Na herhaalde aanvallen antwoordt FSSPX aan Pater Ramm (FSSP)

Bron: District België - Nederland

Pater Matthias Gaudron FSSPX, onderdirecteur en professor dogmatiek aan het Priesterseminarie Herz Jesu Zaitzkofen FSSPX

Pater Martin Ramm van de Priesterbroederschap St. Petrus heeft in Duitsland al tweemaal een brief verspreid, waarin hij zijn standpunt uiteenzet over de aanstaande bisschopswijdingen van de Priesterbroederschap St. Pius X.

Hoewel wij in principe vermijden ons in polemiek te mengen, hebben sommige van zijn uitspraken bij de gelovigen vragen opgeroepen en soms ook onzekerheid veroorzaakt. Om deze reden hebben wij pater Matthias Gaudron, docent aan het priesterseminarie in Zaitzkofen, verzocht enkele verduidelijkingen te geven en de belangrijkste vragen die in deze brief aan de orde worden gesteld te beantwoorden.

Zijn toelichting zal ertoe bijdragen de achtergronden van deze kwestie beter te begrijpen en dit onderwerp met meer objectiviteit, kalmte en duidelijkheid te bekijken.

Antwoord van Pater Matthias Gaudron FSSPX op Pater Martin Ramm FSSP:

Pater Martin Ramm heeft in een brief, gedateerd op Pinksteren, voor de tweede keer de voor 1 juli geplande bisschopswijdingen als schismatisch bestempeld en de Priesterbroederschap St. Pius-X een gezonde kerkelijke geest ontkend. Hij heeft daarmee de taak vervuld waarvoor de Petrusbroederschap door Rome is opgericht, namelijk de gelovigen van de Piusbroederschap daarvan afkeren [Zie document Ecclesia Dei afflicta op 2 juli 1988]. Daarmee heeft hij zich ook gekeerd tegen de bisschop aan wie hij het te danken heeft dat hij pastoor is van een persoonlijke parochie in Thalwil, namelijk tegen bisschop Vitus Huonder, die het oordeel van pater Ramm over de Priesterbroederschap St. Pius X geenszins deelde.

Pater Ramm begint met de gebeurtenissen rond 5 mei 1988. Op die dag had Mgr. Lefebvre een “protocol” ondertekend, waarin de tot dan toe bereikte stand van de onderhandelingen werd vastgelegd. Het ging dus geenszins om een verdrag, maar om louter een protocol. Aartsbisschop Lefebvre bracht dit zelf ter sprake in zijn preek bij de bisschopswijdingen op 30 juni 1988:

“En waarom, Monseigneur, heeft u die gesprekken afgebroken, die toch een zeker succes leken te hebben? 

Omdat, op hetzelfde moment dat ik mijn handtekening onder het protocol zette, de gezant van kardinaal Ratzinger … mij een brief heeft voorgelegd: ik zou om vergeving moeten vragen voor de dwalingen die ik zou hebben begaan.”

Rome is tot op de dag van vandaag nooit bereid geweest om de kritiek van de Priesterbroederschap St. Pius X op het Tweede Vaticaans Concilie en de hervormingen daarvan serieus te nemen. Het ging altijd alleen maar om het integreren van de Priesterbroederschap in het conciliaire systeem. Zo bestaat de Petrusbroederschap immers alleen maar omdat zij bereid is het gehele concilie en de nieuwe misritus goed te keuren. In het informatieblad van de Petrusbroederschap verschijnen regelmatig artikelen die het concilie verdedigen. Zij houden alleen vast aan de traditionele Mis omdat dat hun ‘charisma’ is.

Toen Rome eind jaren negentig probeerde de Petrusbroederschap en de andere gemeenschappen die onder de Romeinse commissie Ecclesia Dei vallen, te verplichten de nieuwe Mis te vieren, wendden de Algemeen-Overste van de Petrusbroederschap, P. Josef Bisig, en de algemene prior van de Broederschap van de heilige Vincentius Ferrier, P. Louis-Marie de Blignières, zich in een verzoekschrift tot de Heilige Stoel, waarin zij schreven dat het optreden van Rome neerkwam op een breuk met de toezeggingen van 1988 en dat dit Rome in de ogen van de ‘Lefebvristen’ ongeloofwaardig zou maken. Ik citeer uit het origineel:

De eventuele publicatie van deze „officiële antwoorden” zou overkomen als een breuk met de belofte van de Heilige Stoel jegens degenen die hem met grote offers hun vertrouwen hebben geschonken.

De geloofwaardigheid van de Heilige Stoel ten opzichte van de talrijke Lefebvrianen, die lijden onder hun afscheiding, wordt tenietgedaan, en een groot aantal van onze gelovigen zal terugkeren naar hun kapellen, om nog maar te zwijgen van degenen die geschokt zijn en zich van de religieuze praktijk zullen afkeren.

Destijds was de Priesterbroederschap St. Pius X dus goed genoeg om bij te dragen aan de redding van de Priesterbroederschap van Sint-Petrus.

Overigens was de wijding van een bisschop uit de gelederen van de Priesterbroederschap voor 15 augustus 1988 slechts in het vooruitzicht gesteld en nog lang geen uitgemaakte zaak. Rome had alle kandidaten die de aartsbisschop in Rome had voorgedragen, afgewezen en had een kandidaat geëist die beter aan het profiel van het protocol zou voldoen, dat wil zeggen die meer tot compromissen bereid zou zijn. Ook aan de Petrusbroederschap, die het protocol wilde aanvaarden, werd nooit een bisschop toegekend.

P. Ramm probeert vervolgens te beargumenteren dat de bisschopswijdingen zonder pauselijk mandaat in ieder geval schismatisch zouden zijn. Intellectuele eerlijkheid zou hebben vereist dat hij op zijn minst vermeldde dat vooraanstaande canonisten hier anders over denken dan hij. Ja, zelfs bisschoppen die in de Petrusbroederschap wijdingen hebben verricht, stonden en staan in goed overleg met de Priesterbroederschap St. Pius X, zoals de reeds genoemde bisschop Huonder, aartsbisschop Haas en hulpbisschop Schneider.

De Priesterbroederschap heeft in de afgelopen 38 jaar bewezen dat zij niet schismatisch is. De beschuldiging van schisma was de afgelopen jaren ook steeds minder vaak te horen. Als men de Priesterbroederschap nu verwijt dat zij op 1 juli in schisma zou gaan, geeft men daarmee toe dat zij ondanks de bisschopswijdingen van 1988 niet in schisma is.

P. Ramm beschimpt de verwijzing van de Priesterbroederschap naar de kerkcrisis en de kerkelijke noodtoestand als ‘whataboutisme’. Dat is precies dezelfde manier van redeneren die we al jaren kennen uit de linkse media. Als iemand met betrekking tot de klimaatverandering, de Covid-vaccinatie, de massale immigratie of wat dan ook een andere mening heeft dan de mainstream, dan heeft het geen zin om zijn standpunt met harde feiten te onderbouwen. Men doet niet eens de moeite om zijn argumenten te weerleggen, maar bestempelt hem gewoon als klimaatscepticus, onzinverkoper, complottheoreticus, rechts-radicaal en nazi. Wie dus wijst op de ketterse uitspraken van de pausen en op de schade die zij in de kerk hebben aangericht of gedoogd, is een ‘whataboutist’ – en daarmee is de zaak afgedaan.

De uitspraken van P. Ramm over de kerkcrisis zijn dan ook enigszins tegenstrijdig. Enerzijds erkent hij het bestaan van de crisis: deze “is reëel, en ze is ernstig”. Anderzijds kan er helemaal geen sprake zijn van een echte noodtoestand, want dat zou onverenigbaar zijn met “de onfeilbaarheid van de Kerk”. Grote theologen zoals kardinaal Bellarmin, Fr. Suarez en anderen hebben het voor mogelijk gehouden dat de paus de Kerk schade zou berokkenen en dat het dan geoorloofd zou zijn zich tegen hem te verzetten. Maar P. Ramm beschouwt zichzelf blijkbaar als een grotere theoloog. Hij probeert datgene als kerkelijke leer voor te stellen wat in werkelijkheid slechts zijn mening is. De Kerk heeft namelijk nooit bepaald dat het leergezag – behalve in het geval van de afkondiging van een dogma door de paus of een algemeen concilie – niet kan dwalen, dat de paus het geloof niet kan verliezen of de Kerk geen schade kan berokkenen, enzovoort. Laten we hier nog het fragment uit het werk De Romano Pontifice van Robert Bellarmin citeren:

Net zoals het dus geoorloofd is zich te verzetten tegen een paus die het lichaam aanvalt, zo is het ook geoorloofd zich te verzetten tegen degene die de zielen beangstigt of de staat in verwarring brengt, en des te meer indien hij ernaar streeft de Kerk te vernietigen. Het is geoorloofd, zeg ik, hem weerstand te bieden door zijn bevelen niet op te volgen en te verhinderen dat zijn wil wordt uitgevoerd.

De heilige Athanasius was niet bereid zijn strijd tegen het Arianisme op te geven en een dubbelzinnige geloofsbelijdenis te ondertekenen, waarvan er in die tijd vele waren. Ook de excommunicatie door paus Liberius kon hem daarvan niet afbrengen. De heilige Bernardus van Clairvaux zette zich in voor de hervorming van de Kerk, hoewel hij daarvoor door paus Honorius II werd berispt: «U mengt zich in zaken die u als monnik niets aangaan.»

Er zijn dan ook in de Petrusbroederschap en de andere gemeenschappen die de oude ritus volgen steeds weer leden geweest die niet zo wereldvreemd zijn als P. Ramm en die hebben toegegeven dat zij in de officiële Kerk slechts worden getolereerd en zonder de Priesterbroederschap St. Pius X niet zouden kunnen bestaan. Zulke leden zijn er tot op de dag van vandaag.

Het motu proprio Traditionis custodes van 21 juli 2021 benadrukte al in artikel 1: «De liturgische boeken die door de heilige pausen Paulus VI en Johannes Paulus II in overeenstemming met de decreten van het Tweede Vaticaans Concilie zijn afgekondigd, zijn de enige uitdrukking van de lex orandi van de Romeinse ritus.»

Daarna was het aanvankelijk zelfs de vraag of de heilige wijdingen bij de gemeenschappen die de oude ritus volgen, überhaupt nog volgens de oude ritus mochten worden toegediend. In februari 2022 ontvingen zij dan toch een decreet van de paus, dat hen het gebruik van alle preconciliaire liturgische boeken bleef toestaan. Deze toestemming geldt echter alleen “op grond van een uitzonderlijke tegemoetkoming”, zoals bisschop Arthur Roche, de prefect van de Congregatie voor de Eredienst, hierover opmerkte.

Sinds de aankondiging van de bisschopswijdingen voor 1 juli zijn er vanuit Rome plotseling weer vriendelijkere woorden te horen met betrekking tot de traditionele Mis. De Petrusbroederschap heeft hier dus al voordeel uit gehaald. Moge pater Ramm daarom zijn parochianen onderwijzen in het geloof en hun de sacramenten toedienen, maar niet de gemeenschap bestrijden, waarvan het bestaan voor hem de garantie vormt dat hij zijn werk kan blijven doen.

Pater Matthias Gaudron, professor Dogmatiek Herz-Jesu-seminarie Zaitzkofen FSSPX