Bisschopswijdingen: wat pater Pagliarani tegen de leden van de Priesterbroederschap Sint Pius X heeft gezegd

Bron: FSSPX Actualités

De voorbereiding van de harten op de bisschopswijdingen

Mededeling aan de gelovigen en vrienden van de Priesterbroederschap Sint-Pius X

Geachte gelovigen en vrienden,

In het kader van de voorbereiding op de bisschopswijdingen die op 1 juli aanstaande in Ecône zullen plaatsvinden, willen wij u bij wijze van uitzondering een hoofdartikel ter beschikking stellen dat de Algemeen-Overste op 7 maart jongstleden aan de leden van de Priesterbroederschap heeft gericht.

Deze tekst gaat niet in op de kwestie van de wijdingen zelf, maar wil de geest in herinnering roepen waarin zij moeten worden voorbereid en beleefd: een geest van geloof, naastenliefde, bovennatuurlijk vertrouwen en liefde voor de Kerk. Want het volstaat niet om het verstand te verlichten, als men zich tegelijkertijd niet met het hart openstelt.

Daarom leek het ons goed, enkele weken voorafgaand aan deze voor de hele Kerk zo belangrijke ceremonie, om deze overwegingen te delen met de gelovigen en de vrienden van de Priesterbroederschap, opdat iedereen zich nog intenser bij deze voorbereiding zou kunnen aansluiten in gebed, opoffering en innerlijke vrede.

U vindt hierin met name een oproep om, in de huidige omstandigheden, een diep bovennatuurlijke blik te behouden, een geest van zachtmoedigheid en kracht, en een naastenliefde die wordt bezield door een oprechte zorg voor het welzijn van de zielen en de Kerk.

 Wij wensen u veel leesplezier en danken u dat u deze intenties in uw gebeden blijft dragen, onder het toeziend oog van O.L.-Vrouw, Middelares van alle genaden.

                                                                                                             E.H. Foucauld le Roux
                                                                                                              Algemeen-Secretaris


Voorwoord aan de leden van de Priesterbroederschap

Et nos credidimus caritati
“Wij hebben in de liefde geloofd.”
1 Joh. 4:16

Beste medebroeders en leden van de Priesterbroederschap,

Het is me een grote vreugde dat ik mij, na de openbare aankondiging van de wijdingen en na een hele reeks toelichtingen, eindelijk op een meer persoonlijke manier tot u kan richten. Ik wil graag enkele tips met u delen om ons te helpen bij onze morele en spirituele voorbereiding als leden van de Priesterbroederschap. Het is deze voorbereiding die ons op onze beurt in staat zal stellen de gelovigen goed te begeleiden.

De noodzaak en de context van de wijdingen

Aan apologetische argumenten ontbreekt het niet: het gaat om het behoud van het geloof en alle middelen die nodig zijn om het door te geven en de zielen ermee te laten leven. Als er in 1988 al sprake was van een noodtoestand, is deze noodzaak in 2026 helaas nog duidelijker. Dit verklaart waarom het besluit van de Priesterbroederschap begrip wekt dat ver buiten haar grenzen reikt.

Een positieve vaststelling gaat gepaard met deze situatie: de aankondiging van 2 februari jongstleden heeft niemand in de Kerk onverschillig gelaten. Bijna iedereen voelt zich betrokken en ervaart de plicht om zijn goedkeuring of afkeuring te uiten. Dat is een zegen, want soms volstaan woorden, standpunten en verklaringen niet meer. Ze moeten gepaard gaan met betekenisvolle daden die de Voorzienigheid kan gebruiken om het geweten en de Kerk zelf wakker te schudden. Ik geloof vast dat de Voorzienigheid aan het werk is in het huidige debat.

De bovennatuurlijke voorzichtigheid

Wat ons betreft, moeten we in staat zijn om enige afstand te nemen ten opzichte van dit debat, terwijl we er toch ten volle bij betrokken zijn. De beslissing om bisschopswijdingen door te voeren moet in de eerste plaats worden ingegeven door bovennatuurlijke voorzichtigheid. Deze voorzichtigheid geldt niet alleen voor degenen die deze beslissing nemen, maar ook voor degenen die haar aanvaarden en volgen. Met andere woorden, er staat zoveel op het spel dat elk lid van de Priesterbroederschap in staat moet zijn om, op zijn eigen niveau, deze beslissing te begrijpen en er persoonlijk verantwoordelijkheid voor te nemen voor God.

Naastenliefde

Maar de ernst van deze beslissing is zodanig dat zij niet alleen door bovennatuurlijke voorzichtigheid kan worden geleid. Om ervoor te zorgen dat deze beslissing goed wordt begrepen en op de juiste wijze wordt uitgelegd, dat wil zeggen vanuit de hoogste overwegingen, sub specie æternitatis – in het licht van de eeuwigheid –, is het van het grootste belang de Heilige Geest te vragen ons Zijn wijsheid te schenken. We mogen echter niet vergeten dat de ware wijsheid, die ons bij deze uitzonderlijke keuze moet leiden, voortkomt uit de naastenliefde. Alleen de deugd van de naastenliefde kan ons een zekere verwantschap met Onze Heer geven en ons daardoor in staat stellen de werkelijkheid enigszins op Gods wijze waar te nemen. Alleen onder deze voorwaarde kunnen we er een juiste inschatting van maken.

We hebben al herhaaldelijk gezegd dat de reden die ten grondslag ligt aan de beslissing om bisschopswijdingen te verrichten, het heil van de zielen is. Men moet hierin geen louter retorische formule zien, noch een louter canonieke rechtvaardiging. Deze reden van naastenliefde jegens de zielen en de Kerk is uiteindelijk hetgeen dat onze zielen en die van de gelovigen werkelijk moet voorbereiden op de ceremonie van 1 juli.

Soms, wanneer men over naastenliefde spreekt, hebben sommigen het gevoel dat men toegeeft aan een vorm van zwakheid of, op zijn minst, dat men een zekere sentimentele zoetigheid vermengt met het authentieke belijden van het katholieke geloof. Een dergelijke gevoeligheid is onverenigbaar met de geest van Mgr. Lefebvre, met die van de Priesterbroederschap, en nog meer met de geest van de Verlossing: de kracht van Onze Heer in Zijn Passie en aan het Kruis is niets anders dan de maatstaf van Zijn naastenliefde.

Met diezelfde liefde moeten wij, nu meer dan ooit, de zielen en de Kerk liefhebben, zelfs als haar officiële vertegenwoordigers ons – opnieuw – zouden excommuniceren en als schismatieken bestempelen: “Ik heb u deze dingen gezegd, opdat u geen aanstoot neemt. Zij zullen u uit de synagogen verstoten, en het uur komt dat een ieder die u doodt, meent God te eren. En zij zullen u zo behandelen omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen. Ik heb u dit gezegd opdat u, wanneer het uur gekomen is, zich zult herinneren dat Ik het u gezegd heb.” (Joh. 16,1-4)

Het ultieme bewijs dat wij in de waarheid zijn, zal ons vermogen zijn om deze geest van naastenliefde te bewaren, wat er ook gebeurt en jegens iedereen zonder onderscheid.

Waaruit bestaat deze naastenliefde concreet?

Het gaat er in de eerste plaats om nooit in bitterheid te vervallen: hoewel we zeker de plicht hebben om ons uiterste best te doen om de diepere redenen voor de wijdingen te rechtvaardigen en uit te leggen, moet dit met standvastigheid gebeuren, maar nooit in bitterheid, of door een vleugje bittere ijver te laten doorschemeren. Natuurlijk kan men in bitterheid vervallen door overmatige ijver, maar ook omdat men de voorkeur zou hebben gegeven aan een bepaalde datum, een bepaalde kandidaat, of omdat men zou willen dat de dingen anders verliepen. Wat de materiële oorzaak van de bitterheid ook moge zijn, het middel is altijd hetzelfde: Caritas patiens est – de liefde is geduldig.

Tegenover onze gesprekspartners, wie ze ook zijn, of ze ons nu begrijpen of niet, moeten we altijd blijk geven van goedheid. Wanneer er aan de andere kant geen begrip is, wanneer er zelfs geen bereidheid is om naar onze woorden te luisteren en de redenen ervan te begrijpen, is het menselijk gezien heel gemakkelijk om in wrok te vervallen. Caritas benigna est – de liefde is goedertieren.

We moeten ons altijd realiseren dat als de Voorzienigheid ons de barmhartigheid heeft geschonken om ons een beetje licht te geven, ons in staat te stellen de Traditie van de Kerk te bewaren en de middelen te nemen om deze te verdedigen, dit neerkomt op een uitzonderlijke genade die we niet verdiend hebben. Dit besef moet onze houding volledig bepalen. Als de wijdingen een genade voor de hele Priesterbroederschap betekenen – een genade waarvoor we de Voorzienigheid nu al moeten danken –, mag deze diep bovennatuurlijke vreugde niet worden verward met een misplaatst triomfalisme, alsof het om een menselijke overwinning gaat die we onszelf toeschrijven, wat onvermijdelijk de intrinsieke waarde ervan zou verminderen. Caritas non agit perperam, non inflatur – de liefde is niet pronkzuchtig, niet verwaand.

In navolging van Mgr. Lefebvre mogen wij in alles wat wij doen niet ons eigen belang of het voortbestaan van een persoonlijk werk nastreven, maar het welzijn van de zielen en van de Kerk. De Priesterbroederschap is niets anders dan een middel om trouw te blijven aan de Kerk. Als wij vandaag uitzonderlijke middelen aanwenden om het geloof, het heilig Misoffer en het priesterschap te bewaren, dan is dat omdat wij willen dat op een dag de hele Kerk en elke ziel zonder onderscheid er vrijelijk van kan genieten. Dit alles behoort toe aan de Kerk en wij zijn slechts de hoeders ervan. Wij vragen niets voor onszelf: onze enige beloning zal zijn om op een dag te zien hoe de hele Kerk haar Traditie weer in bezit neemt. Caritas non quærit quæ sua sunt – de liefde zoekt zichzelf niet.

Als wij al onze krachten moeten inzetten om de sacramenten goed te verdedigen – en de Priesterbroederschap beschikt daartoe reeds over een heel “arsenaal”–, als een heilige toorn meer dan ooit nodig is gezien de verschrikkelijke afwijkingen die de Kerk door elkaar schudden, mogen we echter geen minachting of irritatie tonen in onze uitleg aan onze gesprekspartners, en zeker niet ten opzichte van de hiërarchie van de Kerk. We moeten standvastig en tegelijkertijd zachtmoedig blijven. Maar dat is alleen mogelijk met de hulp van Onze-Lieve-Heer. Caritas non irritatur – de liefde laat zich niet verbitteren.

Mocht ons excommunicatie en schisma worden opgelegd, dan zou dat niet betekenen dat we een dergelijke straf nastreven of ons erover verheugen, want die zou objectief onrechtvaardig zijn. Het is één ding om blij te zijn dat we God een nieuwe vernedering kunnen aanbieden; het is iets anders om, in een geest van uitdaging, blij te zijn met een kwaad en een objectief onrecht, dat een schandaal veroorzaakt voor de hele Kerk. Caritas non gaudet super iniquitatem – de liefde verblijdt zich niet over onrecht.

Als er daarentegen in de Kerk een hele groep is die het besluit van de Priesterbroederschap positief ontvangt en ondersteunt, als de wijdingen de voorzienige gelegenheid worden voor hernieuwde moed en enthousiasme zowel binnen als buiten de Priesterbroederschap, dan kunnen we ons daar alleen maar over verheugen, zoals God zelf zich daarover kan verheugen. Caritas congaudet veritati – de liefde verheugt zich over de waarheid.

Niemand heeft beter dan de heilige Paulus in vier woorden het programma kunnen samenvatten van de vier maanden die ons scheiden van de wijdingen en de kracht die onze naastenliefde moet kenmerken: omnia suffert, omnia credit, omnia sperat, omnia sustinet – alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij.

Dit geldt voor het huidige moment en voor altijd: caritas numquam excidit – de liefde vergaat nimmer.

Het voorbeeld van de allerheiligste Maagd Maria

Nu meer dan ooit moet het Onbevlekt Hart van Maria het toevluchtsoord van de Priesterbroederschap en het voorbeeld voor ieder van ons zijn. Niemand had beter dan zij gevoel voor de zielen en voor de Kerk. Uit liefde voor de zielen en uit liefde voor de Kerk heeft zij ermee ingestemd haar eigen Zoon op Golgotha op te offeren. Haar wil was één met die van de Eeuwige Hogepriester, op het moment zelf dat Hij Zich aan de Vader aanbood als Zoenoffer. Het zijn deze onmetelijke liefde en dit onmetelijke leed die van O.L.-Vrouw de Medeverlosseres van het menselijk geslacht hebben gemaakt, en die haar een unieke glorie hebben gegeven in de tijd en in de eeuwigheid.

En toch, ondanks alles wat dit Onbevlekt Hart, doorboord door een zwaard van smart, heeft moeten doorstaan, hebben nooit de minste bitterheid of wrok, ook al was het maar voor een enkel ogenblik, de glans van haar liefde verduisterd, zelfs niet jegens hen die haar goddelijke Zoon ter dood hadden gebracht. Net zoals zij geen moment aarzelde om het offer tot het einde toe te volbrengen, zo heeft haar liefde voor de zondaars nooit gefaald. Een ondoorgrondelijk mysterie van kracht, zachtmoedigheid en liefde.

Met deze gevoelens en deze liefde moeten wij de plechtigheid van 1 juli voorbereiden en ons inspannen om alle gelovigen onder onze hoede daarop voor te bereiden.

God zegene u!

Menzingen, 7 maart, op het feest van de heilige Thomas van Aquino

E.H. Davide Pagliarani, Algemeen-Overste