25 Januari: Feest van Paulus Bekering

Bron: District België - Nederland

Uit de pastorale brief van Mgr. Lefebvre als overste van de Spiritijnen Januari/Februari 1967

De heilige Paulus komt in zijn brieven naar voren als het voorbeeld van het ambt dat door de apostelen en leerlingen van onze Heer onmiddellijk na zijn hemelvaart en het Pinksterfeest werd uitgeoefend. Toch is de heilige Paulus een uitzonderlijk geval: hij was niet zoals de anderen door onze Heer geschoold en opgeleid; zijn voorbereiding op zijn ambt gebeurde door een wonder. 

Zijn roeping, zijn doop, zijn verblijf in de woestijn: bij hem is alles anders dan bij de roeping van de andere apostelen. 

En toch – of juist daarom – is de heilige Paulus het model van een apostel, vooral voor de missionarissen.

In een tijd waarin zelfs het doel van het apostolaat in twijfel wordt getrokken en de werkwijzen radicaal lijken te zijn veranderd, is het nuttig om te kijken naar de kern van het apostolaat, het ambt waarvan onze Heer de bron is.

Het belangrijkste daarbij zijn de daden en activiteiten die zijn uitgevoerd door degenen die daartoe door onze Heer zelf zijn aangewezen.

Buitengewone openbaringen voor een buitengewone opdracht

Daarom is het van cruciaal belang om in de leer te gaan bij de heilige Paulus. Wat vraagt Jezus precies van de heilige Paulus?

“Daarom ben ik aan u verschenen” – onze Heer is duidelijk bezig hem de precieze reden voor zijn verschijning mee te delen – “om u aan te stellen als dienaar en getuige van wat u hebt gezien en wat Ik u nog zal openbaren” (Hand. 26,16).

Het is inderdaad onze Heer die hem tot apostel heeft aangesteld, dat wil zeggen tot Zijn plaatsvervanger, tot Zijn getuige voor de dingen die hij heeft gezien en voor wat onze Heer hem nog zal laten zien.

Het is dus duidelijk dat de heilige Paulus de kennis “ingegoten” kreeg, net zoals dat bij de andere apostelen gebeurde met Pinksteren, maar zonder de lange voorbereiding die zij eerder hadden gekregen.

Onze Heer zal hem opnieuw verschijnen om zijn kennis te vervolmaken. De heilige Paulus vertelt over de buitengewone visioenen die hem tot in de hemel voerden; en hij zag dingen die een mens ‘niet kan uitspreken’ (vgl. 2 Kor 12, 2; Epistel van Sexagesima).

Wat is de reden voor deze buitengewone genade die onze Heer aan de heilige Paulus betoont? 

“Ik heb u afgezonderd van het volk en van de heidenen.” (Hand. 26:17). 

Het is een vreemde zin, die tegenstrijdig lijkt, maar toch de apostel voor altijd zal kenmerken. 

Zonder twijfel haalt onze Heer Paulus uit het midden van het Hebreeuwse volk en uit andere volkeren. Hij haalt hem uit deze omgeving om hem later weer terug te sturen.

Men kan hier niet anders dan denken aan het licht op de kandelaar, zodat het alles rondom verlicht. Voortaan zal hij voor het volk verschijnen met het kenmerk van deze uitverkiezing en deze religieuze zending. Onze Heer zendt de heilige Paulus:

“Ik zend u tot hen, om hun de ogen te openen, hen van de duisternis tot het licht te bekeren, en van de macht van de Satan tot God; opdat ze, door in Mij te geloven, vergiffenis van de zonden bekomen en een erfdeel te midden van de heiligen.” (Hand. 26,18).

Dat is het grote doel dat Paulus moet nastreven: bekering! Heiliging! Redding!

Daar gaat het inderdaad om, de overgang van dood naar leven, want de duisternis verzet zich tegen het licht, de macht van de duivel tegen de macht van God, de werken van de zonde verzetten zich tegen de werken van het geloof in onze Heer. 

Dat is dus het doel van het ambt van de heilige Paulus, zoals Jezus zelf heeft aangegeven. 

Dat is dus het doel van elk apostolaat – vandaag meer dan ooit!