Hoe kwam de kribbe van Bethlehem naar Rome?

Bron: District België - Nederland

Deze vraag hangt nauw samen met de vraag naar de ontstaansgeschiedenis van de basiliek Santa Maria Maggiore in Rome. Volgens de overlevering verscheen in de nacht van 5 augustus 358 de Moeder Gods aan de Romeinse patriciër Johannes en zijn vrouw en beloofde hen dat hun kinderwens zou worden vervuld als ze ter ere van haar een basiliek zouden bouwen op de plek waar 's ochtends sneeuw op de Esquilinheuvel zou liggen. Paus Liberius liet deze basiliek vervolgens bouwen, waarvoor Johannes de middelen ter beschikking stelde. Van dit sneeuwwonder is ook de naam van de gedenkdag van de wijding van de basiliek afkomstig: Sancta Maria ad Nives, feest van Maria van de Sneeuw. Dezelfde paus stelde in 354 trouwens de datum van Kerstmis vast op 25 december, die vervolgens altijd in de nieuwe Mariakerk werd gevierd. Al vanaf het begin is de grote Mariakerk in Rome dus verbonden met het kerstmysterie.

Nog geen 80 jaar later liet paus Celestinus I (422-432) de kerk herbouwen als monumentale basiliek. Na enkele verbouwingen en uitbreidingen in de loop der eeuwen is dit de kerk die we vandaag de dag nog kennen. De nieuwe inwijding vond plaats in 434 door paus Sixtus III. Wat zouden de redenen voor deze buitengewone gebeurtenis kunnen zijn?

Tot nu toe werd aangenomen dat de relikwieën van de kribbe pas met paus Theodorus I (642-649) naar Rome waren gekomen. Deze paus kwam uit Jeruzalem. Enkele jaren eerder was Bethlehem in handen gevallen van de Arabieren (634) en in april 637 moest Sophronius, de patriarch van Jeruzalem, ook de stad Jeruzalem aan kalief Omar overleveren. Volgens deze interpretatie zou de patriarch de relikwieën aan Theodorus hebben overhandigd, die ze vervolgens mee naar Rome zou hebben genomen om ze voor de Arabieren te redden. Er is geen duidelijke schriftelijke bron hierover. Maar vanaf de 7e/8e eeuw wordt in de Ordo Romanus de plaats van de kerstliturgie aangegeven met “ad præsepe”: “bij de kribbe”. Zeker is echter dat in 642 het lichaam van de heilige Hieronymus van Bethlehem naar Rome werd overgebracht. Sinds zijn dood in 420 was hij begraven in een zijgrot van de geboortegrot van Bethlehem.

Laten we terugkomen op de vraag waarom Maria Maggiore al in 434 opnieuw werd gebouwd.

Tot op heden is er onder dit gebouw geen archeologisch bewijs gevonden dat het vorige gebouw van Liberius zich op dezelfde plek bevond. Het is echter wel zeker dat paus Liberius een kerk heeft gebouwd op slechts ongeveer 300 meter afstand van de huidige Maria Maggiore-basiliek. Deze kerk werd echter in 410 verwoest, dus slechts enkele jaren voor de nieuwbouw van de basiliek.

In een essay ter gelegenheid van de 1600e sterfdag van de heilige Hieronymus onderzoekt Stefan Heid de vraag of de relikwieën van de kerststal niet al via bemiddeling van de heilige Hieronymus naar Rome waren gekomen: dus al vóór 420, en niet pas door paus Theodorus 200 jaar later. Als argumenten voert hij aan:

  • Hieronymus was in Rome secretaris geweest van paus Damasus I, die in 384 was overleden. Vanaf 386 tot aan zijn eigen dood in 420 woonde Hieronymus vervolgens bij de grot in Bethlehem. Hij getuigt daarbij uitdrukkelijk dat hij met uitzicht op de kribbe kon studeren, waarvan de aanwezigheid in Bethlehem al in de 2e eeuw wordt bevestigd.
  • Damasus vereerde de martelaarsplaatsen van de heiligen. Hij liet veel martelaren uit de catacomben overbrengen naar kerken en versierde hun graven met verzen. In Rome bestond toen dus zeker de behoefte om echte relikwieën te kunnen vereren. Door de heilige Helena was men al in het bezit van het heilige kruis. En met Hieronymus had Rome nu een uitstekend netwerk in het Heilige Land.
  • In Bethlehem stond de echte kribbe op dat moment niet in hoog aanzien. De patriarch had het onversierde hout laten verwijderen. In plaats daarvan werd een kopie van zilver tentoongesteld voor verering. In een kerstpreek in Bethlehem klaagt Hieronymus daarom bitter dat hij liever ‘die vuile kribbe’ zou kunnen vereren die de patriarch had veracht.

Als men bedenkt dat juist in die jaren de eerste Mariakerk van Liberius was afgebrand en dat er enerzijds deze unieke constellatie van beschikbaarheid van de echte kerststal en anderzijds de toegenomen belangstelling van Rome bestond: wat ligt er dan meer voor de hand dan dat de paus voor de nieuwbouw van Santa Maria Maggiore probeerde deze heilige relikwie in bezit te krijgen? In de persoon van Hieronymus had de paus in ieder geval in Bethlehem een pleitbezorger voor zijn zaak, die deze overdracht zeker kon organiseren. De komst van de kribbe naar Rome zou dus een andere belangrijke reden zijn geweest voor de nieuwbouw van de Mariakerk in de stijl van een grote patriarchale basiliek.

Ten slotte moet nog worden opgemerkt dat de nieuwe kerk werd versierd met een mozaïekcyclus van de hele kindertijd van Jezus, maar dat juist de afbeelding van de geboorte van Christus daarin ontbreekt. Dit kan alleen worden verklaard door het feit dat in plaats daarvan (mogelijk samen met een replica van de grot) de echte kribbe van Jezus kon worden vereerd en er daarom geen overeenkomstige afbeelding nodig was.

Dat de relikwieën die vandaag in Rome worden vereerd de echte kribbe zijn, staat buiten kijf. Dit wordt overigens ook bevestigd door wetenschappelijk onderzoek, dat de leeftijd van dit hout heeft kunnen bepalen op de tijd van Jezus. En het hout is afkomstig van de vijgenboom (ficus sycomorus). De tollenaar Zacheüs was in zo'n boom geklommen om Jezus te kunnen zien toen deze door Jericho trok.

Maar misschien bevindt de kribbe zich, in tegenstelling tot wat tot nu toe algemeen werd aangenomen, niet pas sinds de 7e eeuw in Rome, maar sierde hij al vanaf de wijding in 434 de nieuwbouw van de Santa Maria Maggiore.

Paus Pius IX (1846-1878) liet voor het hoogaltaar de huidige Confessio bouwen, waar de kribbe nu wordt tentoongesteld. De houten panelen bevinden zich in een reliekschrijn in de vorm van een wieg, gemaakt van zilver en bergkristal. Het is een werk van de kunstenaar Giuseppe Valadier (1802).

Paus Franciscus liet in november 2019 een stukje van de kerststal ter grootte van een vinger terugbrengen naar Bethlehem. Daar wordt het tentoongesteld in de Catharina-kerk van de Franciscanen, vlak naast de geboortegrot, zodat gelovigen het kunnen aanbidden.

Eerste graf van de heilige Hieronymus in de zij-grot van de geboortegrot in Bethlehem