Geschiedenis van het Angelus
Angelus, Jean-François Millet (1857-1859)
Het ‘Angelus’ of ‘Engel des Heren’ is een gebed ingevoerd door de H. Kerk om de Menswording van God de Zoon te eren alsook de Verlossing van het menselijk geslacht. Dit gebed vermeldt dus aan alle generaties de overgrote weldaden waarvan deze mysteries de bron waren en blijven.
Men noemt dit gebed ‘Angelus’ omdat het in het Latijn met dit woord begint. Het Angelus heeft drie antifonen of keerverzen en drie Weesgegroeten gevolgd door een vierde vers en een gebed. Hierin vraagt men aan God Zijn genade en het eeuwig geluk door de verdiensten van Onze Heer Jezus Christus.
Men bidt het Angelus driemaal per dag: ’s morgens, ’s middags, en ’s avonds bij het luiden van de klokken. Aanvankelijk bad men het Angelus tweemaal per dag: ’s morgens en ’s avonds. Het was Paus Urbanus II die in 1090 voor de eerste maal bepaalde het ‘Ave Maria’ op deze manier te bidden. Dit gebeurde tijdens het Concilie te Clermont-Ferrand voor de eerste Kruisvaart. De vrome paus besefte dat het onmogelijk was, dat de gebeden van zovelen niet zouden verhoord worden. Hij gaf het bevel om ’s morgens en ’s avonds, in alle kerken over gans de christene wereld, driemaal de klokken te luiden. Ze nodigen de gelovigen uit tot het bidden van het Angelus tot ondersteuning van het christelijk leger op veldtocht om de heilige plaatsen in het Heilig Lang te heroveren.
“Het was zijn bedoeling om van de zeer goede en grote God door zijn goedheid voor het christelijk leger de overwinning op zijn vijanden te bekomen; ook vroeg hij Gods barmhartigheid voor hen die in een zo vrome onderneming zouden sterven; daar zij hun bezittingen en hun leven geofferd hadden voor de verdediging van het geloof”. (Arnold Vion, benedictijn uit de 16de eeuw).
Tengevolge van de oproep van de paus werd het Angelus populair en ’s morgens en ’s avonds gebeden. Dit bleef zo tot het begin van de dertiende eeuw (1239). Paus Gregorius IX merkte een zekere achteruitgang in het bidden van het Angelus. Hij beval dat de drievoudige begroeting van de Engel over gans de katholieke wereld bij het luiden van de klok zou gebeden worden. Deze heilige paus volgde hierin het voorbeeld van zijn voorganger Urbanus II.
Vier jaar later (1243), hernieuwde het Concilie van Keulen deze opdracht en voegde er dit voorschrift aan toe: “Elke vrijdag zal men op de middag het Angelus kleppen en bidden als herinnering aan het Lijden van Onze Heer.” Dit is de eerste keer in de geschiedenis dat er sprake is van de Angelus ’smiddags. Sedertdien is het in gans de christenwereld verspreid.
Een oude, vrome schrijver, Pelbart de Temeswar, richtte deze woorden tot paus Johannes XXII (in 1327): “Ten eerste; men luidt ’s avonds, omdat het – volgens de traditie – het moment is dat de hemelse Boodschapper, de Ambassadeur van de Allerheiligste Drievuldigheid, de heilige Maagd begroette. Dit onderhoud met de engel duurde tot middernacht. Dit is het voor altijd plechtige uur waarop zij het Verlossende Woord ontving. ’s Morgens luidt de klok om de verwezenlijking van dit blijde mysterie aan te kondigen.
Ten tweede: men luidt ’s morgens en ’s avonds, opdat we door de verdiensten van de gelukzalige Maagd gedurende de dag en gedurende de nacht zouden verdedigd zijn tegen onze vijanden; en indien we komen te sterven, dat zij ons in haar moederlijke armen zou opnemen.
Ten derde: men klept ’s morgens en ’s avonds, opdat, indien we tijdens de dag of tijdens de nacht een goed werk gedaan hebben, dit aangenamer ontvangen zou worden door de Zoon als het aangeboden wordt door de reine handen van zijn Moeder”.
De getuigenissen van deze vrome en universele devotie zijn talrijk evenals de pauselijke en bisschoppelijke decreten omtrent haar waarde en de aflaten verleend aan haar praktijk.
Ook zijn er mirakels. Bijvoorbeeld het wonder van Avignon in 1318, waar de pausen toen verbleven. Het gerecht van deze stad had twee misdadigers veroordeeld om levend verbrand te worden. De terechtstelling had plaats op de vooravond van de Boodschap aan Maria. De brandstapel werd aangestoken. Wanneer één van de schuldigen naderde, hield deze niet op tot de H. Maagd te smeken; hij herinnerde Haar aan de vele eerbewijzen die hij Haar betoond had. Maar de beulen wierpen hem in het vuur. En zie, welk mirakel! Hij komt er veilig en gezond weer uit en zelfs zijn kleren zijn ongeschonden. Het was gelijk de jonge Hebreeën uit de vuuroven in Babylonië. Maar wat zijn gezel betreft; hij werd onmiddellijk door de vlammen verslonden. Degene die aan het vuur ontsnapt was, werd weer gepakt en in het vuur gejaagd. Hij kwam eruit zonder brandwonden, gezond zoals de eerste keer. Er wordt hem genade verleend en men voert hem triomfantelijk naar de kerk van Onze-Lieve-Vrouw om Haar te bedanken voor zijn bevrijding.
In alle noden van de Kerk hebben de Pausen hun toevlucht genomen tot de Moeder van de Verlosser. Vermelden we speciaal de heilige Pius V, overwinnaar van Lepanto. Denken we ook aan Pius IX, die voor zichzelf en voor gans de gemeenschap moest vechten tegen de ontketende Revolutie. Hij sloot, met de machtige Koningin van de Hemel het meest plechtige verbond door de verklaring van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis.
Maria-Boodschap (Hemelstraat, Antwerpen)
ANGELUS of Engel des Heren
℣. De engel des Heren heeft aan Maria geboodschapt;
℟. En zij heeft ontvangen van de heilige Geest.
Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle Vrouwen; en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
℣. Zie de dienstmaagd des Heren;
℟. Mij geschiede naar Uw woord.
Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle Vrouwen; en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
℣. En het Woord is Vlees geworden;
℟. En Het heeft onder ons gewoond.
Wees gegroet, Maria, vol van genade; de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle Vrouwen; en gezegend is de Vrucht van uw lichaam, Jezus.
Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, arme zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
℣. Bid voor ons, heilige Moeder Gods;
℟. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Laten wij bidden. Wij bidden U, o Heer, stort Uw genade in onze harten, opdat wij, die door de Boodschap van de engel de menswording van Christus uw Zoon gekend hebben, door zijn lijden en kruis gebracht worden tot de glorie van de verrijzenis. Door dezelfde Christus onze Heer. Amen.