Voorbereiding van de mensheid op de komst van de Messias (deel 1)
Johannes de Doper, schilderij "Het Lam Gods"
„Zijt Gij het, die komen moet, of moeten wij een andere verwachten?”
In Christus beminden,
In het evangelie hebben we gehoord hoe de hl. Johannes de Doper in de kerker vernam over de wonderen, die onze Heiland verrichtte. Voor Johannes was het een overgrote vreugde eindelijk de lang verwachte Verlosser aan het werk te zien. Maar, hij bemerkt ook – tot zijn smart – dat niet iedereen het Lam Gods met een goed hart ontvangt. Johannes bemerkt zelfs, dat naast de farizeeën en schriftgeleerden, ook zijn eigen leerlingen met ijverzucht tegenover Jezus vervuld zijn. Dat kan niet zijn! – en Johannes besluit zijn leerlingen te genezen. Hij zendt ze tot Jezus en laat hen, dé vraag van het Oude Testament stellen: “Zijt Gij het? Zijt Gij de langverwachte Messias?” En wat doet Jezus? Jezus begrijpt het opzet van Johannes en antwoordt met een schriftcitaat uit de profetieën van Isaias. Hij gebruikt de voorspellingen van de H. Schrift om anderen de ogen te doen open gaan. Jezus wijst erop, dat indien men de hl. Schrift zou kennen, het klaarblijkelijk zou zijn, dat Hij de Messias is. Jezus is de vervulling van Isaias´ profetie: “blinden zien, kreupelen lopen, doden verrijzen en aan armen wordt het Evangelie verkondigd.” Jezus staat niet in een rij met andere profeten. Een kerkvader zegt: “Jezus is geen proloog maar climax, geen heraut maar koning, geen wegwijzer maar dé weg.” Maar, om dit te erkennen, moet men de hl. Schrift kennen. Maar dierbaren, kénnen wij de voorspellingen, die Jezus aankondigden? Kennen we het oude testament? Tot ons schaamte kunnen we waarschijnlijk niet met een fier `ja` antwoorden. Wij katholieken. Het past dus in de adventstijd te spreken over hoe de wereld op de komst van Jezus werd voorbereid.
God bereidde de mensheid op een welbedachte manier op die komst voor. Geleidelijk aan gaf Jahweh meer informatie vrij over de komende Verlosser. Eerst heel algemeen, zoals in het zogenaamde Proto-evangelie, waar God tot de duivel sprak: “Ik zal vijandschap wekken tussen u en de vrouw – tussen uw kroost en haar kroost. Hij zal u de kop verpletten.” De verlossing wordt aangekondigd als een bevrijding uit Satans heerschappij. Deze zal geschieden door een zoon met Zijn moeder. Tegenover Adam en Eva wordt dus een nieuw mensenpaar gesteld: een nieuwe Adam en een nieuwe Eva. De duivel zal dus door een vrouw, die in Eva eerst zijn werktuig was geweest, nu door Maria overwonnen worden en een man (Christus) zal opnieuw de heerschappij van Satan ontnemen en heersen in eeuwigheid.
Vervolgens zonderde God één volk, Israel, uit de heidense wereld af en verleende hen een bijzondere bescherming en standvastigheid in het monotheisme. God openbaarde zich persoonlijk aan hun leiders. Zo vooreerst aan Abraham. God belooft Abraham bij het offer van Isaac, dat in Abraham, in het joodse volk, alle volkeren zullen gezegend worden. Op het sterfbed kondigt Jakob zelfs het tijdstip en de manier van de verlossing aan: “De scepter zal van Juda niet wijken, totdat Hij komt, voor wie alle volkeren zich bukken. Hij wast zijn kleren in wijn, in druivensap zijn gewaad!” En daadwerkelijk! Jezus is mens geworden, net op het ogenblik toen Herodes, een niet-jood over Israel heerste. Vervolgens voorspelt Mozes, diegene die het volk Gods gebod overreikte en proclamator van het oude verbond was, dat “er een profeet gelijk hem zou opstaan. God zelf zou door zijn mond spreken.” Kan het nog duidelijker zijn? Net als Mozes heeft Christus ons de nieuwe wetgeving van het evangelie gegeven en het nieuwe en altijddurende verbond tussen ons en Jahweh gesloten! Ook Hij heeft ons met het hemelse manna gevoed en uit de slavernij naar het beloofde land geleid. Eeuwen later kwam de profeet Balaam en sprak: “Ik zie Hem! Een ster rijst uit Israel omhoog!” De traditie van de volkeren, dat de geboorte van de Messias zal aangekondigd worden door een ster, gaat hierop terug. Binnenkort, op 6 januari, zullen we zien, hoe de 3 wijzen deze profetie kenden en zo tot Jezus kwamen. Vele jaren later, 1000 jaar voor Jezus’ komst, schreef koning David de psalmen, waaronder ook Psalm 71: “Hij zal neerdalen als regen uit de hemel - Zijn rijk zal eeuwig stand houden – in zijn dagen zal de gerechtigheid bloeien – Hij zal heersen van zee tot zee – koningen zullen hem geschenken brengen!” David voorspelt, dat de Messias uit de hemel zal komen, om een eeuwigdurend rijk van vrede en gerechtigheid met God te stichten. David leert bovendien in Psalm 109, dat de Messias een priester zal zijn. Dat hij een offer zal volbrengen. Hij laat Christus spreken: “Brandoffers wilt Gij niet, o God, maar Gij hebt me een lichaam ten offer gegeven! Zie: ik kom!” En dan de Psalm 21, die ons het lijden van Christus voor ogen stelt: mijn handen en voeten hebben ze doorboort, allen die mij zien bespotten mij – al mijn beenderen zijn ontwricht – mijn keel is droog als een scherf (ik heb dorst) – ze verdelen mijn klederen onder elkaar!
Aan de zijde van de Israëlitische koningen stuurt God de profeten. Zo ook de profeet Isaias, welke de kerkvaders als evangelist van het oude testament bestempelen. Isaias schrijft 700 jaar voor Christus: “Zie, de Maagd zal ontvangen en een Zoon baren. Men zal Hem noemen: Emmanuel, God met ons!” Hier wordt voorspeld dat een Maagd, zonder toedoen van een man, een kind zal baren. Ook wordt naar de wondervolle ontvangenis en geboorte van Jezus verwezen. “Een kind is ons geboren, zijn naam is: goddelijke held, vorst van de vrede.” Dierbaren, wij kennen ook het ‘Rorate Coeli’, dat van Isaias komt. Daar wordt op prachtige manier, de dubbele oorsprong van de Messias aangeduidt: “Dauwt hemelen uit de hoge! Aarde open uw schoot om de vrucht van de verlossing te laten ontspruiten!” Jezus komt als het Woord uit de hemel – uit de hemelse Vader voort, als mens echter is Jezus uit de aarde – uit Maria geboren. Verder voorspelt Isaias zelfs dat Jezus zijn optreden in Galilea zal beginnen: “Het Galilea der heidenen zal een helder licht aanschouwen, een glans zal over hen stralen! Hij zal grote macht en vrede brengen!” Tenslotte voorspelt Isaias het plaatsvervangend lijden van de Messias: “Man van smarten, met lijden bezocht. Hij draagt onze kwalen, torst onze smarten. Om onze zonden wordt Hij doorboord. Op Hem rust de straf, ons ten heil. Door zijn striemen komt ons genezing. Als een schaap, naar de slachtbank geleid, opent Hij de mond niet! Hij laat zich onder de boosdoeners tellen.” Voor ons liet Hij zich tussen moordenaars kruisigen. Voor ons heil is Hij gestorven. De profeet Jeremias voorspelt 600 v.C., dat het oude testament een einde zal vinden. Dat er een nieuw verbond zal gesloten worden. “Voorwaar, zo spreek ik Jahweh, ik zal een nieuw verbond sluiten!” De kerkvaders zien in het wassen der kleren in rode wijn bij de profeet Jeremias de aankondiging van het bloedig lijden van de Messias. De profeet Baruch verkondigt in 580 v.C. dat God zelf op aarde zal komen: “Toen is Hij op aarde verschenen en heeft met de mensen verkeerd!” De laatste grote profeet, Daniel, verkondigt het juiste tijdstip van de menswording Gods: “Vanaf het ogenblik af, waarop het bevel zal gegeven worden, Jeruzalem weer op te bouwen, tot aan Christus zijn er 70 jaarweken!” En de historici bevestigen: zet men het bevel van koning Cyrus aan Esrdras om het jaar 458 v.C., dan valt de 70ste Jaarweek om de jaren 30 n.C. Verwonderlijk, niet?
Dierbaren, na deze overweging over de voorspellingen betreffende de beloofde Verlosser, kunnen we tenslotte concluderen, dat de wereld genoeg op de komst van de Messias voorbereid was. Maar de hl. Johannes schrijft: “Hij kwam tot de Zijnen, en de Zijnen ontvingen Hem niet.” Ze herkenden Hem niet. En waarom? Omdat ze de hl. Schrift niet lazen. Ze wisten niet dat Christus in een stal geboren zou worden, dat er een ster zou verschijnen, dat hij naar Egypte zou moeten vluchten. Bij ons katholieken mag het niet zo zijn. We hebben het in het epistel gehoord: “Alles wat er geschreven staat in de hl. Schrift, is tot onze onderrichting geschreven.” Het is echt beschamend te zien, hoe protestanten de hl. Schrift beter kennen als de katholieken. Nemen we ons dus sterk voor, in deze gezegende adventstijd, ijverig de hl. Schrift te lezen. God geeft er ons persoonlijk troost, raad en verlichting. Danken we dus voor dit geschenk! Gebruiken we het! Vragen we tenslotte aan OLV, die de hl. Schrift las en overwoog, en aan de hl. Johannes de Doper om ons op het komende Kerstfeest voor te bereiden. “Ziet Christus is nabij!” Amen.
Gerelateerd artikel
(Adventspredicatie E.H. Matthias De Clercq)