Een kleine overweging voor het feest van Sint Nicolaas
Uit: Leven met de Kerk, pastoor Beukering
In de Adventstijd valt een heiligenfeest, ons allen welbekend en dierbaar: het feest van de heilige Nicolaas, of meer vertrouwelijk gezegd: Sinterklaas.
Er is wel geen heilige die zo algemeen door groot en klein herdacht wordt, maar ook zo algemeen door groot en klein verwaarloosd wordt.
De naam Nicolaas (van het Grieks niko laos) kan men vertalen als: 'volkswinner'. Zoals bekend was hij bisschop van Myra in Klein-Azië, ten tijde van keizer Constantijn de Grote. Hij was ook aanwezig op het Concilie van Nicea (325) en van hem staat opgetekend dat hij de H. Antonius Abt bezocht, de beroemde kluizenaar in de Egyptische woestijn. In zijn leven muntte de H. Nicolaas uit door de toepassing van de boetewerken: bidden, vasten en aalmoezen geven. Als kind reeds was hij graag in de kerk, als priester en bisschop woonde hij alle H. Diensten bij. Hij was een weldoener der armen. Een lichtend voorbeeld in de Adventstijd!
De Heilige Nicolaas werd bij ons bekend dankzij keizerin Theophanu, de Griekse echtgenote van de Roomse Keizer Otto II. Tussen 972 en 991 verbleef zij vaak in de palts Nijmegen. Zij maakte toen onze streken bekend met deze lievelingsheilige uit haar kindertijd. De H. Nicolaas geldt tevens als patroon van de zeelieden: op een zeereis naar het Heilige Land bezwoer hij de storm. Het is opmerkelijk hoe wijd zijn verering tevens was verbreid in het middeleeuwse Nederland. Hij is patroon van Amsterdam, de hoofdstad en stad van handel en zeevaart, en is voorts de patroon van vele oude parochies, speciaal langs de Zuiderzee en in Holland en Zeeland.
We zien deze volksheilige afgebeeld als bisschop met staf en mijter, het Evangelieboek in de hand. Aan zijn voeten plaatst men drie gouden beurzen. Die drie beurzen moeten ons eraan herinneren hoe de heilige eenmaal een grote som geld ter hand stelde aan een vader die geen bruidsschat mee te geven had aan zijn drie dochters en hen daarom aan de schande wilde prijsgeven. Ook ziet men hem wel afgebeeld met drie kinderen in een kuipje. Volgens de legende had een herbergier tijdens een hongersnood drie kinderen geslacht en in een kuip bewaard om mettertijd als voedsel te doen gebruiken. Sint Nicolaas, die dat bemerkte, wekte de kinderen weer ten leven op door een kruisteken over de kuip te maken. Bij een andere gelegenheid wekte hij een kind ten leven op dat door het vuur verbrand was.
Het verklaart allemaal waarom hij wordt vereerd als wonderdoener, als kindervriend, als redder uit water en uit vuur, als patroon van verliefden (suikerharten). Hij wordt als "huwelijksmaker" betiteld om de drie huwelijken die hij mogelijk maakte. Hij wordt nog op het platteland vereerd als patroon tegen veeziekten (suikerbeesten).
Helaas is men op zijn feest vaak meer dan ooit egoïst: hebben en krijgen en nog eens hebben en krijgen en anders niet. Dat is niet edel. In deze tijd, nu de Adventsliturgie ons maant tot bidden en versterven, moet het Sint-Nicolaasfeest allereerst benut worden als een gelegenheid om wel te doen, om dat derde boetewerk te verrichten: aalmoezen geven.
En laten we dan eens eerlijk bekennen: hebben we Sint Nicolaas ooit godsdienstig vereerd? Hem ooit iets gevraagd? Op dit laatste zult ge antwoorden: zeer zeker, van jongs af speelgoed bij hopen of andere nuttige dingen.
Maar laat mij de vraag dan anders stellen. Hebben we hem ooit gevraagd, gebeden, voor onze ziel om geestelijke dingen? Hebben we ooit, al was het dan maar uit dankbaarheid, geprobeerd hem in een van zijn vele grote deugden na te volgen? De grote vriend der armen was hij, meer nog dan kindervriend; de grote verdediger der kuisheid was hij. Proberen we hem daarin na te volgen; vooral in de Adventstijd, zoals hij, goed voor de armen zijn!
Niet alleen bidden: “Sinterklaas kapoentje, gooi wat in mijn schoentje”; niet alleen loven: “Sinterklaas, goedheilig man, trek je beste tabberd aan”, maar als wij op de Sinterklaasavond onze schoen gezet hebben en voor elkaar surprises hebben gemaakt, dan ook een surprise voor de goede Sint zelf, op de volgende wijze.
Op 6 december ’s morgens naar de kerk en tezamen met de gehele katholieke wereld in de H. Mis eerbiedig hem loven, prijzen en geestelijke dingen vragen, oplettend Epistel en Evangelie lezen, hem ter ere.
De H. Kerk verwacht dit van ons, van de jeugd vooral en toch… nooit zijn de kerken zo leeg als op zijn feestdag! De H. Kerk verwacht ons die dag ook ter H. Tafel voor het hemels banket en daarom legt Zij ons allen aan het eind van de Mis deze gebedswoorden in de mond: “Moge het offer dat wij ter viering van Uw heilige bisschop Nicolaas hebben genuttigd, ons door zijn voortdurende bescherming bewaren…”
(Afbeelding: Radio SD)