Feestdag OLV van de Berg Karmel
“OLV van de Berg Karmel, bid voor ons!”
In Christus beminden,
In 1904 celebreerde een priester in een abdijkerk van Einsiedeln de H. Mis. Juist als hij het “In nomine Patris” uitsprak, hoorden de aanwezigen een schot, afgevuurd van achter in de kerk. Enige mannen konden de dader vastgrijpen terwijl hij nog de revolver in de hand hield. Allen wisten zeker dat het schot de priester geraakt had. Doch zie… de priester zette zonder enige schijnbare stoornis de liturgie verder. Na de H. Mis ondervroeg de abt de priester. Deze kon echter enkel verklaren dat hij op het ogenblik van het schot een lichte druk op de rug voelde, maar verder niets. De celebrant doorzocht zijn klederen en vond, tot algemene bewondering, de kogel tegen zijn scapulier van OLV van de Berg Karmel vastzitten. De kogel was er wonderlijk door tegengehouden. “Eens te meer”, zo riep de abt enthousiast uit: “God laat blijken dat het scapulier van OLV van de Berg Karmel een bescherming is tegen alle gevaren!”
Mijn dierbaren, vandaag, op Drievuldigheidszondag, wordt ook het feest van OLV Koningin gevierd. Daarom past het vandaag ook te spreken over het wellicht grootste geschenk dat onze Hemelse Moeder ons in de naam van diezelfde Drievuldigheid als sacramentalie mocht schenken: Haar kleed, het bruine scapulier. Sommigen vragen zich af: is het Karmelscapulier nog wel voor onze tijd? Is het scapulier niet uit de mode? Wel, mijn dierbaren, kentekenen uit stof of metaal, schildjes, spelden, linten: ze zijn kentekenend voor onze tijd! De huidige mens wil zijn lidmaatschap of sympathie voor de een of andere groepering of mening uitdrukken door iets aan de borst te hangen. We willen uiterlijk nabij ons hart tonen wat erin leeft. Goed, maar indien zelfs de moderne wereld allerlei speltjes en lintjes draagt, laten ze dan ook niet denken dat het scapulier van de Berg Karmel niet meer up to date zou zijn. Ook de moderne mens vindt er een tooi mee, die hem niet misstaat en dat in zware tijden hem een waarborg en zegen is.
U kent zeker de oorsprong van dit bruine scapulier. In de dertiende eeuw beleefde de Carmelorde moeilijke dagen. De duivel had het voor deze orde moeilijk gemaakt in Palestina. De Karmelieten waren oorspronkelijk kruisvaarders die zich zoals de profeet Elias in de eenzaamheid van de Carmelberg hadden teruggetrokken, om een leven van gebed te omhelzen. Hun regel was gekentekend door het eeuwig vleesderven en hun handenarbeid. Door de veroveringen der Saracenen in Palestina echter werden de Karmelieten gedwongen naar Europa te vluchten. Doch, de toestanden in Europa waren niet dezelfde als op de eenzame berg Karmel. De Karmelieten werden als vanzelf meegesleept door het voorbeeld van de Dominicanen en Franciscanen in een leven van apostolaat, biechthoren en prediking. Actie bedreigde de contemplatie. Bovendien werd de orde ook meegetrokken in de strijd tussen wereldgeestelijken en bedelmonniken. De karmelieten mochten geen klok luiden noch het goddelijke officie zingen en men legde hen zware belastingen op. Midden in deze moeilijkheden werd een Engelsman, Simon Stock in 1247 tot algemeen Karmeloverste gekozen. Diep bedroefd over de toestand had hij zijn hoop gesteld op Maria en haar hulp afgesmeekt. Op 16 juli 1251 verscheen OLV met het scapulier van de Karmelorde in de hand en sprak: “Dit zal u en alle Karmelieten een voorrecht zijn: al wie sterft bekleed met dit kleed zal het eeuwig vuur niet ten prooi vallen, maar zal gered worden!” Gedurende de twintig volgende jaren gedijde en bloeide de karmelorde, zodat ze van de ondergang gered was.
In de 15de eeuw echter verscheen OLV ook aan paus Johannes XXII. Bij het conclaaf had OLV hem geopenbaard dat hij paus zou worden, maar dat hij als dank een voorrecht diende af te kondigen dat Maria wenste te verlenen aan de Carmelorde en aan alle gelovigen die godsvruchtig het Scapulier zouden dragen. De dragers van het scapulier zouden op de eerste zaterdag na hun dood uit het vagevuur verlost worden. Maria verlangde wel enige voorwaarden. Deze onschatbare gunsten zou de mensheid niet zomaar in de schoot geworpen krijgen. De voorwaarden zijn: het onderhouden van de kuisheid volgens de levensstaat, het bidden van het breviergebed of voor wie dit niet kan: het onderhouden van vastendagen en het vleesderven op woensdag en zaterdag.
Mijn dierbaren, sindsdien is het karmelscapulier niet weg te denken uit de katholieke Kerk. De Mechelse Catechismus vordert ons daarom in vraag 350 op om het scapulier te laten opleggen. Het is slechts een kleine daad die men moet stellen: een stukje stof dragen. Maar zie met welk groot gewin: bewaring voor het hellevuur, bevrijding uit het vagevuur op de eerste zaterdag na de dood en bescherming in gevaar. 3 onmetelijke gunsten.
Sommigen mogen zich vragen: op welke grond kan OLV zulke privileges schenken? Wat zijn de theologische grondslagen van de godsvrucht van tot het H. Scapulier? Er zijn drie grondslagen: Maria is ten eerste onze Moeder, ten tweede de Medeverlosseres en ten derde de gratia plena, vol van genade.
Het scapulier doet ons vooreerst gedurig herinneren aan het geestelijk moederschap van Maria over ons. Alles wat een moeder kenmerkt, kenmerkt ook Maria: bezorgdheid, goedheid en tederheid. Het scapulier is daarvan een mooi symbool: het is een kleed. Iets wat ons beschermt. Jezus heeft Maria onder het kruis werkelijk opgedragen over ons te waken: “Vrouw ziedaar uw zoon, uw kinderen” en dat doet ze voortreffend door de gunsten van het scapulier.
De tweede reden waarom dat Maria ons voor hellevuur en de pijnen van het vagevuur kan redden, ligt daarin dat ze Medeverlosseres en Middelares aller genaden is. Maria heeft met Jezus onze zaligheid verdiend, ze heeft voor ons geofferd en betaald en wil ons dus ook tot ons doel krijgen: de hemel. Met het scapulier wil ze eigenlijk, haar zondige kinderen, tegenover de goddelijke rechtvaardigheid beschermen. Men kan zelfs zeggen: de strenge arm Gods misleiden door de zondaar haar kleed te lenen, zodat God de zondaar voor Maria aanziet.
Maria is bovendien vol van genade, maar niet alleen in zichzelf, maar ook met betrekking tot de overstorting der genade in alle andere mensen, zegt Sint Thomas van Aquino. Haar genade is zo groot, dat ze niet alleen voldoende is om zichzelf te redden, maar ook van vele anderen. De hemelse gelukzaligheid dat Maria dankzij haar overgrote maat van genade kent, laat ze overstromen op de dragers van het scapulier, welke dus onmogelijk in de hel of in het vagevuur kunnen zijn.
Mijn dierbaren, één ding echter dienen we te beseffen: we mogen het scapulier niet dragen uit zelfzucht, enkel en alleen omwille van de grote voorrechten die eraan verbonden zijn. Dit zou in strijd zijn met een ware katholieke mentaliteit. Het scapulier is geen amulet. Niemand moet denken dat wie met plezier in staat van doodzonde leeft en sterft toch nog zal bevrijd worden van de straffen der hel. Neen, God laat niet met zich spotten. Er zijn genoeg feiten daarover bekend dat onwaardige scapulierdragers in de laatste minuten toch nog van hun scapulier beroofd worden, het verliezen, of kwijtspelen. We kunnen God noch Maria niet chanteren met het scapulier. In werkelijkheid bezegt het scapulier, mijn dierbaren, dat Maria er voor zal zorgen dat een waardige scapulierdrager niet in doodzonde sterft. Maria zal de drager de zondige gelegenheden doen vluchten of het in laatste instantie nog een goede biecht laten spreken. Het scapulier is in waarheid een symbool – een toewijding – een uiterlijkheid van een innerlijke gesteltenis. Het scapulier is immers niet slechts het zinnebeeld van Maria’s geestelijk moederschap, het moet ook het symbool zijn van onze kinderlijke houding. Het moet betekenen dat wij Maria’s moederschap aanvaarden en dat wij er ons naar regelen – haar wensen vervullen. Het dragen van het scapulier is een bestendig belijden van onze algehele afhankelijkheid van Maria, van ons totaal toebehoren aan haar, van onze grenzeloze toewijding en vertrouwen. Mijn dierbaren, wie onder u nog geen scapulier draagt, kan dit steeds zonder enig probleem opgelegd krijgen.
Sluiten we met de woorden van de grote paus Pius XII: “Christenen, het gaat hier op aarde niet om een zaak van gering belang, doch om het verwerven van het eeuwig leven. Het gaat hier om de allervoornaamste aangelegenheid en over de manier om de goede uitslag daarvan te verzekeren. De zekerste weg naar het heil is te vinden in het scapulier van Maria. Laten we Haar kleed dag en nacht dragen, in bescheidenheid en eenvoud! Wees niet dwaas! Onze Moeder wil ons met een mantel van zaligheid omhangen. Juicht en jubelt, want we zijn uitverkozen tot haar bevoorrechte kinderen!” Amen.
Predicatie door E.H. Matthias De Clercq