Kan de Priesterbroederschap St.-Pius X worden vergeleken met de Farizeeën?
Op zaterdag 7 februari 2026 nam pater Davide Pagliarani, Algemeen-Overste van de Priesterbroederschap Sint-Pius X (FSSPX), deel aan een rondetafelgesprek over het besluit om op 1 juli in Écône door te gaan met de wijding van bisschoppen. Deze presentatie maakte deel uit van de Winteruniversiteit van het Franse district van de FSSPX, die plaatsvond in La Martinerie, nabij Châteauroux. Het evenement trok enkele honderden deelnemers, voornamelijk jongeren in de twintig. Hierbij werd o.a. ook volgende vraag gesteld:
Vraag:
In de tijd van Christus waren de Farizeeën de hoeders van de traditie. Door hun hoogmoed raakten zij de weg kwijt en gingen zij zelfs zo ver dat zij de Verlosser verwierpen op wie zij juist hadden gewacht. Hoe reageert u op degenen die beweren dat de Priesterbroederschap lijdt aan de zonde van hoogmoed? Zijn wij de nieuwe Farizeeën?
Antwoord:
Ik zal echter beginnen met een onderscheid te maken. Het woord ‘traditie’ is in deze context dubbelzinnig.
De traditie van de Farizeeën was een kunstmatige traditie – een menselijke traditie waartegen Onze-Lieve-Heer zich uitsprak. Zij bestond uit een hele reeks secundaire, banale en onbeduidende riten die aan de ware Wet van Mozes waren toegevoegd. Deze menselijke tradities werden aan anderen opgelegd, en de Farizeeën gebruikten ze als maatstaf om hun medemensen te beoordelen.
Het was daarom een religie die volkomen uiterlijk, ritualistisch en in wezen hol was geworden.
Voor ons is de Traditie echter iets heel anders. Laten we dat niet vergeten. De Traditie is, samen met de Heilige Schrift, een bron van Openbaring. Het is door de Traditie van de Kerk dat God Zichzelf bekendmaakt. God, die de Kerk door de eeuwen heen blijft bijstaan, maakt het Geloof aan ons bekend via de Traditie, met een hoofdletter T.
Om deze reden heeft er door de eeuwen heen een ontwikkeling van dogma’s plaatsgevonden, en bijgevolg nieuwe definities. Dit vormt de kennis, de schat van de Traditie, die ons door de Apostelen is overgeleverd.
We spreken dus over twee volkomen verschillende realiteiten. De eerste traditie moest worden afgeschaft, en dat is precies wat Onze Heer heeft gedaan. De tweede, de onze, is onmisbaar. Zij is noodzakelijk voor onze zaligheid.
Als men nu vraagt: lopen we ondanks alles niet het risico de Farizeeën van de 21e eeuw te worden? Dat is een legitieme vraag.
Ook hier maak ik een onderscheid. Zoals ik al eerder heb gezegd: wij dragen de erfzonde net als ieder ander. Wij zijn geen Marsbewoners die vrij zijn van de menselijke zwakte. Wij zijn mensen zoals alle anderen.
Welnu, in elke concrete situatie waarin het menselijke element een rol speelt, is ook de erfzonde aanwezig. Bijgevolg kunnen wij in een bepaald geval soms ongepaste houdingen vertonen; dit heeft echter geen invloed op de instelling als zodanig.
Dit zijn menselijke fouten die men kan begaan. Wanneer men de waarheid tracht te verdedigen, kan men soms toestaan dat er iets te menselijks in iemands ijver binnensluipt.
Ja, dat kan gebeuren. We kunnen af en toe woorden uitspreken die iets te hard zijn, of houdingen aannemen die onvoldoende rekening houden met de moeilijkheid die anderen ondervinden om ons te begrijpen, om de Traditie te benaderen, of om de noodzakelijke stap te zetten.
Dit kan gebeuren; en wanneer het gebeurt, moet het worden gecorrigeerd, net zoals men elke andere persoonlijke fout corrigeert.
Omgekeerd is het onrechtvaardig – ja, zelfs onaanvaardbaar – om deze of gene blunder, deze of gene persoonlijke tekortkoming, aan te grijpen als reden om de hele Priesterbroederschap in de categorie van Farizeeën of fanatiekelingen te plaatsen.
Nee, nee, nee. Wat wij vertegenwoordigen is de Traditie van de Kerk. En we moeten, nogmaals, onderscheid maken tussen de instelling, tussen de waarheid die zij hooghoudt, en de menselijke tekortkomingen die bij het ene of het andere individu kunnen bestaan.
Conferentie van Don Davide, op 7 februari 2026, met mogelijkheid tot vragen stellen