoudig en ernstig voorhoudt, reageren zij vaak met een openheid die volwassenen verloren hebben. Tijdens eerdere retraites heb ik gezien hoe jongens die eerst alleen wilden ravotten, kattenkwaad uithalen, enkele dagen later uit zichzelf naar de kapel gingen om Jezus te bezoeken, om een lied te zingen, om een gebed te bidden of om stil naar het kruisbeeld te kijken. Dat is geen mensenwerk. Geen leider kan dat. Geen spel kan dat. Geen kamp kan dat. Dat is de genade van God aan het werk!

Wat leren zij dan? Allereerst leren zij waarom God hen geschapen heeft: niet om rijk of beroemd te worden, maar om God te kennen, Hem lief te hebben, Hem te dienen en zo eenmaal gelukkig te worden in de hemel. Daarna leren zij de ernst van de zonde kennen, niet om ontmoedigd te worden, maar om des te meer de liefde van Christus te begrijpen. Vervolgens leren zij Christus Zelf kennen: Zijn geboorte, Zijn verborgen leven, Zijn prediking, Zijn lijden, Zijn dood en Zijn verrijzenis. Want, zegt de heilige Ignatius, men moet Christus eerst kennen om Hem werkelijk lief te kunnen hebben.

En dan stelt Ignatius iedere ziel voor een keuze. Er zijn uiteindelijk slechts twee vaandels: het vaandel van Christus en het vaandel van de duivel. Een derde bestaat niet. Iedere dag kiezen wij opnieuw door onze woorden, onze gedachten en onze daden. Christus roept ook jullie, beste Kruistochters, niet om soldaten met een zwaard te worden, maar soldaten van Zijn Eucharistisch Rijk, kinderen die bidden, veel communiceren, zich edelmoedig opofferen en apostelen worden.

Beste ouders, wanneer gij straks naar huis rijdt zonder uw kinderen, dan vertrouwt gij hen voor enkele dagen toe aan God. Dat is misschien niet altijd gemakkelijk. Maar geloof mij: er bestaat geen grotere investering dan investeren in de ziel van een kind. Hun fiets verslijt, hun telefoon veroudert, hun speelgoed breekt, maar de genaden die God in een kinderziel legt, kunnen een leven lang vrucht dragen. Misschien zal hier een priesterroeping ontstaan. Misschien een religieuze roeping. Misschien een heilig huwelijk. Misschien een apostel die later vele mensen dichter bij God brengt. Dat weten wij niet. Maar wij weten wél dat God graag werkt in jonge harten.

Beste Kruistochters, misschien keren jullie volgende week moe terug, met vuile schoenen, schorre stemmen en blaren op de voeten; maar als dit kamp werkelijk geslaagd is, dan zullen jullie vooral met iets anders thuiskomen: met een vuriger liefde voor Jezus in de Eucharistie, met een grotere liefde voor Onze Lieve Vrouw, met bewondering voor Pater De Smet, met de moed van de heilige Ignatius en met het vaste besluit echte leden van de Eucharistische Kruistocht te zijn: te bidden, veel te communiceren, zich op te offeren en apostelen van Christus Koning te worden.

Moge Onze-Lieve-Vrouw, Koningin van de Eucharistische Kruistocht, de heilige Ignatius van Loyola, de heilige Tarcisius en de grote missionaris Pater Jan-Pieter De Smet deze kampdagen zegenen, opdat zij voor ieder kind een week van genade, van vreugde, van bekering en van heiliging moge worden. Amen.

Preek door E.H. Matthias De Clercq