Maand van Sint Jozef

Bron: District België - Nederland

Welke engel of welke heilige heeft het ooit verdiend vader van de Zoon van God genoemd te worden?

Rond 1854 gaf de zalige paus Pius IX aan een schilder de opdracht een schilderij te maken, dat de afkondiging van het Dogma van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria voorstelde. Toen het ontwerp klaar was, werd het aan de paus voorgelegd. De paus bekeek het en kreeg een rode, grimmige gelaatsuitdrukking. Hij riep kwaad uit: “En de hl. Jozef? Waar is de hl. Jozef?” De schilder wees op een hoekje van het schilderij en sprak: “Aan hem heb ik niet gedacht, maar indien Zijne Heiligheid er op staat, kan ik de hl. Jozef hier beneden in een hoekje nog wel bijschilderen.” “O neen”, sprak Pius IX vertoornd, “niet daar, maar hier naast OLV en Jezus zult gij St. Jozef schilderen! Daar en nergens anders! De voedstervader van de Zoon van God moet overal en bovenal vereerd en bemind worden!”

Mijn dierbaren, “Neen! Geen kranke mensentaal, noch de stem van hemelingen, kan het lof van St. Jozef schoon genoeg bezingen!” Zo weerklinkt het in het welbekende schone lied!

Wat weten wij over de hl. Jozef uit het hl. Evangelie? Weinig en toch genoeg om hem tot de grootste heilige na OLV te verklaren. In de 3768 verzen van de 4 evangeliën verschijnt zijn naam slechts 14 maal, maar uit deze weinige verzen leren we wel de hoge waardigheid van St. Jozef kennen. Hij is bruidegom van de dochter van God de Vader en voedstervader van de Zoon van God. Wat een onvatbare hoge waardigheid! Wat een rijkdom bezat St. Jozef! De evangelisten Mattheus en Lucas verklaren verder met zekerheid, dat St. Jozef een nakomeling was van de grote koning David. Hij was een prins, maar verzaakte gewillig aan alle rijkdom en titels. Bijgevolg behoorde Jozef net als zijn bruid, Maria, dus tot de stam Juda, aan wie beloofd was, dat uit hen de Verlosser der wereld zou geboren worden. Toen de volheid der tijden gekomen was, zond God dan ook daadwerkelijk een engel naar hem, die sprak: “Jozef, vreest niet Maria tot u te nemen, want wat in haar geboren is, is van de hl. Geest!” Sinds dat ogenblik heeft Jozef zijn taak ten volle op zich genomen. We zien hem namelijk met Maria naar Bethlehem reizen en hoe hij zich daar uitput om haar dienstbaar te zijn. Later zien we hoe hij op het gebod van een engel alles blijmoedig achterlaat om voor Jezus´ veiligheid naar Egypte te vluchten. Enkele jaren later keert de hl. Familie onder zijn leiding naar Nazareth terug en gaan jaarlijks bidden en offeren in de tempel van Jeruzalem. Daar zal Jozef één van zijn 7 smarten beleven: het verlies van Jezus. Na drie dagen vinden Jozef en Maria Hem. Dan zegt de hl. Lucas: Jezus ging mee naar Nazareth en was Jozef onderdanig. Verder komen we via het evangelie niets meer te weten over deze zwijgzame man. Er heerst een grote stilte. De kerkvaders berichtten echter nog dat Jozef Jezus het timmermansvak bijbracht en wijzen nog op enkele bestaande werktuigen, die men in hun tijd nog kon aanraken en bekijken, maar ook dan verstomt hun stem betreffende deze nederige stille St. Jozef.

Hoe staat het met de verering van St. Jozef? Wel, deze begint in de 4de eeuw in het Oost-Romeinse Rijk. De kunstenaars vervaardigen er sarcofagen met scenes uit het leven van deze patriarch. Reeds toen werd hij als patroon van de stervenden aanzien. Het zal tot de 12de eeuw en de kruistochten duren, vooraleer ook het Latijnse christendom St. Jozef met een feest vereert. Het zijn de grote geleerden Albertus de Grote en Thomas van Aquino die hun veer ter zijner eer en glorie inzetten. Op het concilie van Trente in de 15de eeuw kiezen de karmelieten, dominicanen en franciscanen St. Jozef als hun bijzondere beschermheer. In de 17de eeuw komt er eindelijk het brevierofficie en beveelt paus Benedictus XIII St. Jozef in de allerheiligenlitanie te vernoemen. Op 8 december 1870, na de inname van de stad Rome door de vrijmetselarij, verklaart Pius IX St. Jozef onder grootste nood tot patroon over de universele katholieke Kerk. Hij verklaart dat er vooraan elk jaar op 19 maart een feest eerste klas tot zijn eer zal gevierd worden. In de 20ste eeuw keurt Pius X de litanie van St. Jozef goed en verleent haar aflaten. Op 7 september 1947 spreekt paus Pius XII de volksmenigte toe: “Wilt u de wereld terugwinnen voor Christus? Wel, doe dat met Sint Jozef! Alleen hij kan ons redden!” Op 1 mei 1955 voert dezelfde paus het feest van Jozef de Werkman in ter kerstening van de arbeid. En tenslotte beveelt Johannes XXIII de hl. Jozef in de canon van de hl. Mis in te voeren, nadat dit reeds op het 1ste Vaticaans concilie door ontelbare bisschoppen verlangd was.

Mijn dierbaren, hoe komt het, dat we de laatste eeuwen dit crescendo de verering van de hl. Jozef meemaken? Garrigou Lagrange ziet de reden daarin, dat de zending van St. Jozef en zijn betekenis betreffende het verlossingswerk steeds duidelijker werd. Hij concludeert zelfs na grondige studies: “St. Jozef was wezenlijk noodzakelijk om de verlossing te laten gebeuren.” St. Jozef is door God speciaal daartoe geschapen – gepredestineerd – en in de wereld gebracht om Maria als de Onbevlekt Ontvangene te beschermen en Jezus op te voeden. Dat was Jozefs levenstaak! Zonder die taak, geen Jozef! En met blik op deze zending schonk God St. Jozef alle genaden die daartoe nodig waren: een diepe vroomheid, kuisheid, grote voorzichtigheid, nederigheid en een overgrote trouw. Ja, “Jozef was een rechtschapen man”. Rechtschapen zijn is alle deugden toepassen. Sint Chrysostomus zegt, dat St. Jozef in alles volmaakt was, waardoor Jezus naast Zijn moeder Maria nooit een mens of een schepsel zozeer heeft liefgehad als Sint Jozef. Te Nazareth vormden ze samen, Jezus, Maria en Jozef een aardse Drievuldigheid, gelijkvormig aan de hemelse. 

Dierbaren, tenslotte, Mgr. Gay vroeg zich eens af hoe hij aan zijn gelovigen de verhoudingen binnen deze hl. Familie aanschouwelijk kon voor ogen brengen. Hij bad een tijd voor het tabernakel en dan viel hem het volgende in. Hij sprak: “De regels van de liturgie schrijven voor dat de hl. Hostie in het tabernakel bewaard moet worden in een ciborie van goud of zilver. Deze ciborie moet bedekt – beschermd worden met een doek van zijde. Welnu, de hl. Hostie is Jezus Christus, de ciborie is Maria en de doek symboliseert de hl. Jozef: de beschermer en behoeder van beiden. Net zoals de ciborie enkel maar bestaat om de Hostie te dragen, en zoals het velum voor de Hostie én ciborie dienst doet, evenzo bestaat Maria alleen maar voor Jezus en evenzo leeft Jozef als dienstknecht voor Jezus en Maria. De hl. Familie is een eenheid van dienstbaarheid.”

Sluiten wij met de bede, dat deze grote heilige onze voorspreker mag zijn bij Diegene die zich gewaardigd heeft zijn Zoon genoemd te worden – dat hij tevens voor ons ten beste mag spreken bij Maria, zijn maagdelijke bruid en Moeder van de Verlosser en dat wij zo zijn machtige bijstand mogen ondervinden. “St. Jozef, bid voor ons!” Amen.