Mgr. Huonder: Er bestaat geen absolute gehoorzaamheid jegens de paus en de bisschoppen!

Bron: District België - Nederland

Mgr. Dr. Vitus Huonder, de in 2024 overleden diocesane bisschop van Chur in Zwitserland, is begraven in het seminarie van de Priesterbroederschap St. Pius X in Ecône. Hij wilde – volgens zijn eigen woorden, die hij enkele dagen voor zijn dood tegen zijn opvolger, de huidige bisschop van Chur, sprak – naast de bisschop (aartsbisschop Marcel Lefebvre) worden begraven, die zo veel voor de Kerk had geleden

In mei 2022 hield hij in Wil in Zwitserland een opmerkelijke preek over gehoorzaamheid in de Kerk, die ook jaren later nog van groot belang is voor de hele katholieke Kerk. Hij citeerde ook de heilige Franciscus van Assisi, van wie in 2026 de 800e sterfdag wordt herdacht.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

Geliefden in de Heer!

„Laat ieder mens dan snel zijn om te horen, langzaam om te spreken en langzaam tot toorn”, zegt de heilige Jakobus ons vandaag.

De heilige Jakobus maakt ons aandachtig op het horen. Dat betekent natuurlijk het aandachtig luisteren. Daarbij gaat het niet alleen om het luisteren, maar om het gehoorzame luisteren. En dit gehoorzame luisteren noemen we gehoorzaamheid. Het woord ‘gehoorzaamheid’ is afgeleid van het werkwoord ‘horen’ en is – zoals ik zojuist zei – een gehoorzaam ‘luisteren’. Door gehoorzaamheid nemen we het gehoorde aan, leven we ernaar en voeren we het uit. Dat is gehoorzaamheid: gehoorzaam luisteren.

Gehoorzaamheid neemt een bijzondere plaats in bij de beleving van het geloof. De heilige Paulus noemt het ‘gehoorzaamheid van het geloof’. Deze gehoorzaamheid zijn we ook verschuldigd aan hen die de verantwoordelijkheid dragen voor het geloof, voor de zuiverheid van het geloof en voor de overdracht van het geloof. En dat zijn in de eerste plaats de paus en de bisschoppen. Zo lezen we in het Compendium van de christelijke leer van paus Pius X [3e afdeling, 1e deel, § 4, nr. 211] de woorden: „Elke gelovige, of hij nu geestelijke of leek is, moet zijn bisschop eerbiedigen, eren en liefhebben en hem gehoorzaamheid betonen in alles wat betrekking heeft op de zielzorg en het geestelijk bestuur van het bisdom.”

Opdat u, geliefde gelovigen, de reikwijdte van deze uitspraak begrijpt en het gezegde ook juist kunt plaatsen, wil ik u een voorbeeld uit het recente verleden voorleggen.

Met het motu proprio Traditionis custodes beperkt de paus voor de geestelijken en voor de gelovigen de viering van de overgeleverde heilige Mis. De bisschoppen worden opgeroepen deze beperking, die neerkomt op een verbod, effectief ten uitvoer te brengen.

De bedoeling van dit besluit is – zonder twijfel – de volledige onderdrukking van de traditionele liturgie. Dus in de toekomst zou er eigenlijk – dat is de gedachte – geen liturgie meer mogen zijn zoals wij die vandaag vieren.

Nu rijst de vraag van de gehoorzaamheid.

Elke gelovige en geestelijke moet zijn bisschop respecteren, eren en liefhebben en hem gehoorzamen in alles wat betrekking heeft op de zielzorg en het geestelijk bestuur van het bisdom. Als er sprake is van de bisschop, dan geldt dit natuurlijk des te meer voor de paus, de bisschop van Rome, het hoofd van de bisschoppen.

Jullie zien dus, mijn geliefden, hoe belangrijk het is om gehoorzaamheid goed te begrijpen. Daarover wil ik jullie een verduidelijkend woord geven, omdat velen in onze tijd toch in de knel zitten, juist vanwege die gehoorzaamheid.

Een verduidelijkend woord hierover: Er bestaat geen absolute gehoorzaamheid jegens de paus en de bisschoppen – ook niet jegens een priester. Er bestaat jegens de paus en de bisschoppen – en ook jegens een priester – slechts een relatieve gehoorzaamheid. Ook jegens een overste van een religieuze orde bestaat er slechts een relatieve gehoorzaamheid, geen absolute.

Als we dit verschil tussen absolute gehoorzaamheid en relatieve gehoorzaamheid niet kennen of niet maken, dan komen we terecht in een onverantwoordelijke geloofshouding, in een vreselijke en beangstigende dwaling, ja zelfs in een ketterij. En we veroorzaken bij veel mensen een ernstig gewetensconflict, een ernstige gewetensnood.

Absolute gehoorzaamheid zijn we alleen verschuldigd aan God en Gods openbaring. Aangezien Gods openbaring ook het leven van de kerk vormt, vinden we eveneens in de zogenaamde traditie geloofsgoederen: geloofsgoederen die we moeten aanvaarden; geloofsgoederen die ons verplichten.

Bijvoorbeeld de de geloofsbelijdenis – we zullen deze geloofsbelijdenis na de preek samen afleggen – over Jezus: God uit God, Licht uit Licht, ware God uit ware God.

Dit aanvaarden we in absolute gehoorzaamheid aan God, dat is een waarheid die we nooit uit onze geloofsbelijdenis kunnen schrappen. Hier geldt dus de absolute gehoorzaamheid.

Daarentegen bestaat er jegens de paus en de bisschoppen altijd slechts een relatieve gehoorzaamheid. Wij zijn hen slechts gehoorzaamheid verschuldigd voor zover hun instructies en beslissingen niet in strijd zijn met het overgeleverde geloof. Dat geldt ook voor een concilie.

Verklaringen van een concilie die in het geloof bindend zijn, mogen niet in strijd zijn met het overgeleverde geloof. Zij mogen niets eisen wat in strijd is met het overgeleverde geloof of wat wij met het overgeleverde geloof als vaste, onveranderlijke leer hebben overgenomen.

Zo hebben wij in de openbaring van God, in het Woord van God en de daaruit voortvloeiende traditie een zeker fundament voor de geloofsgehoorzaamheid.

In deze zin beschouwen wij ook de overgeleverde – niet slechts 50 jaar, maar door de eeuwen heen overgeleverde – heilige Mis en de bijbehorende geloofspraktijk als een geloofsgoed dat geen enkele paus en geen enkele bisschop de gelovigen mag ontnemen.

De gelovigen hebben het recht om aan dit overgeleverde, zekere geloofsgoed vast te houden. Men kan van hen niet in gehoorzaamheid verlangen dat zij afstand doen van dit geloof en deze geloofspraktijk.

Daarom zijn de paus en de bisschoppen verplicht om de gelovigen dat te geven wat hen deze geloofspraktijk mogelijk maakt. Als zij als hoeders van het geloof deze plicht niet nakomen, zondigen zij zwaar tegen Gods autoriteit.

De huidige handelwijze van de Romeinse instanties is daarom een ongelooflijk misbruik van gezag. Hiervoor kan geen gehoorzaamheid aan het geloof worden geëist.

De heilige Franciscus van Assisi onderstreept het belang van gehoorzaamheid. Gehoorzaamheid is voor hem heel belangrijk. De heilige Franciscus noemt echter ook de grenzen ervan.

Hij zegt waar de grenzen van de gehoorzaamheid liggen, en daar zou men meer naar moeten luisteren. Hij is immers een heilige die in andere contexten veel geciteerd wordt – in onze context helaas niet.

Zijn woorden mogen ons een hulp zijn in een situatie die ons eigenlijk verplettert. De heilige Franciscus van Assisi zegt over de ordeleden (vermaning over de volmaakte gehoorzaamheid):

Die mens verlaat alles wat hij bezit en verliest zijn lichaam, die zich geheel in de handen van zijn overste overgeeft tot gehoorzaamheid. En wat hij ook doet en zegt, als hij weet dat het niet tegen de wil van de overste is, zo is dit de ware gehoorzaamheid, voor zover alleen dat wat hij doet goed is.

Hier hebben we een beperking: „voor zover het goed is”.

„En als de ondergeschikte eens iets ziet dat voor zijn ziel beter en nuttiger is dan wat de overste hem opdraagt, dan moet hij het zijne vrijwillig aan God offeren, maar wat van de overste komt, moet hij krachtig trachten te vervullen. Want dat is de door liefde gedragen gehoorzaamheid, omdat hij God en de naaste voldoet. Maar als de overste de ondergeschikte iets zou bevelen dat tegen zijn ziel is, dan mag hij hem weliswaar niet gehoorzamen, maar hij mag hem niet verlaten.”

„Tegen zijn ziel”: dat betekent ook tegen het geloof, tegen de moraal.

„En als hij daarom door sommigen zou worden vervolgd, moet hij hen omwille van God nog meer liefhebben. Want wie liever vervolging verdraagt dan dat hij van zijn broeders gescheiden zou willen worden, die blijft waarlijk in volmaakte gehoorzaamheid, omdat hij zijn leven inzet voor zijn broeders.”

Aldus de heilige Franciscus van Assisi.

Dat is eigenlijk de situatie waarin we ons nu bevinden. We willen onze oversten niet verlaten. Maar we willen niet uitvoeren wat er wordt gezegd, omdat het niet goed is voor onze ziel en niet in orde is. En daarom moeten we dan ook vervolging op de koop toe nemen.

De beslissende zin – nogmaals – is de instructie: „maar als de overste de ondergeschikte iets zou bevelen dat tegen diens ziel indruist, mag deze hem weliswaar niet gehoorzamen, maar mag hij hem niet verlaten.“

Ik bedoel, degene die ons van het overgeleverde geloof wil afbrengen en ons het overgeleverde geloofsgoed wil ontnemen, handelt tegen onze ziel in.

Dit geloof heeft terecht ook betrekking op de overgeleverde liturgie, die door paus Pius V is bevestigd en beschermd.

Dan moeten we, net als de martelaren van de eerste eeuwen, zeggen: van dit geloof en van deze geloofsregel kan niemand mij afbrengen, ja, niemand mag mij afbrengen. Amen.

In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest! Amen.