Voorbereiding van de mensheid op de komst van de Messias (deel 2)

Bron: District België - Nederland

„Het volk, dat in duisternis wandelde, aanschouwde een helder licht!”

In Christus beminden,

Toen Adam en Eva uit het paradijs verdreven werden, wachtte er op hen slechts een duistere toekomst. Beroofd van hun bovennatuurlijke gaven, zouden ze bovendien gauw met ziekte, leed en dood kennismaken. Het mensengeslacht wandelde dus daadwerkelijk in duisternis, maar zou een helder licht aanschouwen. God had hun namelijk een Verlosser beloofd. Maar deze Messias leek toen slechts op een klein ver lichtpuntje in een duistere, mistige nacht. De aarde heeft zich eeuwenlang moeten voorbereiden op Jezus´ komst. Gelijk de gouden zon eerst door de vale morgenschemering, daarna door de purperen dageraad wordt aangekondigd, zo moest de Messias eerst schemeren in profeten en voorafbeeldingen, vooraleer zelf in volle glans te stralen. Vandaag willen we, nadat we reeds over de profetieën en voorzeggingen spraken, over deze personen of zaken spreken, die door analogie als een voorafbeelding van Christus gelden.

De eerste voorafbeelding van Christus vinden we in onze stamvader Adam. Ook Christus is stamvader - stamvader van het nieuwe begenadigde mensengeslacht. Net zoals Adam komt Christus, zowel naar ziel en lichaam, volledig uit God voort. Beide zijn zonen Gods. Maar opgepast! Adam is door zijn ongehoorzaamheid ook een tegenbeeld van Christus. De hl. Paulus schrijft namelijk: “Door de ongehoorzaamheid van één mens zijn vele tot zondaren geworden en gestorven, maar door de gehoorzaamheid van één Man zijn er velen gerechtvaardigd en tot het leven gekomen.”

Adams zoon, Abel, is ook een prachtige voorafbeelding van Jezus. Abel was schaapherder en offerde God het beste en vetste lam uit zijn kudde. Jahweh zag genadig neer op Abel en zijn offer, maar niet op dat van zijn broer Kain. Kain barstte daarom in hevige woede uit en doodde de onschuldige Abel. Kain beging een broedermoord. Jezus, de goede herder, de welbeminde van de eeuwige Vader, offerde zichzelf als smetteloos lam op voor het heil van zijn broeders. En dierbaren, het zijn wij, Zijn broeders, die Hem kruisigden. Zijn bloed echter riep niet zoals dat van Abel om wraak, maar om vergeving. Jahweh nam dit Kruisoffer met groot welbehagen aan.

Wat later in de geschiedenis, ten tijde van de aartsvader Abraham, leefde Melchisedech. Paulus schrijft: “Deze Melchisedech was koning van Salem en priester van de allerhoogste God. Zijn naam betekent: koning van de gerechtigheid en vrede. Hij is in de hl. Schrift als iemand zonder vader of moeder, zonder geslachtslijst, zonder begin van dagen, zonder einde van leven. Zó is hij de eeuwige Zoon van God gelijk geworden: Net als Christus is hij zonder menselijke vader, zonder begin en einde, en blijft dus priester in eeuwigheid.” Melchisedech behoorde bovendien, net zoals Christus niet tot Aarons stam. Hun priesterschap is van hogere – geestelijke aard. Aarons priesterschap werd door menselijke afstamming overgedragen – niet door uitverkiezing Gods. Melchisedech bracht bovendien God offers van brood en wijn – voorafbeeldingen van het hl. Sacrament des altaars. 

Isaac is een van de duidelijkste persoonlijke voorafbeeldingen van Christus. God had aan Abraham beloofd, dat in zijn enige en welbeminde zoon Isaac alle beloftes zich zouden vervullen. God verlangde echter dat Abraham zijn zoon op de berg Moriah zou offeren. Onderweg draagt Isaac het brandhout zelf en laat zich vrijwillig op de offersteen vastbinden. Net als Abraham liet God de Vader zijn eengeboren Zoon ons ten heil offeren. Jezus droeg zelf zijn Kruis naar de berg Calvarie, welke met de berg Moriah identiek is. Zoals een lam, dat geslacht zal worden, deed Hij zoals Isaac Zijn mond niet open. Omdat Isaac slechts een voorafbeelding was, werd hij uiteindelijk niet geofferd, maar vervangen door een ram. Dit is volgens de kerkvaders een beeld voor de verrijzenis van Christus. De dood had over Jezus geen macht.

De patriarch Jacob is in zoverre een beeld van Christus doordat Jacob de zegen van zijn vader Isaac voor zijn broer Esau voor zich won. Jacob bekleedde zich met de klederen van Esau zodat de reeds blinde Jacob niets zou merken. Zo ook droeg Christus onze menselijke natuur en deed in onze plaats boete en verwierf zo van de hemelse Vader zegen voor ons. De kerkvaders zien ook in het feit dat Jacob Esaus plaats in de uitverkiezing inneemt een beeld voor de gelovigen die in de hemel de plaatsen van de gevallen engelen zullen bezitten.

Ook de Egyptische Joseph is een beeld voor onze Heiland. Ook hij werd door zijn broers voor enkele zilverlingen verkocht en was samen met twee boosdoeners opgesloten in de gevangenis. Net als bij Christus´ Kruisoffer werd één van die twee booswichten begenadigd, de ander ging jammerlijk ten onder. Uiteindelijk komt ook Joseph na doorstane vernederingen en kwalen, tot een glorierijke heerschappij. Hij vergeeft zijn broers en houdt zo zijn familie in leven door hen brood te geven. Ook Christus sprak: “Vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen!” en gaf zich, het engelenbrood, om onze ziel in leven te houden.

Ook Mozes is net zoals Christus een profeet, wonderdoener en herder van zijn volk. Mozes bevrijdde hen uit de Egyptische slavernij en brengt hen naar het beloofde land. Op deze tocht voedt Mozes de Joden met het hemelse manna. Mozes is zoals Jezus de bemiddelaar tussen God en de mensen. Ze leren ons Gods geboden te onderhouden – God in een waardige cultus te vereren. Eén van die cultusgebruiken was het eten van het paaslam. Net als Christus moest dit lam zonder vlek of smet zijn, geen been mocht er van gebroken worden. Het werd op twee spiesen in kruisvorm gebraden. Het bloed van het lam beschermde de joden tegen de verderfengel, zoals Christus´ bloed ons uit de macht van Satan redde. Net als het vlees van het paaslam de Joden kracht gaf om in het beloofde land te komen, geeft het Lam Gods Zijn lichaam om ons te sterken tijdens onze pelgrimstocht naar de hemel.

Maar tijdens de uittocht uit Egypte werden de Joden Jahweh ontrouw. Als straf stuurde God giftige slangen in het tentenkamp. Velen stierven aan de slangenbeten. Toen greep Mozes één van die slangen en hing ze aan een kruis. Diegene, die er vol berouw, geloof en hoop naar opkeek, werd weer gezond en bleef in leven. De hl. Johannes schrijft daarover in zijn evangelie: “Zoals Mozes de slang ophief in de woestijn, zo moet de Mensenzoon verheven worden op het Kruis, opdat ieder, die in Hem gelooft, het eeuwige leven zou hebben.”

Ook de profeten waren door hun leven een voorafbeelding van Christus. Zo bijvoorbeeld de profeet Jonas, die 3 dagen in de buik van het zeemonster bleef, zoals Christus 3 dagen in het graf. Of de profeet Jeremias, die op onuitspreekbare wijze door de joden werd vervolgd en doormidden gezaagd. Of Elias, die ten hemel opvoer en op het einde der tijden zal terugkeren.

Tijdens de monarchie in Israël zijn vooral de goede koningen een voorafbeelding van Christus. Deze koningen werden allemaal door een godsprofeet gezalfd. Zo werd koning Davideveneens geboren te Bethlehem, door de profeet Samuel in plaats van koning Saul als heerser over Israël gezalfd. Saul, die Gods gebod niet trouw vervulde en daarom ook zijn kracht verloor. Hij begint David onterecht te vervolgen. De kerkvaders zien daarom in deze twee Koningen, een voorafbeelding van de strijd tussen de joodse synagoge en de katholieke Kerk. De afvallige synagoge zal de katholieke Kerk bestrijden. Net als David breidt de Kerk Gods rijk uit en prijst God in psalmen. Davids zoon, Salomon, is de vredesvorst. Hij troont over Gods volk in alle wijsheid, heerlijkheid en vrede en is daarom een voorafbeelding van de zegepralende Christus. Christus zal net als Salomon een tempel, dit is de katholieke Kerk bouwen.

Dierbaren, we kunnen dus concluderen, dat God de mensheid ook door voorafbeeldende personen goed op de komst van Zijn Zoon had voorbereid. Maar de lievelingsleerling Johannes bemerkt met pijn in het hart: “Het licht scheen wel in de duisternis, maar de duisternis heeft het niet begrepen”. Johannes de Doper waarschuwt bovendien vandaag ook ons in het evangelie: “Midden onder u staat Hij, die gij niet kent!” Zijn verwijt moge dus een sterke aansporing zijn om deze overweging over de voorafbeeldingen en de profetieën over Christus persoonlijk verder te zetten. Kerstmis nadert al! In de hl. Schrift leren we de komende Heiland kennen! Jezus zegt het zelf tegen de Joden: “Gij onderzoekt de Schriften en gij doet er goed aan, want, die zijn het, welke van Mij getuigen!” Deze overweging zal ons tot winst dienen: ze zal namelijk ons geloof sterken, dat het kleine kind in de kribbe waarlijk de beloofde Messias en Zoon Gods is.          

Vragen we tenslotte aan OLV, die reeds in haar laatste dagen is, de genade op de komst van dat Jezuskindje goed voorbereid te zijn. Dat we vurig naar Zijn komst uitzien, opdat zij ons dan, in die stille, heilige nacht ons hart met overgrote vreugde en vrede mag vervullen! Scharen we ons nu al rond de kribbe en bidden we: “Kom, Heer Jezus, kom!” Amen.