Belijdenis van het katholiek geloof gericht aan Zijne Heiligheid Paus Leo XIV door E.H. Davide Pagliarani Algemeen-Overste van de Priesterbroederschap Sint-Pius X
Heilige Vader,
Al meer dan vijftig jaar tracht de Priesterbroederschap Sint-Pius X de Heilige Stoel duidelijk te maken met welke gewetensnood zij kampt in het licht van de dwalingen die het katholiek geloof en de katholieke moraal ondermijnen. Helaas hebben alle gevoerde gesprekken geen resultaat opgeleverd, en hebben alle geuite bezwaren geen echt bevredigend antwoord gekregen.
Al meer dan vijftig jaar lijkt de enige oplossing die de Heilige Stoel werkelijk overweegt, die van de kerkelijke sancties te zijn. Tot onze grote spijt lijkt het ons dat het kerkelijk recht dus niet wordt gebruikt om mensen in het geloof te bevestigen, maar juist om hen ervan te vervreemden.
Met de onderstaande tekst wil de Priesterbroederschap Sint-Pius X U in de huidige omstandigheden oprecht en in kinderlijke trouw haar gehechtheid aan het katholieke geloof betuigen, zonder iets te verhullen, noch voor Uwe Heiligheid, noch voor de universele Kerk.
De Priesterbroederschap legt deze eenvoudige geloofsbelijdenis in Uw handen. Zij lijkt ons het strikt noodzakelijke minimum te zijn om in gemeenschap met de Kerk te kunnen zijn, ons werkelijk katholiek te kunnen noemen en bijgevolg Uw zonen te zijn.
Wij hebben geen andere wens dan te leven en bevestigd te worden in het rooms-katholiek geloof.
“Blijf dus stevig geworteld en verankerd in het waar katholiek geloof en streef ernaar altijd waardige dienaren te zijn van het goddelijk offer en van de Kerk van God, die het Lichaam van Christus is.
Want, zoals de apostel zegt: ‘Alles wat niet in overeenstemming is met het geloof, is zonde’1, schismatisch en buiten de eenheid van de Kerk”.2
BELIJDENIS VAN HET KATHOLIEK GELOOF
In de naam van Onze Heer Jezus Christus, de goddelijke Wijsheid, het vleesgeworden Woord, die één enkele godsdienst heeft gewild, die het Oude Verbond definitief heeft opgeheven, die één enkele Kerk heeft gesticht, die over Satan heeft gezegevierd, die de wereld heeft overwonnen, die bij ons blijft tot het einde der tijden en die zal terugkeren om de levenden en de doden te oordelen.
Hij, het volmaakte Beeld van de Vader, de mensgeworden Zoon van God, is door de Menswording en door het vrijwillig brengen van het Kruisoffer aangesteld als de enige Verlosser en Redder van de wereld. Onze Heer voldoet aan de goddelijke gerechtigheid door Zijn kostbaar Bloed te vergieten, en in dit Bloed sluit Hij het Nieuwe en Eeuwige Verbond, waarmee Hij het Oude afschaft. Hij is bijgevolg de enige Middelaar tussen God en de mensen en de enige weg om tot de Vader te komen. Alleen wie Hem kent, kent de Vader.
Door een goddelijk besluit is de allerheiligste Maagd Maria rechtstreeks en innig verbonden met het gehele Verlossingswerk; deze verbondenheid ontkennen — in de terminologie die de Traditie ons heeft overgeleverd — komt dan ook neer op het verdraaien van het begrip Verlossing zelf, zoals de goddelijke Voorzienigheid dat heeft gewild.
Er bestaat slechts één geloof en één Kerk waardoor wij gered kunnen worden. Buiten de rooms-katholieke Kerk, en zonder de geloofsbelijdenis die zij altijd heeft onderwezen, is er geen verlossing en geen vergeving van zonden.
Bijgevolg moet ieder mens lid zijn van de katholieke Kerk om zijn ziel te redden, en er bestaat slechts één Doopsel als middel om daarin opgenomen te worden. Deze noodzaak geldt zonder uitzondering voor de gehele mensheid en omvat zonder onderscheid christenen, joden, moslims, heidenen en atheïsten.
De opdracht die de apostelen hebben ontvangen om het Evangelie aan alle mensen te verkondigen en alle mensen tot het katholieke geloof te bekeren, blijft geldig tot het einde der tijden en beantwoordt aan de meest absolute en dringende noodzaak die er in de wereld bestaat. “Wie gelooft en gedoopt is, zal zalig worden; maar wie niet gelooft, zal worden veroordeeld.”3 Het nalaten van de uitvoering van deze opdracht vormt dan ook de ernstigste misdaad tegen de mensheid.
Alleen de roomse Kerk bezit tegelijkertijd de vier kenmerken die de door Jezus Christus gestichte Kerk kenmerken: eenheid, heiligheid, katholiciteit en apostoliciteit.
Haar eenheid vloeit wezenlijk voort uit het feit dat al haar leden het enige ware geloof aanhangen, dat door de katholieke hiërarchie door de eeuwen heen getrouw bewaard, onderwezen en doorgegeven is.
Het ontkennen van ook maar één geloofswaarheid vernietigt het geloof zelf en maakt elke gemeenschap met de katholieke Kerk volstrekt onmogelijk.
De enige manier om de eenheid tussen christenen van verschillende geloofsrichtingen te herstellen, bestaat uit de dringende en liefdevolle oproep aan niet-katholieken om het enig waar geloof te belijden binnen de enige ware Kerk.
De katholieke Kerk mag in geen geval met een valse geloofsovertuiging of een valse kerk op gelijke voet worden beschouwd of behandeld.
De Paus, de Plaatsvervanger van Christus, is de enige die het hoogste gezag over de gehele Kerk uitoefent. Alleen hij verleent rechtstreeks de andere leden van de katholieke hiërarchie de bevoegdheid over de zielen.
“De Heilige Geest is niet aan de opvolgers van Petrus beloofd opdat zij, onder Zijn openbaring, een nieuwe leer zouden verkondigen, maar opdat zij met Zijn bijstand de door de Apostelen overgeleverde openbaring, dat wil zeggen het geloofsgoed, op heilige wijze zouden bewaren en getrouw zouden uiteenzetten.”4
Overeenkomstig met één enkel geloof bestaat er één enkele eredienst, de hoogste, authentieke en volmaakte uitdrukking van datzelfde geloof.
De heilige Mis is de voortzetting in de tijd van het Kruisoffer, dat voor velen is opgedragen en op het altaar wordt hernieuwd. Hoewel het op een onbloedige wijze wordt opgedragen, is het heilige Misoffer in wezen uitboetend en verzoenend. Geen enkele andere eredienst brengt volmaakte aanbidding tot stand. Geen enkele andere eredienst die geen verband met haar houdt, is God welgevallig. Geen enkel ander middel volstaat voor de heiliging van de zielen.
Het heilig Misoffer kan dan ook op geen enkele wijze worden gereduceerd tot een loutere herdenking, tot een geestelijke maaltijd, tot een heilige bijeenkomst die door het volk wordt gevierd, tot de viering van het paasmysterie zonder offer, zonder voldoening aan de goddelijke gerechtigheid, zonder uitboeting van de zonden, zonder verzoening en zonder het Kruis.
De hulp die de sacramenten van de katholieke Kerk aan de zielen biedt, is onder alle omstandigheden en in alle tijden toereikend om de gelovigen te laten leven in de staat van genade.
De morele wet die vervat is in de Tien Geboden en vervolmaakt is in de Bergrede, is de enige die van toepassing is om de redding van de zielen te bewerkstelligen. Elke andere morele code — bijvoorbeeld gebaseerd op respect voor de schepping of op de mensenrechten — schiet radicaal tekort om een ziel te heiligen en te redden. Deze kan op geen enkele wijze de enige ware morele wet vervangen.
Naar het voorbeeld van de heilige Johannes de Doper verplicht ware naastenliefde ons ertoe zondaars te waarschuwen en nooit af te zien van het nemen van de nodige maatregelen om hun zielen te redden.
Wie het Lichaam van Onze Heer eet en Zijn Bloed drinkt terwijl hij in zonde verkeert, eet en drinkt zijn eigen veroordeling, en geen enkele autoriteit kan deze wet wijzigen, die vervat is in de leer van de heilige Paulus en in de Traditie.
De onreine, tegen de natuur ingaande zonde is van zo’n ernstige aard dat zij altijd en onder alle omstandigheden om vergelding roept voor God, en dat zij volstrekt onverenigbaar is met elke vorm van authentieke en christelijke liefde. Een dergelijke ‘levenswijze’ kan dan ook op geen enkele wijze worden erkend als een gave van God. Een koppel dat deze zonde begaat, moet worden geholpen om zich hiervan te bevrijden, en mag op geen enkele wijze – formeel of informeel – door de ambtsdragers van de Kerk worden gezegend.
De onderwerping van instellingen en naties als zodanig aan het gezag van Onze Heer Jezus Christus vloeit rechtstreeks voort uit de Menswording en de Verlossing. Bijgevolg vormt het secularisme van instellingen en naties een impliciete ontkenning van de goddelijkheid en het universele Koningschap van Onze Heer.
Het christendom is niet louter een historisch verschijnsel, maar de enige door God gewilde orde onder de mensen.
Het is niet aan de Kerk om zich aan te passen aan de wereld, maar aan de wereld om door de Kerk te worden veranderd.
Het is in dit geloof en deze principes dat we vragen om onderwezen en gesterkt te worden door Degene die het charisma heeft ontvangen om dit te doen. Met de hulp van Onze Heer verkiezen wij de dood boven het verzaken ervan. Het is in dit onwankelbaar geloof dat wij willen leven en sterven, in afwachting van het moment waarop het plaats maakt voor de directe aanschouwing van de onveranderlijke, eeuwige Waarheid.
Menzingen, 14 mei 2026,
op het feest van Hemelvaart van onze Heer
E.H. Davide Pagliarani