Gedenk, mens, dat gij stof zijt

Maart 23, 2020
Bron: District des Benelux

15/03/2020

EH Pascal Schreiber, overste van het Zwitserse district van de Priesterbroederschap Sint-Pius X, richt zich tot de gelovigen.

Dierbare gelovigen,

Twee weken geleden herinnerde de liturgie ons aan de grote menselijke zwakheid: "Memento homo quia pulvis es et in pulverem reverteris – Gedenk, mens, dat ge stof zijt en tot stof zult wederkeren." De priester heeft toen aan deze woorden een zeer krachtig teken gekoppeld, ons voorhoofd markerende met het teken van het kruis, met de gezegende as.

Wie had toen kunnen bevroeden dat twee weken later de hele wereld op haar grondvesten zou daveren door een piepklein virusje en haar eigen kwetsbaarheid zou ontdekken als zelden tevoren?

Laten we bijgevolg eens proberen deze gebeurtenissen vanuit een gelovig perspectief diepgaand te bekijken, enerzijds om inzicht te krijgen en deze gebeurtenissen te beschouwen in het licht van de goddelijke Voorzienigheid, zonder toe te geven aan paniekaanvallen of te vervallen in onverantwoordelijke bagatellisering, en anderzijds om te handelen als christenen en te onderscheiden wat God van ieder van ons verwacht in deze moeilijke tijden.

* * *

Wat zegt ons het geloof? Het bevestigt dat God onze Schepper is, dat Hij voor ons een oneindig liefhebbende Vader is, maar ook dat deze Vader ons zijn wet, zijn geboden heeft gegeven en dat, wanneer Hij ons roept tot een oneindige gelukzaligheid, de Zijne, Hij ons echter ook vraagt tot Hem te komen, op Hem te vertrouwen, Hem te gehoorzamen.

Welnu, onze wereld schuift God al tientallen jaren aan de kant. Op basis van haar wetenschappelijke ontdekkingen dacht ze het zonder Hem te kunnen stellen. Kijk naar alle verwezenlijkingen van de moderne wetenschap: ze dacht een schier oneindige macht over de natuur te hebben, ze stelde zich al voor dat ze het leven van de mens op aarde quasi oneindig kon verlengen. Maar dan verschijnt een piepklein virusje ten tonele en davert al die macht op haar grondvesten.

Wat zou het goed zijn voor de moderne mens, en voor onszelf, dierbare gelovigen, om de volgende tekst te bemediteren, waarin God zich tot de heilige Job richt: "God antwoordde Job in de storm, en sprak: Wie zijt ge, die de Voorzienigheid duister maakt, door woorden zonder verstand? Ik zal u vragen stellen, gìj moogt Mij leren! Waar waart ge, toen Ik de fundamenten van de aarde legde? Zeg op, zo ge er iets van weet! Wie heeft er de afmetingen van bepaald? Weet gij het?"

In een schitterende, zo diepgaande beeldspraak, herinnert God Job aan zijn kleinheid, niet om hem te verdrukken of te ontmoedigen, maar om hem terug te brengen naar zijn werkelijke plaats in het aangezicht van Gods grootheid. Moeten ook wij niet profiteren van dit plotselinge besef van de kwetsbaarheid van onze moderne wereld om ons op onze plaats te zetten? Om onszelf eraan te herinneren dat we in alle dingen afhankelijk zijn van God en dat we zonder Hem niets zijn?

Job was diep getroffen wat betreft zijn gezondheid en bezittingen, maar hij had een godsbesef: "God heeft gegeven, God heeft teruggenomen, God zij geprezen!" Dit is de essentie van onze afhankelijkheid van God.

Nu dit gevoel van afhankelijkheid van God, dierbare gelovigen, ook wij kunnen het in tijden van crisis verliezen op de één of andere manier en onevenredig reageren op de gebeurtenissen.

Daarom denk ik dat het belangrijk is om jullie te laten zien dat er een gulden middenweg is om deze pandemie het hoofd te bieden, en als ik zeg "middenweg", bedoel ik in feite een "top". We moeten hogerop zien te komen? Maar waarom?

Omdat we misschien geneigd zijn te denken dat al deze opwinding rond het coronavirus overdreven is, dat het slechts een griepje is zoals alle andere, dat er geen gevaar is, dat bidden volstaat om het niet op te doen, dat het inrichten van al deze beschermende maatregelen een gebrek aan geloof betreft of weet ik veel wat nog allemaal? Maar dat is foutief! Bedenk bijvoorbeeld dat twee van de kinderen van Fatima, Francisco en Jacinta, zijn overleden aan de Spaanse griep. We moeten dus de realiteit onder ogen zien: dit virus heeft een hoger sterftecijfer dan de seizoensgriep, het treft een zwakker deel van de bevolking, met name ouderen en zieken, terwijl vooral kinderen er niet bijzonder onder lijden, en de besmettingsgraad is veel groter dan die van de gebruikelijke griep. Onze overheden hebben dus gelijk wanneer ze doen wat ze moeten doen: de allerzwaksten beschermen.

Maar we zouden ook ten prooi kunnen vallen aan het andere en het besmettingsgevaar kunnen overdrijven, in een soort paniek verzinken, ons thuis opsluiten en uiteindelijk vergeten dat we ons in Gods handen bevinden, de o zo mooie deugd van de hoop kunnen vergeten. De woorden van Christus zijn zo waar wanneer Hij zegt: “Geen haar op jullie hoofd zal vergaan”, of wanneer hij zijn apostelen enkele ogenblikken voor zijn Lijden vertroost door hen te zeggen: “Wees niet bang, kleine kudde!”

In feite moet onze houding eenvoudigweg de zienswijze van Onze-Lieve-Heer bereiken, zoals Hij sprak tegen de Farizeeën: “Geef aan Caesar wat Caesar toebehoort en aan God wat God toebehoort.”

Onze overheden schrijven ons ongekende en draconische maatregelen voor waarvan de gevolgen zelfs in onze religieuze praktijken voelbaar zijn. In hun hoedanigheid doen ze niets anders dan waken over het algemeen belang van de samenleving dat aan hun gezag is toevertrouwd. Ten tijde van de Spaanse griep in 1918 verordende de overheid in Porrentruy dat “diensten en religieuze bijeenkomsten enkel en alleen nog in de openlucht en ver van bebouwing mogen worden gevierd; dat alle begrafenissen zonder suite zullen plaatsvinden. Alleen naaste familie mag deelnemen.” Dit is dus niets nieuws, en er mag geen stille vervolging tegen de Kerk worden verondersteld. We zullen dan ook onze overheden volgen in hun beslissingen. “Laten we aan Caesar geven wat hem toebehoort…”

Maar we willen nog veel meer aan God teruggeven wat Hem toebehoort.

Op dit moment weet niemand hoe lang deze situatie zal aanhouden, en het is niet onmogelijk dat de maatregelen van de regeringen zullen toenemen of verlengen. Door de genade Gods kunnen we u nog steeds verwelkomen in onze kerken, maar er kan een tijd komen dat we, ondanks onszelf, gedwongen zullen zijn om geen publieke missen meer te kunnen vieren. Laten we bidden dat de goede God ons deze beproeving zal besparen!

Maar wat er ook gebeurt, vinden we niet al onze troost, al onze hoop en onze kracht, ondanks onze zwakheid, in de volgende woorden van de heilige Paulus: “Alles leidt ten goede voor hen die God liefhebben?"

Daarom moedigen wij u van ganser harte aan om het instrument in handen te nemen dat Onze-Lieve-Vrouw ons heeft gegeven om ons aan haar Zoon te hechten, de H. Rozenkrans. Bid hem des te vuriger, hetzij als gezin, hetzij alleen; doe het aandachtiger, Leg extra uw hart in het overpeinzen van de mysteriën van Jezus, in Hem liefhebben (samen) met Maria, door Maria. Er zijn zovele overwinningen behaald door de Rozenkrans! Zij is onze liefhebbende Moeder. Zij is de “almachtige smeekbede”. Laat ons tot Haar komen, en Ze zal ons ongetwijfeld steunen, wat er ook gebeurt: indien we gezond blijven, om de liefdadigheid beter te beoefenen; indien we ziek worden om met Haar te zijn aan de voet van het Kruis en te bidden voor de arme zondaars.

Sursum corda – verheft uw hart!

E.H. Pascal Schreiber, 15 maart 2020

Pater Pascal Schreiber