FSSP, FSSPX - enkele verschillen (deel 1)
Door E.H. de Sivry, Districtsoverste van de Benelux
Onze Algemeen-Overste heeft het Heilig Jaar in het teken gesteld van priesterlijke en religieuze roepingen. Bij deze gelegenheid hebben de priesters van het District lezingen gegeven om de aard van de roeping en de tekenen van deze goddelijke roeping toe te lichten. Na een presentatie van de roeping tot priester en kloosterling in de Priesterbroederschap Sint Pius X, hebben zij de verschillende congregaties en religieuze ordes genoemd die bevriend zijn met de Priesterbroederschap Sint Pius X. Zo kon iedereen kennismaken met de rijkdom van de Kerk, die tegemoetkomt aan alle noden van de gelovigen.
Er rezen echter verschillende vragen: waarom werd er geen melding gemaakt van de traditionele congregaties die “Ecclesia Dei” worden genoemd? Wat zijn de verschillen tussen deze congregaties en de Priesterbroederschap Sint Pius X? Op het eerste gezicht lijken ze op elkaar: dezelfde Mis, dezelfde sacramenten, dezelfde religieuze congregaties.
Het lijkt dus belangrijk om de verschillen tussen deze religieuze congregaties en de Priesterbroederschap Sint-Pius X te verduidelijken. We zullen zien dat er ondanks de schijnbare gelijkenis zeer belangrijke fundamentele verschillen zijn, die de volgende verduidelijkingen noodzakelijk maken.
Op 30 juni 1988 besluit Monseigneur Lefebvre tot een “operatie overleven” van de katholieke traditie. Hij wijdt vier bisschoppen, schijnbaar tegen de uitdrukkelijke wil van de paus, die hem het pauselijk mandaat heeft geweigerd, en baseert zich daarbij op de ernstige noodtoestand waarin de Kerk zich bevindt.
Deze bisschopswijdingen leidden tot een uiterst strenge reactie van de Romeinse autoriteiten. Op 1 juli 1988 publiceert kardinaal Bernardin Gantin, prefect van de Congregatie voor de Bisschoppen, het decreet van excommunicatie: “Mgr. Marcel Lefebvre (...) heeft vier priesters zonder pauselijk mandaat en tegen de wil van de paus tot bisschop gewijd. Daarom heeft hij de straf opgelopen die is voorzien in canon 1364 § 1 en canon 1382 van het Wetboek van Canoniek Recht”.
De volgende dag, 2 juli 1988, publiceert Paus Johannes Paulus II het Motu Proprio Ecclesia Dei Adflicta[1], waarin hij verklaart: “Aan al deze katholieke gelovigen die zich verbonden voelen met bepaalde eerdere liturgische en disciplinaire vormen van de Latijnse traditie, wil ik ook mijn wil tonen - en ik vraag ook dat de bisschoppen zich associëren met deze wil en alle anderen die in de Kerk de pastorale dienst uitoefenen - om de kerkelijke communio/gemeenschap te vergemakkelijken door de noodzakelijke middelen beschikbaar te stellen om zo hun rechtvaardige aspiraties te respecteren en te garanderen.” Johannes Paulus II richtte zo de commissie ”Ecclesia Dei" op, die onder meer tot taak heeft een canoniek kader te bieden aan priesters die gehecht zijn aan de Tridentijnse liturgie: “Bovendien zal overal de geest moeten worden gerespecteerd van al degenen die zich met de liturgische Latijnse traditie verbonden voelen en wel door een bredere en edelmoedige toepassing van de directieven, zoals reeds door de Apostolische Stoel zijn uitgegeven voor het gebruik van het Romeinse Missaal volgens de editie van 1962”. Deze commissie neemt alle instituten onder haar hoede die de traditionele liturgie willen behouden en tegelijkertijd de “kerkelijke gemeenschap” met de Romeinse autoriteiten.
In nummer 5, § b van dit Motu Proprio staat: “De omvangrijkheid en de diepte van de leer van het Tweede Vaticaans Concilie in de traditie, in het bijzonder op de punten van doctrine, die misschien door haar nieuwheid nog onvoldoende zijn begrepen door sommige geledingen van de Kerk.” De kerkelijke gemeenschap vereist dus dat men zich aansluit bij de stelling van de hermeneutiek van vernieuwing in continuïteit.
Deze apostolische brief vindt snel weerklank bij bepaalde priesters van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, die het werk van Mgr. Lefebvre voortaan als schismatiek beschouwen vanwege de bisschopswijdingen van 30 juni. Deze priesters komen op 18 juli 1988 bijeen in de abdij van Hauterive en stichten de “Priesterbroederschap Sint-Petrus”.
Hier volgt een uittreksel uit de oprichtingsakte: “Bij deze akte stichten de ondertekenende geestelijken de Priesterbroederschap Sint-Petrus, als een klerikale sociëteit van apostolisch leven overeenkomstig de bepalingen van het CIC (can. 731-746), rekening houdend met de vrijstelling voorzien in het Protocol van 5 mei 1988 en in het Motu proprio Ecclesia Dei adflicta van 2 juli 1988. Deze vereniging kan ook broeders als medewerkers toelaten.
De statuten waarin de doelstellingen en spiritualiteit van deze gemeenschap worden vastgelegd, zullen geïnspireerd zijn op de goedgekeurde statuten van de Priesterbroederschap St. Pius X, met het voorbehoud dat wijzigingen kunnen worden aangebracht indien de huidige omstandigheden dat noodzakelijk maken.”[2]
Het gaat er dus om een klerikale sociëteit van apostolisch leven op te richten, naar het voorbeeld van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, maar zonder de schande van het schisma en de excommunicatie. De priesters behouden de mogelijkheid om de H. Mis te vieren volgens de Tridentijnse ritus, zoals bepaald in het Motu Proprio van 2 juli. Ter herinnering: “Overal moet de geest worden gerespecteerd van al degenen die zich met de liturgische Latijnse traditie verbonden voelen en wel door een bredere en edelmoedige toepassing van de directieven, zoals reeds door de Apostolische Stoel zijn uitgegeven voor het gebruik van het Romeinse Missaal volgens de editie van 1962”.
Op 22 juli 1988 verleent de Commissie Ecclesia Dei aan de Priesterbroederschap Sint-Petrus het statuut van een instituut van pauselijk recht, wat betekent dat zij voor alles wat betrekking heeft op het interne bestuur en de apostolische richtlijnen rechtstreeks en uitsluitend onder de Heilige Stoel valt.
Voor de leden van deze nieuwe broederschap is het nu zaak een leerstellig standpunt te formuleren waarmee zij afstand nemen van de Priesterbroederschap Sint Pius X. Dit zal voor hen een soort richtlijn zijn, vergelijkbaar met de Verklaring van 21 november 1974, waarin Monseigneur Lefebvre de belangrijkste standpunten van de Priesterbroederschap Sint Pius X had vastgelegd[3].
Deze richtlijn krijgt begin 1989 vorm in een “Collectief theologisch essay”[4], opgesteld onder leiding van Pater Josef Bisig door priesters die inmiddels lid zijn van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, getiteld: “Over de bisschopswijding tegen de wil van de paus, met toepassing op de wijdingen die op 30 juni [1988] door Mgr. Lefebvre zijn toegediend”. Abbé Jean-Michel Gleize schrijft in de Courrier de Rome: “De conclusie van hun Essay, namelijk de afwijzing van de wijdingen, is in hun ogen zowel theologisch als moreel noodzakelijk, in die mate zelfs dat de tegenovergestelde conclusie, die de wijdingen zou rechtvaardigen, voor hen neerkomt op een niet-katholieke en schismatieke opvatting van het episcopaat”[5]. Verderop concludeert hij: “Deze broederschap is opgericht door priesters die lid waren van de Priesterbroederschap Sint Pius X en die zich niet wilden aansluiten bij wat zij destijds als een schisma beschouwden. Dit vermeende schisma van de Priesterbroederschap Sint Pius X is hun bestaansreden. Als blijkt dat dit schisma niet bestaat, verliest de Priesterbroederschap Sint Petrus – evenals alle gemeenschappen van de Ecclesia Dei-beweging, die zich herkennen in deze oorspronkelijke wil om schisma te vermijden – haar bestaansreden"5.
Laten we eens wat nader bekijken wat de breekpunten zijn tussen de Priesterbroederschap Sint-Petrus en de Priesterbroederschap Sint-Pius X.
Het oordeel over de bisschopswijdingen van 30 juni 1988.
Het eerste is niets anders dan het oordeel over de bisschopswijdingen die op 30 juni 1988 door Monseigneur Lefebvre zijn verricht. Wij bevestigen de legitimiteit van de wijdingen op grond van de noodtoestand. Deze noodtoestand is gebaseerd op de ernstige crisis waarin de Kerk zich bevindt als gevolg van de postconciliaire hervormingen die het katholieke geloof in gevaar brengen. De enige manier waarop Monseigneur Lefebvre de overdracht van het geloof en het katholieke priesterschap kon garanderen, is door de bisschopswijding van volledig katholieke bisschoppen. Deze noodtoestand is ook juridisch gebaseerd op canon 1323, §4: “Aan geen enkele straf is onderworpen degene die, wanneer hij een wet of verordening geschonden heeft: gehandeld heeft onder druk van ernstige vrees, hoewel slechts relatief ernstig, of uit nood of wegens ernstig ongemak, tenzij echter de handeling intrinsiek slecht is of de zielen tot nadeel strekt”. Het is precies deze situatie waarin de Kerk zich bevindt die Monseigneur Lefebvre ertoe heeft aangezet om tot bisschopswijdingen over te gaan: "We bevinden ons in een noodsituatie. We hebben er alles aan gedaan om Rome te laten inzien dat het moet terugkeren naar de houding van de vereerde Pius XII en al zijn voorgangers. (...) Deze oecumene en al deze dwalingen, dit collegialisme, dit alles is in strijd met het geloof van de Kerk en is bezig de Kerk te vernietigen. Daarom zijn wij ervan overtuigd dat wij, door vandaag deze wijding te verrichten, gehoor geven aan de oproep van deze pausen en bijgevolg aan de oproep van God, want hij vertegenwoordigt Onze Heer Jezus Christus in de Kerk”[6].
Wij bevestigen bovendien dat het wijden van bisschoppen zonder toestemming van de paus op zich geen “intrinsiek slechte daad” en “schismatiek” is. Wat het recht en de structuur van het Wetboek betreft, is het antwoord eenvoudigweg nee. Abbé Christophe Héry, priester van het Institut du Bon Pasteur, toont dit aan in zijn boek “Non-lieu sur un schisme”[7]: “Vanuit strikt juridisch oogpunt en zelfs bij gebrek aan noodzaak of ernstige vrees (canon 1323§ 4), worden deze wijdingen van een bisschop zonder mandaat van de paus in de Code ingedeeld onder de “Delicten in de uitoefening van kerkelijke ambten” (Wetboek van canoniek recht, Boek VI Sancties in de Kerk, Deel II, Titel III) en niet onder de “Delicten tegen de religie en de eenheid van de Kerk” (ibid. Titel I), die alleen betrekking hebben op schisma's.”
Wijden zonder pauselijk mandaat werd dus nooit beschouwd als een op zichzelf staande “schismatieke” daad, maar als een overtreding van een kerkelijke wet[8] van disciplinaire aard, welke overtreding dus geen schisma kan vormen, dat wil zeggen een zonde tegen de eenheid van de Kerk. Bovendien is de intentie van de wijdende priester heel duidelijk: "Wij hebben persoonlijk geen enkele intentie om met Rome te breken. Wij willen verenigd zijn met het Rome van altijd en wij zijn ervan overtuigd dat wij verenigd zijn met het Rome van altijd, omdat wij in onze seminaries, in onze prediking, in ons hele leven en in het leven van de christenen die ons volgen, het traditionele leven voortzetten zoals dat vóór het Tweede Vaticaans Concilie was en zoals dat twintig eeuwen lang is geleefd. Ik zie dus niet in waarom we zouden breken met Rome, omdat we doen wat Rome zelf twintig eeuwen lang heeft aangeraden te doen. Dat is niet mogelijk”6. Deze afwijzing van een schisma wordt ook bevestigd door Kardinaal Lara, die een onderscheid maakt tussen de wijding van een bisschop zonder pauselijk mandaat en de schismatische daad zelf: “De wijding van een bisschop [zonder pauselijk mandaat] is op zich geen schismatische daad.[9]”
Het voltrekken van een wijding zonder pauselijk mandaat gelijkstellen aan een schismatieke daad veronderstelt dat de wijdingshandeling, die onder de wijdingsmacht valt, noodzakelijkerwijs verbonden is met de toekenning van jurisdictiebevoegdheid. Dat is echter niet het geval: de reeds eerder geciteerde abbé Jean-Michel Gleize toont op basis van de leer van paus Pius XII aan dat “de overdracht van de rechtsbevoegdheid onafhankelijk blijft, scheidbaar is en in feite soms gescheiden is van de overdracht van de wijdingsbevoegdheid. Dit alles vloeit voort uit een zuiver goddelijk recht, dat wil zeggen uit de gegevens van de Openbaring, zoals het leergezag van de Kerk ons daar expliciet kennis van heeft gegeven”5.
Er zou zich nog een andere moeilijkheid kunnen voordoen: zijn de bisschopswijdingen van 30 juni 1988 een vorm van ongehoorzaamheid aan de paus? “Het kan voorkomen (...) dat de onderdaan niet verplicht is zijn meerdere in alles te gehoorzamen. 1° Vanwege het bevel van een hogere meerdere (...) 2° De ondergeschikte is niet verplicht zijn meerdere te gehoorzamen als deze een bevel geeft waaraan hij zich niet hoeft te onderwerpen"[10]. Sint-Thomas legt hier de basis voor een schijnbare ongehoorzaamheid. Dit zou het geval zijn bij een onderdaan die een bevel van de wettige autoriteit niet gehoorzaamt omdat dit bevel het algemeen belang schaadt en in strijd is met een hoger voorschrift. In dit geval geldt wat de H. Petrus leert: “Het is beter God te gehoorzamen dan mensen” (Handelingen, V, 29). De Doctor Angelicus voegt hieraan toe: "Als het geloof in gevaar zou komen, zouden de oversten door de ondergeschikten moeten worden terechtgewezen, zelfs in het openbaar. Ook Paulus, die ondergeschikt was aan Petrus, heeft hem om deze reden terechtgewezen. En hierover verklaart de Glosse van Augustinus: “Petrus zelf toont door zijn voorbeeld aan degenen die de leiding hebben, dat als zij van het rechte pad zijn afgeweken, zij niet moeten weigeren om gecorrigeerd te worden, zelfs niet door hun ondergeschikten.”[11]
De H. Thomas beschouwt hier een wettig gebod dat door de omstandigheden de facto onwettig zou worden. De vraag is dus eenvoudig: zou het wettig zijn om Mgr. Lefebvre de mogelijkheid te ontzeggen om bisschoppen te wijden die vrij zijn van de dwalingen en de geest van het Tweede Vaticaans Concilie? Als we erkennen dat er in de Kerk een noodtoestand heerst vanwege de toepassing van de conciliaire dwalingen, dan is het niet legitiem om een dergelijke weigering te doen, omdat dit ernstig het algemeen welzijn van de Kerk zou schaden, die voorzien moet zijn van volledig katholieke bisschoppen om het heil van de zielen te verzekeren. Bovendien bepaalt canon 1371 §1: “Degene die niet gehoorzaamt aan de Apostolische Stoel, de Ordinaris of de Overste die iets op wettige wijze voorschrijft of verbiedt, en na een vermaning in de ongehoorzaamheid volhardt, wordt, afhankelijk van de ernst van de zaak, bestraft met een censuur of verlies van het ambt of andere straffen volgens can. 1336 §§ 2-4.” Het wetboek voorziet dus zelf in een uitzondering op ongehoorzaamheid: er is alleen sprake van een overtreding als het bevel of het verbod rechtmatig is, dat wil zeggen wanneer het gericht is op het algemeen welzijn.
Een langzame en stille afglijding.
Indien de Priesterbroederschap Sint-Petrus weigert de legitimiteit van de bisschopswijdingen te erkennen, dan is dat omdat zij in volledige gemeenschap met de huidige Romeinse autoriteiten wil blijven en zich daarmee onder hun invloed plaatst. Aristoteles leert ons immers dat de mens van nature een politiek dier is (Politica, Boek I, 2): hij groeit en ontwikkelt zich alleen in de samenleving en meer in het bijzonder onder invloed van het gezag dat de individuele wil naar het algemeen welzijn leidt. Met andere woorden, elke ondergeschikte staat noodzakelijkerwijs onder de invloed van de meerdere die zijn gezag over hem uitoefent. Het gezegde dat door Claudianus, een Latijnse dichter uit de 4e eeuw, populair werd gemaakt, geeft deze politieke wijsheid van de Ouden weer: “Regis ad exemplar totus componitur orbis”: de hele wereld [van onderdanen] vormt zich naar het voorbeeld van de vorst.
Deze algemene wet wordt helaas bevestigd in de leerstellige richtlijnen van de Priesterbroederschap Sint-Petrus. Vanaf de oprichting van deze Priesterbroederschap vertelt Pater Joseph Bisig, een van de stichters, in een interview het volgende om aan te geven in hoeverre Rome de broederschap daadwerkelijk had verplicht om de Novus Ordo te vieren: “Dat is wat mij het meest verbaasde en verheugde tijdens die dagen in Rome begin juli 1988: niemand in de Curie sprak met ons over een dergelijke verplichting (...). Toen sommige bisschoppen vervolgens probeerden onze priesters te verplichten om in de nieuwe ritus te concelebreren, adviseerde ik mijn confraters om in koorhemden deze ceremonies bij te wonen, vooral op Witte Donderdag, en daar de heilige Communie te ontvangen. Kardinaal Ratzinger was het op dit punt volledig met mij eens: een dergelijke sacramentele communie was een ondubbelzinnig teken van kerkelijke gemeenschap en drukte duidelijk onze erkenning van de geldigheid van de Novus Ordo uit”[12]. De worm zit al in de vrucht: de Communie ontvangen in de nieuwe ritus is een openbare belijdenis van zijn orthodoxie. De gebeurtenissen volgen elkaar in snel tempo op.
Op 29 juni 1999 dienen zestien priesters van de Priesterbroederschap Sint-Petrus een beroep in bij Kardinaal Felici, voorzitter van de Pauselijke Commissie “Ecclesia Dei”. Ze hekelen de verstrakking en de weigering van elke liturgische evolutie door de oversten en de weigering om de kwestie van de concelebratie te bespreken. Op 3 juli 1999 publiceerde de prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst een “officieel antwoord” (protocol 1411/99)[13] waarin de volgende regels werden vastgelegd:
• Priesters van de instituten “Ecclesia Dei” die de Mis opdragen volgens de ritus van Sint Pius V, mogen de Mis vieren volgens de Nieuwe Ordo. Het is ook “prijzenswaardig dat bovengenoemde priesters vrijelijk concelebreren, vooral tijdens de Mis op Witte Donderdag die wordt voorgegaan door de diocesane bisschop”.
• De overste van deze instituten mag de viering en concelebratie in de Nieuwe Ordo niet verbieden.
• De priesters van deze instituten moeten de Mis volgens de nieuwe orde vieren zodra zij zich in een gemeenschap bevinden die de huidige Romeinse ritus volgt.
Op 23 juli 1999 verzoeken Pater Bisig, Algemeen-Overste van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, en Pater Louis-Marie de Blignières, algemeen prior van de Priesterbroederschap Sint-Vincentius Ferrer, de Heilige Stoel af te zien van de publicatie van de “officiële antwoorden”, gezien de aanzienlijke nadelen die deze voor hun instituten met zich meebrengen.
Tussen 4 en 14 juli 2000 vond het generaal-kapittel van de Broederschap plaats in Wigratzbad. Op de tweede dag las Monseigneur Perl een brief voor van Kardinaal Castrillon Hoyos, voorzitter van de Commissie Ecclesia Dei en prefect van de Congregatie voor de Clerus. Pater Bisig, tot dan toe Algemeen-Overste van de Broederschap, wordt “bedankt”. Er wordt vermeld dat de commissie heeft besloten de functie van Algemeen-Overste te beperken tot twee termijnen (van zes jaar). Pater Devillers wordt benoemd tot Algemeen-Overste en de rectoren van de twee seminaries worden ontslagen wegens ontsporingen en “een zekere geest van rebellie tegen de huidige Kerk”[14]. Het generaal-kapittel dient een beroep in bij Kardinaal Hoyos, die uiteindelijk instemt met het exclusieve gebruik van de Tridentijnse ritus. Maar de posities zijn verzwakt...
Op 28 oktober 2013, ter gelegenheid van de vijfentwintigste verjaardag van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, geeft Paus Franciscus haar zijn zegen met de volgende woorden: "Mogen zij, door de heilige mysteries te vieren volgens de buitengewone vorm van de Romeinse ritus en de richtlijnen van de Constitutie over de Liturgie Sacrosanctum Concilium, en door het apostolisch geloof over te brengen zoals dat wordt weergegeven in de Catechismus van de Katholieke Kerk, bijdragen, in trouw aan de levende Traditie van de Kerk, tot een beter begrip en een betere uitvoering van het Tweede Vaticaans Concilie"[15]. “Catechismus van de Katholieke Kerk”, “levende traditie”, “Tweede Vaticaans Concilie”, alles is aanwezig. De Priesterbroederschap Sint-Petrus moet bijdragen tot een beter begrip van de hervormingen die voortvloeien uit het Tweede Vaticaans Concilie. Daar zijn we dan.
Op 16 juli 2021 besluit Paus Franciscus in zijn Motu Proprio Traditionis Custodes, waaraan een begeleidende brief aan de bisschoppen is toegevoegd, dat "de liturgische boeken die door de heilige Pausen Paulus VI en Johannes Paulus II zijn gepromulgeerd, in overeenstemming met de decreten van het Tweede Vaticaans Concilie, de enige uitdrukking zijn van de lex orandi van de Romeinse ritus”[16]. Hoe zit het met de gemeenschappen die uitsluitend de traditionele ritus gebruiken? De prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Discipline van de Sacramenten, Monseigneur Arthur Roche, bevestigt in een brief van 4 augustus 2021 dat de traditionele Mis “door Paus Paulus VI is afgeschaft”[17]. Wat betreft de vraag of het document van toepassing is op alle sacramenten, verklaart hij dat het duidelijk is “dat de nieuwe wet intrekt wat eerder als uitzonderlijke en beperkte concessie was gegeven”17.
De autoriteiten van de Priesterbroederschap Sint-Petrus voelen de druk toenemen. Uiteindelijk leggen ze een bekentenis af. Zo publiceert de website van het Franse weekblad Famille chrétienne op 17 juli 2021 enkele spontane reacties: “Het is een zeer beledigende en zeer gewelddadige tekst”, aldus Abbé Paul-Joseph, destijds districtsoverste van de Priesterbroederschap Sint-Petrus in Frankrijk. “Er wordt enerzijds gesproken over afwijzing van het concilie, maar de Priesterbroederschap St-Petrus heeft het Tweede Vaticaans Concilie nooit afgewezen. Voor ons levert het geen fundamentele problemen op, maar alleen verzoeken om verduidelijking van bepaalde punten die wij interpreteren in het licht van de traditie van de Kerk, zoals Benedictus XVI dat beveelt.”[18]
Op 31 augustus 2021 kwamen de oversten van de Ecclesia Dei-gemeenschappen, waaronder die van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, bijeen in Courtalain, in het generalaat van het Instituut van de Goede Herder in Frankrijk, en richtten zij een brief aan de bisschoppen van Frankrijk: “Wij bevestigen opnieuw onze trouw aan het leergezag (met inbegrip van dat van Vaticanum II en wat daarop volgde) volgens de katholieke leer van de instemming die het toekomt (zie met name Lumen Gentium, nr. 25, en de Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 891 en 892), zoals blijkt uit de talrijke studies en proefschriften die velen van ons in de afgelopen 33 jaar hebben geschreven. Zijn er fouten gemaakt? Wij zijn bereid, zoals elke christen, om vergeving te vragen als sommige van onze leden zich schuldig hebben gemaakt aan overdreven taalgebruik of wantrouwen jegens het gezag.”[19]
Zijn erkenning en berouw voldoende? Op 18 december 2021 geeft Rome meer duidelijkheid door te reageren op de “dubia”:
"Vraag: Is het, overeenkomstig de bepalingen van het Motu Proprio Traditionis Custodes, mogelijk om de sacramenten te schenken volgens het Rituale Romanum en het Pontificale Romanum van vóór de liturgische hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie? Antwoord: Nee. Alleen in canoniek opgerichte persoonlijke parochies die, overeenkomstig de bepalingen van het Motu Proprio Traditionis custodes, welke celebreren volgens het Missale Romanum van 1962, mag de diocesane bisschop toestemming verlenen om uitsluitend het Rituale Romanum (laatste editie typica 1952) te gebruiken en niet het Pontificale Romanum van vóór de liturgische hervorming van het Tweede Vaticaans Concilie. De toestemming om volgens de Vetus Ordo te vieren valt onder de directe bevoegdheid van Rome.
Een andere vraag is nog veelzeggender: “Als een priester die toestemming heeft gekregen om het Missale Romanum van 1962 te gebruiken, de geldigheid en legitimiteit van de concelebratie niet erkent – en met name weigert om te concelebreren tijdens de Chrisma-Mis – kan hij dan nog steeds van deze concessie gebruikmaken?” Antwoord. Nee. Alvorens echter de concessie om het Missale Romanum van 1962 te gebruiken in te trekken, moet de bisschop eerst een broederlijke dialoog aangaan met de priester, zich ervan vergewissen dat deze houding de geldigheid en legitimiteit van de liturgische hervorming, de voorschriften van het Tweede Vaticaans Concilie en het leergezag van de pausen niet uitsluit, en hem begeleiden naar een beter begrip van de waarde van de concelebratie, in het bijzonder tijdens de Chrisma-Mis. ”[20]
Het is dus duidelijk dat de voorwaarde voor het celebreren van de traditionele Mis is dat men de orthodoxie van de nieuwe ritus belijdt en dat deze belijdenis niet alleen theoretisch maar ook praktisch is: men moet concelebreren... volgens de nieuwe ritus!
De autoriteiten van de Priesterbroederschap Sint-Petrus hebben nog één laatste kans om hun privileges niet te verliezen: een ontmoeting met de opvolger van Petrus. Deze privé-audiëntie vindt plaats op 4 februari 2022 tussen Paus Franciscus en twee leden van de Priesterbroederschap Sint-Petrus, de Paters Benoît Paul-Joseph, overste van het district Frankrijk, en Vincent Ribeton, rector van het seminarie Sint-Petrus in Wigratzbad. Na deze ontmoeting wordt een decreet van 11 februari 2022 door de paus ondertekend. Hij verleent de Priesterbroederschap Sint-Petrus het voorrecht om de mis en de sacramenten volgens de tridentijnse ritus te vieren: “De Heilige Vader Franciscus verleent aan alle leden van de apostolische levensgemeenschap ”Petrusbroederschap Sint-Petrus“, opgericht op 18 juli 1988 en door de Heilige Stoel ”van pauselijk recht" verklaard, de bevoegdheid om de Mis te vieren, de sacramenten en andere heilige riten toe te dienen en het getijdengebed te verrichten volgens de typische edities van de liturgische boeken die in 1962 van kracht waren, dat wil zeggen het Missaal, het Ritueel, het Pontificaal en het Romeins Brevier.
Zij kunnen van deze bevoegdheid gebruikmaken in hun eigen kerken en kapellen; elders mogen zij hiervan alleen gebruikmaken met toestemming van de plaatselijke bisschop, behalve voor het vieren van de privé-Mis. Onverminderd het bovenstaande stelt de Heilige Vader voor om, voor zover mogelijk, ook na te denken over wat is vastgelegd in het motu proprio Traditionis Custodes.”[21]
Op 23 februari 2022, naar aanleiding van dit decreet, herinnert Abbé Benoît-Paul Joseph, overste van het district Frankrijk, op de Franse katholieke zender “KTO” dat “de Priesterbroederschap Sint-Petrus, die bij haar oprichting voor deze oude liturgie heeft gekozen, nooit de legitimiteit, de vruchtbaarheid en de geldigheid van de huidige liturgie in twijfel heeft getrokken.”[22] Het is duidelijk dat hier een ommekeer plaatsvindt in het leerstellige standpunt ten aanzien van de nieuwe Mis, dat niet meer overeenkomt met wat de Kardinalen Ottaviani en Bacci schreven: “De Novus Ordo Missæ wijkt, als men kijkt naar de nieuwe elementen, die zeer uiteenlopend kunnen worden beoordeeld en die impliciet of impliciet lijken te zijn, zowel in het algemeen als in het bijzonder, op indrukwekkende wijze af van de katholieke theologie van de heilige Mis, zoals die is geformuleerd tijdens de XXe zitting van het Concilie van Trente, dat door de definitieve vaststelling van de “canons” van de ritus een onoverkomelijke barrière heeft opgeworpen tegen elke ketterij die de integriteit van het Mysterie zou kunnen aantasten”[23].
Wordt vervolgd...
[1] Document beschikbaar op: https://rkdocumenten.nl/toondocument/280-ecclesia-dei-adflicta-nl/?syst…
[2] Vertaald naar : https://www.fssp.org/en/act-of-foundation
[3] https://fsspx.nl/nl/principeverklaring-21-november-1974-31164
[4] https://www.chemere.org/content/files/2023/04/Bisig-sacre-episcopal-OCR…
[5] Courrier de Rome n° 655 – juillet-août 2022
[6] Uittreksel van de preek van Mgr. Lefebvre op 30 juni 1988, beschikbaar op de website la Porte Latine, https://laportelatine.org/formation/crise-eglise/sacres-1988/sacres-1988
[7] Non-lieu sur un schisme. Abbé Christophe Héry. 1ère partie, titre 4 : « Le sacre épiscopale sans mandat du pape constitue-t-il un « acte schismatique » ?
[8] Canon 1387 (CIC 83)
[9] Kardinaal Castrillo LARA, voorzitter van de pontificale commissie voor de authentische interpretatie van het Canoniek Recht, La Reppublica, 10 juli 1988
[10] Summa Theologica I-II, q.104, a. 5
[11] Summa Theologica II-II, q. 33, a. 4
[12] Interview met Pater Bisig, te vinden op https://claves.org/les-origines-de-la-fraternite-saint-pierre
[13] Antwoord van Kardinaal Medina, op 3 juli 1999, Congregatie voor de goddelijke Liturgie en de Sacramenten, geciteerd op https://www.amdg.asso.fr/ préfet archives/protocole_1411.htm
[14] Geciteerd naar https://www.amdg.asso.fr/archives/lettre_cardinal_castrillon.htm
[15] Geciteerd naar https://www.fssp.org/fr/benediction-du-pape-francois-a-loccasion-des-25…
[16] https://press.vatican.va/content/salastampa/it/bollettino/pubblico/2021…
[17]https://www.vatican.va/roman_curia/congregations/ccdds/documents/rc_con…
[18] https://www.famillechretienne.fr/36829/article/cest-un-texte-offensant-…
[19] Document te vinden op de site https://www.fssp.fr/2021/09/02/lettre-adressee-aux-eveques-suite-au-mot…
[20] Document te vinden op de site van het Vaticaan https://www.vatican.va/roman_curia/congregations/ccdds/documents/rc_con…
[21] https://www.fssp.fr/2022/02/21/communique-officiel-de-la-fraternite-sac…
[22] https://www.youtube.com/watch?v=xpnxOdMV4Yw
[23] https://laportelatine.org/formation/crise-eglise/nouvelle-messe/le-bref…