De plechtigheid van de bisschopswijding (deel 1): het apostolisch mandaat en de ondervraging
Nu de ceremonie van 1 juli nadert, waarbij in Ecône vier wijbisschoppen voor de FSSPX zullen worden gewijd, willen wij deze liturgische plechtigheid bespreken. Mgr. de Galarreta zal bij deze ceremonie de hoofdconsecrator zijn en Mgr. Fellay de co-consecrator.
Algemeen beschouwd heeft de wijdingsceremonie van de bisschoppen drie delen:
- Het eerste deel speelt zich af nog voor het begin van de H. Mis en is meer voorbereidend van aard: de ondervraging en het canonieke examen van de wijdingskandidaten aangaande hun rechtgelovigheid en het afleggen van de eed van trouw
- Het tweede deel vindt plaats na het Graduale, net voor het Evangelie en bevat de echte bisschopswijding. Deze omvat de Litanie van alle Heiligen, de handenoplegging, de wijdingsprefatie, de zalving van het hoofd en de handen en het overreiken van de bisschopsstaf
- Het derde deel en de voltooiing van de wijdingsplechtigheid vinden plaats op het einde van de H. Mis. De mijter en de handschoenen worden overreikt en de gewijde bisschop neemt plaats op de troon.
Bij de intrede dragen de te consacreren bisschoppen een witte koorkap, stola en reeds een paarse pileolus (ook zuchetto of kalot genoemd). Na een korte aanbidding van het Allerheiligste gaat de consecrator voor het altaar zitten en volgt er een dialoog tussen de consacrerende bisschop, de co-consecrator, de notaris en de te wijden bisschoppen.
Vooreerst vraagt de wijdingsbisschop of er een apostolisch mandaat aanwezig is. In vroegere tijden bestond deze vraag niet in deze vorm. Er werd aan de aanwezige clerus en het aanwezige volk gevraagd of zij ervan overtuigd waren dat de kandidaat-wijdeling het bisschopsambt waardig zou zijn en de nodige capaciteiten zou bezitten.
In de latere Pontificalen (rond de vijftiende eeuw) wordt er een expliciete controle op het ‘apostolisch mandaat’ gevraagd.
In de loop van de geschiedenis zijn er ook bepaalde gebieden waar niet de paus de nieuwe bisschop koos of benoemde, maar dit geschiedde bijvoorbeeld door de kapittels van de kathedralen. Een andere situatie is aanwezig in staten met concordaten met de H. Stoel, waar de paus eveneens niet een mandaat tot bisschopswijding gaf, maar deze aanstelling erkende en bevestigde. Zo geschiedde het ook in de Spaanse missiegebieden: de Spaanse koning creëerde bisdommen en benoemde er bisschoppen. Op een later tijdstip erkende de paus de nieuwe bisschoppen. Tijdens zulke wijdingsceremoniën werd er dus niet naar een apostolisch mandaat gevraagd, maar werd de formule gebruikt: “Hebt u het koninklijk decreet, het decreet van verkiezing, …”
In het jaar 1988 werd deze vraag naar het apostolisch mandaat ook beantwoord met ‘habemus – we hebben het’.
Mgr. Lefebvre deed dit omdat in principe Rome de FSSPX een bisschop had toegezegd, maar steeds de dag van wijding verschoof. Verder wilde Mgr. Lefebvre met ‘habemus’ benadrukken dat elke katholieke bisschop, als navolger van de Apostelen, de plicht en dus ook het mandaat van de Katholieke Kerk krijgt om het ware geloof en de sacramenten door te geven, waarvoor er naar de structuur van de Katholieke Kerk bisschoppen nodig zijn. De gelovigen hebben omwille van het leven van hun ziel recht op verkondiging van de ware leer en de toediening van de sacramenten. De kerkelijke noodtoestand verleent de consecrator als het ware een moreel mandaat.
Vervolgens, na de vertoning van het mandaat, leggen de nieuw te wijden bisschoppen vooreerst een trouweed af. Men belooft voor God en de gelovigen gehoorzaamheid, respect, verbondenheid en trouw tegenover de Kerk en bijzonder de paus. Hiermee drukt de nieuwe bisschop zijn wil uit om de Kerk loyaal en verantwoordelijk te dienen, en wel met totis viribus – met al zijn krachten. De wijdeling legt zijn hand op de H. Evangeliën en vraagt God om kracht. “Sic me Deus adjuvet et haec sancta Dei Evangelia – zo helpe me God en deze H. Evangeliën.”
Na de trouweed komt het canoniek examen. Door dit onderzoek verzekert de wijdende bisschop zich van de nodige gesteltenissen van de toekomstige bisschoppen. De consecrator herinnert aan de waarschuwing van de H. Paulus aan Timotheus om niemand overhaast de handen op te leggen [bisschop te wijden].
Het onderzoek betreft twee onderdelen: dat wat de bisschop moet doen en dat wat hij moet geloven.
Wat hij moet doen:
- Zich onderwerpen aan de H. Schrift en deze onderwijzen
- De overleveringen van de Vaders trouw leren
- Gehoorzaamheid aan de paus
- Toewijding aan de belangen Gods en niet aan wereldlijke aangelegenheden
- Over Gods kudde te waken en de ketters te veroordelen
- Kuisheid, matigheid, nederigheid en geduld
- Zorg voor de armen en de noodlijdenden
Wat hij moet geloven:
- De Allerheiligste Drievuldigheid
- De eenheid en goddelijkheid van de drie Goddelijke Personen
- De onveranderlijkheid van de drie Goddelijke Personen
- De Menswording van de Zoon Gods
- Dat de Katholieke Kerk de ene ware Kerk van Christus is
- De Verrijzenis van Christus
Daarop start de H. Mis met de voetgebeden en de altaarbewieroking. Daartoe worden de wijdelingen naar hun eigen altaar gebracht en daar met pontificale gewaden bekleed. Ze zullen de Mis aan het eigen altaar vervolgen. De consecrator verplaatst zich vervolgens naar de troon.
(wordt vervolgd...)
FSSPX Benelux