Heiligen der Lage landen: De H. Foilanus

Bron: District België - Nederland

Door Broeder René-Maria

De H. Foilanus (+31 oktober 655, feestdag 31 oktober)

De H. Foilan (St. Feuillan in het Frans) is zoals veel heiligen uit die tijd van Ierse afkomst. Ierland wordt daarom ook wel het 'eiland van de heiligen' genoemd. Foilan is een zoon van een nog heidense Ierse koning van Mounster en van de christelijke Gelges. Hij heeft twee (half-)broers van dezelfde moeder: Furseüs en Ultan, die ook beiden als heiligen vereerd worden. Furseüs is de leider, hij sterft in 650 in Frankrijk.  Foilan komt in 650 naar de Nederlanden en helpt de H. Gertrudis in Nijvel bij haar klooster. Kort na zijn dood wordt het leven van Foilanus al beschreven in het ‘Additamentum Nivialense de Fuillano' (= 'Nijvels Nawoord over Foilan’). Ook de H. Beda (+735) verhaalt in zijn geschiedschrijving het leven van Furseüs, dat samenvalt met het eerste deel van het leven van Foilanus. Hillinus, een monnik van Fosses, beschrijft in de 11e eeuw ook de wonderen die er na Foilans’ dood gebeuren.

Furseüs leert als eerste bij de H. Brendanus het leven van de monniken kennen en haalt zijn beide broers over om ook monnik te worden; te streven naar de inniger omgang met God in de eenzaamheid. Dichtbij hun ouderlijk huis sticht Furseüs een klooster, waar ook Foilan en Ultan intreden. Maar de mensen kunnen de harde woorden van Furseüs niet verdragen. Ook door invallen van vijandige stammen is het klooster niet veilig. Furseüs zoekt in Anglia een plaats om een klooster te stichten. Hij komt bij koning Sigeberht van Oost-Anglia, die voor hen een klooster bouwt in Cnoberesburgh (nu Burgh-Castle) bij Norfolk. In het jaar 635 valt een woeste horde Merciërs Oost-Anglia binnen en zij doden koning Sigebert en zijn broer, maar de Merciërs keren gelukkig weer terug naar hun land. Het klooster wordt een brandpunt van apostolaat en wanneer het zijn eerste vruchten afwerpt, wil Furseüs zich met Ultan in de eenzaamheid terugtrekken. Hij stelt zijn broer Foilan aan als overste. Furseüs voorziet in visioenen de komende rampen en gaat naar Rome. Op de terugweg geneest hij veel zieken, wekt twee doden ten leven op en bekeert een berucht rover. Furseüs verkrijgt van hofmeier Erchinoald in Péronne dat hij in Lagny sur Marne bij Parijs een klooster en twee kapellen mag stichten en sterft in 650 in Péronne. Hij ligt er een maand zonder sporen van bederf te vertonen. Veel mensen komen naar zijn lichaam kijken, wat een wonderbare geur afgeeft.

In Cnoberesburgh in Oost-Anglia gaat het kloosterleven onvermoeid verder onder leiding van Foilan. Er wordt gewerkt, gepreekt en dag in, dag uit wordt Gods lof bezongen in het koorgebed. Ook harde boetewerken horen erbij. Rond het jaar 650 komen de barbaarse Merciërs onder leiding van hun koning Pinda opnieuw Oost-Anglia binnenvallen. Koning Anna van Oost-Anglia wordt eerst verslagen en vlucht met het leger. De Merciërs plunderen en nemen Foilan en zijn monniken gevangen. Maar koning Anna kan zijn leger hergroeperen en weet nu de Merciërs te verslaan. Foilan wordt daarbij bevrijd en koopt de andere monniken vrij. Hun klooster is verwoest en volgens sommige schrijvers bouwt hij het eerst terug op. Foilan besluit dan naar het vasteland over te steken en op de plaats waar Fulteüs begraven is een klooster te beginnen. Hij verzameld relieken en kostbare boeken en scheept zich in. Foilan komt naar hofmeier Erchinoald en koning Clovis II, die Furseüs hadden geholpen, in Péronne. Zij worden goed ontvangen en Foilan maakt er een klooster bij de gedachteniskapel van zijn broer Furseüs. Het klooster wordt (volgens heiligen.net) bekend als het ‘Iers klooster’ en is een pleisterplaats voor de Ierse monniken-pelgrims. Onder andere de H. Turninus van Luik (+7e eeuw; feest 17 juli) en de H. Fredegandus van Deurne (+begin 8e eeuw; feest 17 juli) hebben hier hun vorming gehad. Spoedig verandert de houding van hofmeier Erchinoald ten opzichte van de monniken. Daarom besluit Foilan met monniken naar het noorden, naar Nijvel, te gaan om naast het vrouwenklooster van Gertrudis en haar moeder Itta of Ida (Gertrudis is de dochter van en Itta was de vrouw van Pepijn I) te blijven. Gertrudis schenkt daarenboven aan Foilan en Ultan de gronden om te Fosses een klooster te stichten. Zij is zeer verheugd deze geleerde monniken met hun boeken in de buurt te hebben.  Foilan preekt en missioneert de dorpen in de omgeving. Sommige schrijvers verhalen dat Foilan al in Engeland tot bisschop (zonder vaste zetel) gewijd was, anderen verhalen dit niet. In ieder geval werkt hij zo enkele jaren in deze streek. Op de 30e oktober in het jaar 655 draagt Foilan de H. Mis op in het klooster van Gertrudis in Nijvel. Dan vertrekt hij om met drie monniken zijn broer Ultan in Fosses te bezoeken. Ze verdwalen in het zogenaamde ‘Kolenwoud’. Daar ontmoeten ze ’s avonds enkele andere mannen, die hen een onderkomen wijzen. Bij het licht van het vuur kunnen ze hun wilde gezichten beter bezien en zijn ze minder op hun gemak. Zij leggen hun lot echter in Gods hand. Wanneer zij ’s nachts de metten zingen en Foilan zijn broeders nadien verder vermaant en met hen bidt, worden zij door deze heidenen of rovers met het zwaard gedood. Foilan wordt het hoofd afgeslagen, maar het hoofd blijft voortbidden. De rovers gooien de lichamen van Foilan en zijn drie gezellen in het bos waar nu Le Roeulx ligt. Ultan ziet in een visioen hoe Foilan’s ziel in de vorm van een witte duif, waar bloed van de vleugels drupt, ten hemel vliegt. Er gaan dagen overeen, dan besluit de H. Gertrudis boodschappers naar Ultan in Fosses te sturen. Ultan vertelt hen over zijn visioen. De boodschappers melden dit aan Gertrudis. Zij laat het lichaam van Foilan zoeken, ten slotte vinden ze het en Gertrudis laat het begraven in het klooster van Fosses la Ville. Daar gebeuren verschillende wonderen die Hillinus, monnik van Fosses, verhaalt in zijn ‘Liber miraculorum Foilani’ (boek over Foilan’s wonderen). In Fosses la Ville komen in recente tijd bij opgravingen onder de kerk de fundamenten van een Romeinse villa aan het licht, waarop Foilanus zijn houten kerkje op gebouwd zal hebben. Hij is patroon van Fosses la Ville en Neerlinter, maar heeft ook kerken in Luik, Aken en enkele andere plaatsen. In Le Roeulx is er later een St. Foilanklooster gesticht, nu dragen enkel de restanten ervan en het bier nog zijn naam (St. Feuillen).

Bronnen: - Société des Bollandistes. Acta sanctorum octobris : ex latinis et graecis, aliarumque gentium monumentis, servata primigenia veterum scriptorum phrasi ([Reprod. en fac-sim.]) [Société des Bollandistes]. 1765-1883. (documentacatholicaomnia.eu)  October 30 bij ‘Foilanus’  

(Afbeelding op website: Vitrail de saint Feuillen de l'église Saint-Joseph de Sovimont)