Het priesterlijk celibaat: een onderzoek (deel 3)

Bron: District België - Nederland

Gaan wij verder met ons onderzoek over het priesterlijk celibaat, waardoor de priester zijn unieke liefde tot Zijn Heer en God uitdrukt. Nemen wij ons deze teksten ter harte, temeer het celibaat meer in het centrum van de strijd voor de katholieke Traditie terechtgekomen is. Het is belangrijk zoekende jongeren, als ook tegenstanders van deze apostolische discipline antwoord op vaak gestelde tegenargumenten te kunnen geven.

Hoofdstuk 3. Een ontwaarding van het huwelijk?

Bezwaar: Door het celibaat van haar priesters te verlangen vermindert de Kerk de waarde van het huwelijk en geeft ze gelovigen er een negatief beeld van. Het huwelijksleven lijkt heiligheid in het gedrang te brengen.

Antwoord: de mens probeert zijn Schepper slechts gaven te schenken die hem die ze aanbiedt en hem die ze ontvangt waardig zijn. Als de priester dus het huwelijksoffer aan God brengt, dan is dat omdat hij het beschouwt als iets wat in Gods ogen van grote waarde en kostbaar is. De Kerk heeft altijd de leren van de manicheeërs, de encratieten en de katharen veroordeeld, die het huwelijk slecht vonden.

Wanneer een jongeman denkt door God geroepen te zijn, en het celibaat kiest, minacht hij geenszins het huwelijk. Wat hij wil, is Onze Heer navolgen, zoals Pius XII zegt: “Als de priesters, (…) de volmaakte zuiverheid beoefenen, dan is dat ongetwijfeld, omdat de goddelijke Meester zelf tot aan zijn dood maagd was”.[1] 

De priester is immers, zoals Pius XI ons herinnert, werkelijk “een ‘andere Christus’, omdat hij Jezus Christus zelf in zekere zin voortzet: ‘Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u’[2]”.[3] Pius XII voegt eraan toe: “De priester is als een ‘andere Christus’, daar hij met een onuitwisbaar merkteken getooid is, waardoor hij als het levende beeld wordt van onze Heiland”.[4] Laten we ook denken aan de woorden die Onze Heer tot de eerste priesters van het Nieuwe Testament richtte: “Wie naar u luistert, luistert naar Mij; en wie u verstoot, verstoot Mij”.[5]

Wanneer de priester de mis opdraagt of de sacramenten toedient, gaat hij tewerk in persona Christi. Het priesterschap van Christus is eenmalig en voor altijd, en het priesterschap van mensen, het ministeriële priesterschap (d.w.z. – etymologisch gesproken – het priesterschap van de bedienaren of dienaars), is een werkelijke deelname aan dit soevereine priesterschap. Het is dus Christus zelf die het rolmodel en het archetype is waaraan iedere priester innerlijk gelijkvormig moet worden om zijn gedeelde priesterschap in alle waarheid te beleven. 

Welnu, het is opmerkelijk dat Jezus Christus heel zijn leven celibatair is gebleven terwijl hij in een context leefde waarin het celibaat niet hoog aangeschreven stond. Het huwelijk wordt sterk aanbevolen in de logica van het Oude Testament. Gods zegen wordt uitgedrukt door de vruchtbaarheid van het echtpaar. Sint-Thomas legt uit: “Onder de wet van Mozes, toen de eredienst van God moest worden verbreid door de vleselijke daad, was het niet helemaal lovenswaardig om zich van de vleselijke daad te onthouden. Er bestond dus geen bijzondere beloning voor die beslissing, behalve wanneer zij uit een goddelijke ingeving voortkwam, zoals aangenomen wordt van Jeremia en Elia, over wie niet te lezen valt dat ze getrouwd waren”[6]. Waarom is Christus dan maagd willen blijven?

De vinding van Jezus in de Tempel helpt ons die keuze te begrijpen. Amper 12 jaar oud is de Heiland meer bezig met “het huis van zijn Vader”[7] dan met zijn aardse huisgezin. Zodra Hij de huwbare leeftijd heeft bereikt, is Hij volledig gericht op “zijn uur”[8]. Hij weet dat zijn taak er niet in bestaat om een gezin op aarde te stichten, maar om zijn Vader te gehoorzamen, door aan het kruis te sterven om mensen te verlossen. Evenzo is de taak van de priester volledig gericht op het zielenheil.

Daartegenover staat dat Onze Heer zich dikwijls op vaderlijke wijze tot zijn tijdgenoten richt. Hij zegt bijvoorbeeld aan de bloedvloeiende vrouw: “Heb goede moed, dochter, uw geloof heeft u genezen”[9]; aan de lamme: “Hebt goede moed, mijn zoon, uw zonden zijn u vergeven”[10]; en aan zijn apostelen: “Kindertjes, nog maar kort zal Ik bij u zijn. […] Ik zal u niet verweesd achterlaten”[11]. Zo is Christus op aarde gekomen om over mensen een geestelijk, niet vleselijk vaderschap uit te oefenen. Dat is ook de opdracht van de priester.

Wat een veronderstelde ontwaarding van het huwelijk betreft, zij is volkomen afwezig in het Evangelie en het onderricht van de Kerk. Integendeel, Christus heeft het huwelijkscontract tot de rang van sacrament verheven. Hij is ook door een gehuwde vrouw geboren willen worden. Meer nog: Hij heeft de bruiloft van Kana publiekelijk bijgewoond en heeft er zijn eerste wonder verricht om de vrolijkheid van het feest tot aan het einde te laten duren. In dezelfde geest verkondigen katholieke priesters de schoonheid en de grootsheid van het huwelijk, hoewel ze eraan verzaken.

Ooit vertelde een pastoor tijdens de preek van een zondagse Hoogmis met verve over hoe de gewijde maagdelijkheid boven het huwelijk verheven was. Aan het einde van de Mis richtte een oude vrouwelijke parochiaan zich tot de priester: “Eerwaarde, gelukkig voor ons hebben uw moeder en uw vader daar anders over gedacht!”. Dat grapje, dat getuigt van een stevige dosis gezond verstand, echoot wat de heilige Ambrosius enkele eeuwen eerder leerde: “Er zou geen maagdelijkheid zijn, als er geen huisgezin was waarin ze kan ontstaan”[12]. Om die reden heeft de katholieke Kerk het huwelijk altijd hooggeacht.

De ouders van de heilige Franciscus van Sales waren van plan om hun zoon te laten trouwen met de bevallige Françoise Suchet de Mirebel. Er werd een ontmoeting geregeld, maar de jongeman toonde niet veel interesse in het nochtans deugdzame en beeldschone meisje. Later, tijdens het heiligverklaringsproces, zou een getuige verklaren: « De dienaar van God heeft die mooie verbintenis afgewezen, niet uit minachting voor het huwelijk, dat hij als sacrament volstrekt eerde, maar uit een zekere innerlijke en geestelijke ijver die hem ertoe aanzette zich volledig aan dienst van de Kerk te wijden en geheel van God te zijn zonder zijn hart te moeten delen”[13].

Hoewel hij het huwelijk hoog in het vaandel voert, wil de priester dus ongehuwd blijven om Christus na te volgen, die zich volledig voor zijn geestelijke missie heeft gegeven.

[1] Encycliek Sacra virginitas van 25 maart 1954 [18].

[2] Joh. 20:22.

[3] Encycliek Ad catholici sacerdotii [van 20 december 1935].

[4] Encycliek Menti nostræ van 23 september 1950 [5].

[5] Luc. 10:16.

[6] Suppl., q. 96, art. 5, ad 3.

[7] Lc 2 : 49.

[8] Joh. 2:4; 7:30 enz..

[9] Mat. 10:22.

[10] Mat. IX, 2.

[11] Joh. 13:33 en 14:18.

[12] De virginibus I, 7.

[13] Mgr Francis Trochu, Saint François de Sales, Vitte, 1941, t. 1, p. 228.